Rechtspraak
College van Beroep voor het bedrijfsleven
2025-05-06
ECLI:NL:CBB:2025:289
Bestuursrecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
787 tokens
Inleiding
uitspraak
COLLEGE VAN BEROEP VOOR HET BEDRIJFSLEVEN
zaaknummer: 23/821 en 23/1206 H
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 6 mei 2025 in de zaak tussen
[naam] B.V., te [woonplaats] (de landbouwer)
(gemachtigde: J. Pot)
en
de minister van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur (de minister)
(gemachtigden: mr. van den Brink en mr. L. Anvelink)
Procesverloop
De landbouwer heeft gemeld dat de uitspraak van 25 februari 2025 (ECLI:NL:CBB:2025:100) een omissie bevat.
Met brief van 27 maart 2025 heeft het College de minister bericht voornemens te zijn de uitspraak te zullen rectificeren.
De minister heeft op 2 april 2025 op dit voornemen gereageerd.
Overwegingen
1. Het College stelt vast dat de uitspraak een omissie bevat. Het College heeft nagelaten de minister in de zaak 23/821 in de proceskosten te veroordelen en ook te bepalen dat de minister het door de landbouwer betaalde griffierecht dient te vergoeden.
2 Het College wijzigt de uitspraak van 25 februari 2025 op dit punt als volgt:
3.1
Tegen de in het vervangingsbesluit vervatte waarschuwing staat daarom geen rechtsmiddel open op grond van de Awb. Het beroep van de landbouwer is daarom niet-ontvankelijk.
3.2
Gelet op het door minister na het instellen van het beroep genomen vervangingsbesluit waarbij de minister het bezwaar tegen het besluit van 22 november 2022 gegrond heeft verklaard en heeft afgezien van de het toepassen van de randvoorwaardenkorting, bepaalt het College dat de minister de proceskosten van de landbouwer moet vergoeden. Deze stelt het College op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht voor de door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand vast op € 907,- (1 punt voor het indienen van het beroepschrift met een waarde per punt van 907,- en een wegingsfactor 1). De minister moet ook het betaalde griffierecht vergoeden.
Dictum
Het College:
- verklaart het beroep in de zaak 23/821 tegen het bestreden besluit I en tegen de in het vervangingsbesluit vervatte waarschuwing niet-ontvankelijk;
- verklaart het beroep in de zaak 23/1206 tegen het bestreden besluit II ongegrond;
- veroordeelt de minister in de zaak 23/821 in de proceskosten van de landbouwer tot een bedrag van € 907,-;
- draagt de minister op in de zaak 23/821 het griffierecht van € 365,- aan de landbouwer te vergoeden.
3 Aan deze hersteluitspraak is een hersteld exemplaar van de oorspronkelijke uitspraak gehecht. Deze hersteluitspraak en de herstelde uitspraak zullen worden gepubliceerd op www.rechtspraak.nl.
Dictum
Het College rectificeert zijn uitspraak van 25 februari 2025 overeenkomstig de overwegingen.
Deze uitspraak is gedaan door mr. T. Pavićević, in aanwezigheid van mr. A. Graefe, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 6 mei 2025.
w.g. T. Pavićević w.g. A. Graefe