Rechtspraak
College van Beroep voor het bedrijfsleven
2024-11-05
ECLI:NL:CBB:2024:893
Bestuursrecht
Mondelinge uitspraak
277 tokens
Inleiding
proces-verbaal uitspraak
COLLEGE VAN BEROEP VOOR HET BEDRIJFSLEVEN
zaaknummer: 23/1640
proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de enkelvoudige kamer van 5 november 2024
Rechter: mr. B. Bastein
Griffier: mr. A.A. Dijk
Partijen
[naam 1]
handelend onder de naam [naam 2], te [plaats] , (de ondernemer)
en
de minister van Economische Zaken, vertegenwoordigd door mr. drs. G.O. Hoeksma en A.M.D. Dijkstra
Overwegingen
Omdat de minister te laat op het bezwaar van de ondernemer had beslist, heeft hij een dwangsom van € 299,- aan de ondernemer betaald. De ondernemer is het niet eens met de hoogte van de dwangsom en heeft daarom beroep ingesteld. Het College oordeelt dat de minister de hoogte van de dwangsom op de juiste manier heeft berekend. Het beroep is daarom ongegrond.
w.g. B. Bastein w.g. A.A. Dijk