Rechtspraak
College van Beroep voor het bedrijfsleven
2025-04-29
ECLI:NL:CBB:2025:273
Bestuursrecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
599 tokens
Inleiding
uitspraak
COLLEGE VAN BEROEP VOOR HET BEDRIJFSLEVEN
zaaknummer: 24/511
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 29 april 2025 op het verzet van
[naam] , te [woonplaats] (onderneming)
Procesverloop
De onderneming heeft verzet gedaan tegen de uitspraak van het College met toepassing van
artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht, dus zonder zitting, van 17 september 2024. Zij heeft daarbij niet gevraagd om op een zitting te worden gehoord.
Overwegingen
1. Het verzetschrift is ingediend op 26 maart 2025 en daarmee - ruim - buiten de wettelijke termijn van zes weken.
2 Het College heeft de onderneming in de gelegenheid gesteld de termijnoverschrijding
toe te lichten. De ondernemer heeft daarop gereageerd. In die reactie staat: “Hierbij ga ik
alsnog in verzet tegen de uitspraak van 17 september 2024. Het beroep is niet-ontvankelijk
verklaard omdat het griffiegeld niet was betaald. (...) Na de stukken van de gewezen
uitspraak te hebben ontvangen (...) heb ik uit een stuk frustratie het hele dossier naast mij
neergelegd. Ik wilde het wel weer oppakken maar kon dit niet opbrengen (...). Dit alles heeft
een zeer negatief effect op mij gehad. (...) Het heeft mij maanden gekost om het dossier weer
op te pakken en dit schrijven te sturen. Ik weet dat het verzetschrift niet binnen de gestelde
termijn is verstuurd, maar vraag u toch een uitzondering te maken en deze in behandeling te nemen.”
3 Het College ziet hierin geen aanknopingspunt om te komen tot het oordeel dat de termijnoverschrijding niet aan de onderneming kan worden toegerekend. Daarom is de termijnoverschrijding niet verschoonbaar.
4 De conclusie is dat het verzet niet-ontvankelijk moet worden verklaard. Dat betekent dat de zaak met deze uitspraak is geëindigd.
5 De minister van Klimaat en Groene Groei hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Dictum
Het College verklaart het verzet niet-ontvankelijk.
Deze uitspaak is gedaan door mr. T.G.M. Simons, in aanwezigheid van J.R. Willemstein, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 29 april 2025.
w.g. T.G.M. Simons w.g. J.R. Willemstein