Rechtspraak
College van Beroep voor het bedrijfsleven
2025-02-25
ECLI:NL:CBB:2025:164
Bestuursrecht
Mondelinge uitspraak
588 tokens
Inleiding
proces-verbaal uitspraak
COLLEGE VAN BEROEP VOOR HET BEDRIJFSLEVEN
zaaknummer: 23/223
proces-verbaal van de mondelinge uitspraak op verzet van de enkelvoudige kamer van 25 februari 2025
Rechter: mr. B. Bastein
Griffier: mr. A. Verhoeven
Partijen
[naam 1]
, te [woonplaats] (de onderneming), waarvoor aanwezig is [naam 2]
en
de minister van Economische Zaken, waarvoor aanwezig zijn mr. S. Piron en mr. drs. G.O. Hoeksma
Overwegingen
1. De onderneming heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de minister van 18 november 2022 (bestreden besluit) waarbij haar bezwaar tegen het besluit van 16 juni 2021 (vaststellingsbesluit) waarmee de subsidie van de onderneming op grond van de TVL voor het vierde kwartaal van 2020 is vastgesteld op € 952,42 en het te veel betaalde voorschot wordt teruggevorderd, ongegrond is verklaard.
2 Niet in geschil is dat een deel van de omzet van de onderneming onder de zogeheten margeregeling valt. Dit is een aparte btw-regeling waar ondernemingen die handelen in sieraden onder bepaalde voorwaarden gebruik van kunnen maken. Omdat de behaalde omzet daarom niet op grond van alleen de aangifte omzetbelasting kan worden bepaald, heeft de minister de administratie van de onderneming opgevraagd. De minister heeft de onderneming zowel tijdens de bezwaar- als tijdens de beroepsprocedure meermaals in de gelegenheid gesteld stukken aan te leveren waaruit de omzet eenvoudig en duidelijk is te bepalen. Dat heeft de onderneming niet gedaan. Daarom heeft de minister bij het bepalen van het omzetverlies met het deel van de omzet dat onder de margeregeling valt geen rekening kunnen houden.
3 Tijdens de zitting heeft [naam 2] desgevraagd te kennen gegeven dat het vanwege het overlijden van zijn echtgenote, die de onderneming dreef, voor hem niet mogelijk is om de gevraagde gegevens alsnog over te leggen. Hij legt zich neer bij het bestreden besluit en wil het verschuldigde bedrag in twee termijnen betalen. De minister heeft daar mee ingestemd.
w.g. B. Bastein w.g. A. Verhoeven