Rechtspraak
College van Beroep voor het bedrijfsleven
2025-03-11
ECLI:NL:CBB:2025:205
Bestuursrecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
559 tokens
Inleiding
proces-verbaal uitspraak
COLLEGE VAN BEROEP VOOR HET BEDRIJFSLEVEN
zaaknummers: 24/282, 24,283, 24/284, 24/285, 24/286, 24/287 en 24/288
proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de enkelvoudige kamer van 11 maart 2025
Rechter: mr. B. Bastein
Griffier: mr. A.A. Dijk
Partijen
[naam 1]
, te [woonplaats] (onderneming), waarvoor aanwezig zijn [naam 2] , [naam 3] en [naam 4]
en
de minister van Economische Zaken, vertegenwoordigd door C. Zieleman
Overwegingen
De minister heeft subsidies aan de onderneming verleend op grond van de Regeling subsidie vaste lasten financiering COVID-19 (TVL) voor alle zeven TVL-kwartalen. Vervolgens heeft de minister alle subsidies vastgesteld. De onderneming heeft tegen alle vaststellingsbesluiten bezwaar gemaakt. De minister heeft de bezwaren niet-ontvankelijk verklaard, omdat deze te laat zijn ingediend.
De onderneming voert aan dat haar voormalige accountant plotseling is overleden in maart 2023. Hij had eerder alleen schattingen doorgegeven en was er nog niet aan toegekomen om de definitieve omzetgegevens aan te leveren. Het overlijden van de accountant had veel impact op de ondernemers en het heeft even geduurd voordat zij een nieuwe accountant hadden gevonden. Vervolgens was niet alle benodigde informatie direct beschikbaar.
Het College stelt vast dat in maart 2023 de bezwaartermijn in alle zaken al overschreden was, behalve in de zaak over het eerste kwartaal van 2022. Voor dat kwartaal kan niet worden uitgesloten dat het overlijden van de accountant invloed heeft gehad op de mogelijkheid van de onderneming om tijdig bezwaar te maken. Nu de onderneming echter niet zo spoedig als redelijkerwijs kon worden verwacht alsnog bezwaar heeft gemaakt, maakt het overlijden van de accountant niet dat de termijnoverschrijding verschoonbaar is. Alle beroepen zijn daarom ongegrond.
w.g. B. Bastein w.g. A.A. Dijk