Rechtspraak
College van Beroep voor het bedrijfsleven
2024-11-05
ECLI:NL:CBB:2024:891
Bestuursrecht
Mondelinge uitspraak
714 tokens
Inleiding
proces-verbaal uitspraak
COLLEGE VAN BEROEP VOOR HET BEDRIJFSLEVEN
zaaknummer: 24/2
proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de enkelvoudige kamer van 5 november 2024
Rechter: mr. B. Bastein
Griffier: mr. A.A. Dijk
Partijen
[naam 1] B.V., [naam 2] B.V. en [naam 3] B.V., te [plaats] (de ondernemingen), waarvoor aanwezig zijn [naam 4] en mr. W.M.J. Saes
en
de minister van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur, vertegenwoordigd door mr. drs. G.O. Hoeksma en A.M.D. Dijkstra
Overwegingen
De ondernemingen hebben hun aanvraag voor een subsidie op grond van de Regeling subsidie financiering ongedekte vaste kosten land- en tuinbouwbedrijven COVID-19 buiten de in die regeling genoemde aanvraagperiode ingediend. De minister heeft de aanvraag daarom terecht afgewezen. In wat de ondernemingen hebben aangevoerd, onder andere over het Europese staatssteunkader, ziet het College geen aanleiding om te concluderen dat de minister de aanvraag toch in behandeling had moeten nemen.
Het beroep is ongegrond. De minister hoeft geen proceskosten te vergoeden.
w.g. mr. B. Bastein w.g. mr. A.A. Dijk
Inleiding
proces-verbaal uitspraak
COLLEGE VAN BEROEP VOOR HET BEDRIJFSLEVEN
zaaknummer: 24/2
proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de enkelvoudige kamer van 5 november 2024
Rechter: mr. B. Bastein
Griffier: mr. A.A. Dijk
Partijen
[naam 1] B.V., [naam 2] B.V. en [naam 3] B.V., te [plaats] (de ondernemingen), waarvoor aanwezig zijn [naam 4] en mr. W.M.J. Saes
en
de minister van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur, vertegenwoordigd door mr. drs. G.O. Hoeksma en A.M.D. Dijkstra
Overwegingen
De ondernemingen hebben hun aanvraag voor een subsidie op grond van de Regeling subsidie financiering ongedekte vaste kosten land- en tuinbouwbedrijven COVID-19 buiten de in die regeling genoemde aanvraagperiode ingediend. De minister heeft de aanvraag daarom terecht afgewezen. In wat de ondernemingen hebben aangevoerd, onder andere over het Europese staatssteunkader, ziet het College geen aanleiding om te concluderen dat de minister de aanvraag toch in behandeling had moeten nemen.
Het beroep is ongegrond. De minister hoeft geen proceskosten te vergoeden.
w.g. mr. B. Bastein w.g. mr. A.A. Dijk