Rechtspraak
College van Beroep voor het bedrijfsleven
2025-04-29
ECLI:NL:CBB:2025:274
Bestuursrecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
461 tokens
Inleiding
uitspraak
COLLEGE VAN BEROEP VOOR HET BEDRIJFSLEVEN
zaaknummer: 23/1586
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 29 april 2025 op het verzet van
[naam 1] , te [woonplaats] (onderneming)
(gemachtigde: [naam 2] )
Procesverloop
De (gemachtigde van de) onderneming heeft verzet gedaan tegen de uitspraak van het College met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht, dus zonder zitting, van 25 juni 2024. De onderneming heeft daarbij niet gevraagd om op een zitting te worden gehoord.
Overwegingen
1. Het verzetschrift is ingediend op 8 oktober 2024 en daarmee - ruim - buiten de wettelijke termijn van zes weken.
2 Het College heeft de onderneming in de gelegenheid gesteld de termijnoverschrijding
toe te lichten. De gemachtigde heeft daarop gereageerd. In die reactie wordt wel ingegaan op de achtergrond van de termijnoverschrijding in bezwaar, maar niet op die in verzet.
3 Het College ziet zo geen (begin van een) aanknopingspunt om te komen tot het oordeel dat de termijnoverschrijding in verzet niet aan de onderneming kan worden toegerekend. Daarom is de termijnoverschrijding niet verschoonbaar.
4 De conclusie is dat het verzet niet-ontvankelijk moet worden verklaard. Dat betekent dat de zaak met deze uitspraak is geëindigd.
5 De minister van Economische Zaken hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Dictum
Het College verklaart het verzet niet-ontvankelijk.
Deze uitspaak is gedaan door mr. T.G.M. Simons, in aanwezigheid van J.R. Willemstein, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 29 april 2025.
w.g. T.G.M. Simons w.g. J.R. Willemstein