Rechtspraak
College van Beroep voor het bedrijfsleven
2025-03-17
ECLI:NL:CBB:2025:229
Bestuursrecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
388 tokens
Inleiding
proces-verbaal uitspraak
COLLEGE VAN BEROEP VOOR HET BEDRIJFSLEVEN
zaaknummers: 23/1797 en 23/1803
proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de enkelvoudige kamer van 17 maart 2025
Rechter: mr. R.W.L. Koopmans
Griffier: mr. A.A. Dijk
Partijen
[naam] , te [woonplaats] (onderneming)
en
de minister van Economische Zaken, vertegenwoordigd door mr. P. van Veen
Overwegingen
De minister heeft de aan de onderneming verleende subsidies voor het eerste en tweede kwartaal van 2021 vastgesteld. De onderneming heeft bezwaar gemaakt tegen de vaststellingsbesluiten. De minister heeft de bezwaren niet-ontvankelijk verklaard omdat deze te laat zijn ingediend.
Het College stelt vast dat de bezwaarschriften op 3 juli 2023 zijn ingediend, terwijl de termijnen al op 8 december 2021 en 17 februari 2022 verstreken waren. De onderneming heeft geen (bijzondere) omstandigheden aangevoerd die maken dat deze termijnoverschrijding van meer dan een jaar niet aan haar kan worden toegerekend. Dat haar pas later bekend is geworden dat ook omzet die in het buitenland behaald is, meetelt voor de berekening van de hoogte van de subsidie, is een omstandigheid die voor haar rekening en risico komt. De beroepen zijn ongegrond.
w.g. R.W.L. Koopmans w.g. A.A. Dijk