Rechtspraak
College van Beroep voor het bedrijfsleven
2024-11-26
ECLI:NL:CBB:2024:850
Bestuursrecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
2,546 tokens
Inleiding
uitspraak
COLLEGE VAN BEROEP VOOR HET BEDRIJFSLEVEN
zaaknummer: 23/913
uitspraak zonder zitting van de enkelvoudige kamer van 26 november 2024 in de zaak tussen
[naam 1] , handelend onder de naam [naam 2] , te [woonplaats] (ondernemer)
en
de minister van Economische Zaken
Procesverloop
Met het besluit van 9 december 2021 (verleningsbesluit) heeft de minister aan de ondernemer op grond van de Regeling subsidie vaste lasten financiering COVID-19 (TVL) voor het tweede kwartaal (Q2) van 2021 een subsidie verleend van € 11.432,06.
Met het besluit van 15 februari 2023 (bestreden besluit) heeft de minister het bezwaar van de ondernemer gegrond verklaard, de subsidie opnieuw berekend en € 3.886,25 subsidie verleend. Het te veel betaalde voorschot is teruggevorderd.
De ondernemer heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld.
De minister heeft een verweerschrift ingediend.
Beoordeling
1. Het College doet uitspraak zonder zitting, omdat het na lezing van het beroepschrift en de andere stukken in het dossier over voldoende informatie beschikt om tot een oordeel te komen. Artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) bepaalt dat een zitting in dat geval niet nodig is.
2. De ondernemer voert aan dat hij ervan uit was gegaan dat hij zijn bezwaarschrift had ingetrokken. Op 19 januari 2023 heeft hij hier telefonisch contact over gehad met een medewerker van de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO). Daarna heeft hij geprobeerd om via de website het bezwaarschrift in te trekken, maar dat was helaas niet mogelijk door storingen. Daarom heeft hij de intrekking per post verstuurd. Terugvordering van het te veel betaalde voorschot zou voor de ondernemer verstrekkende financiële gevolgen hebben: het zou wel eens het einde van zijn onderneming kunnen betekenen.
3. In het verleningsbesluit is de hoogte van de subsidie berekend op basis van de Standaard Bedrijfsindeling (SBI)-code 59.20 (Maken en uitgeven van geluidsopnamen). De minister heeft in het verweerschrift toegelicht dat in de beslissing op bezwaar van 18 juni 2021 over de subsidie voor het eerste kwartaal van 2021, de SBI-code op verzoek van de ondernemer is aangepast naar 56.10.2 (Fastfoodrestaurants, cafetaria's, ijssalons, eetkramen e.d.). Tegen die beslissing op bezwaar is geen beroep ingesteld. De minister heeft daarom bij aanvragen voor volgende kwartalen ook SBI-code 56.10.2 gehanteerd.
4. Het College stelt vast dat de ondernemer een lunchroom exploiteert. Hij betwist ook niet dat de SBI-code 56.10.2 past bij zijn feitelijke activiteiten. Dit betekent dat het verleningsbesluit onjuist was. Op grond van artikel 4:48, eerste lid, aanhef en onder d, van de Awb kan een subsidieverlening, zolang deze nog niet is vastgesteld, ten nadele van de ontvanger worden gewijzigd als de subsidieverlening onjuist was en de ontvanger dit wist of behoorde te weten. In dit geval wist de ondernemer dat voor het verleningsbesluit een verkeerde SBI-code gebruikt was. Dat blijkt uit zijn bezwaarschrift tegen het verleningsbesluit. De minister was daarom bevoegd de subsidieverlening in zijn nadeel te wijzigen, ook als de ondernemer geen bezwaar had gemaakt tegen het verleningsbesluit. De minister heeft overigens gemotiveerd bestreden dat de ondernemer zijn bezwaarschrift tegen het verleningsbesluit heeft ingetrokken. Maar voor de beoordeling maakt het niet uit of de ondernemer zijn bezwaarschrift nu wel of niet heeft ingetrokken. Het College laat dat daarom in het midden. Ten slotte oordeelt het College dat de omstandigheid dat het bestreden besluit financiële gevolgen voor de ondernemer heeft, onvoldoende is om te concluderen dat de nadelige gevolgen van het besluit onevenredig zijn. De minister heeft laten weten dat de ondernemer een op maat gemaakte betalingsregeling en uitstel van betaling kan aanvragen. Van bijzondere omstandigheden is niet gebleken.
5. Het beroep is (kennelijk) ongegrond.
Dictum
Het College verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. W.J.A.M. van Brussel, in aanwezigheid van mr. A.A. Dijk, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 26 november 2024.
w.g. W.J.A.M. van Brussel w.g. A.A. Dijk
Afschrift verzonden aan partijen op:
Wat u kunt doen als u het niet eens bent met deze uitspraak
Tegen deze uitspraak kunt u in verzet gaan bij het College. U doet dit door in een brief (het verzetschrift) toe te lichten waarom u het niet eens bent met de uitspraak. Zorg ervoor dat het College uw verzetschrift op tijd ontvangt, namelijk binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. In uw verzetschrift kunt u het College vragen om mondeling te mogen toelichten waarom u het niet eens bent met de uitspraak.
Inleiding
uitspraak
COLLEGE VAN BEROEP VOOR HET BEDRIJFSLEVEN
zaaknummer: 23/913
uitspraak zonder zitting van de enkelvoudige kamer van 26 november 2024 in de zaak tussen
[naam 1] , handelend onder de naam [naam 2] , te [woonplaats] (ondernemer)
en
de minister van Economische Zaken
Procesverloop
Met het besluit van 9 december 2021 (verleningsbesluit) heeft de minister aan de ondernemer op grond van de Regeling subsidie vaste lasten financiering COVID-19 (TVL) voor het tweede kwartaal (Q2) van 2021 een subsidie verleend van € 11.432,06.
Met het besluit van 15 februari 2023 (bestreden besluit) heeft de minister het bezwaar van de ondernemer gegrond verklaard, de subsidie opnieuw berekend en € 3.886,25 subsidie verleend. Het te veel betaalde voorschot is teruggevorderd.
De ondernemer heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld.
De minister heeft een verweerschrift ingediend.
Beoordeling
1. Het College doet uitspraak zonder zitting, omdat het na lezing van het beroepschrift en de andere stukken in het dossier over voldoende informatie beschikt om tot een oordeel te komen. Artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) bepaalt dat een zitting in dat geval niet nodig is.
2. De ondernemer voert aan dat hij ervan uit was gegaan dat hij zijn bezwaarschrift had ingetrokken. Op 19 januari 2023 heeft hij hier telefonisch contact over gehad met een medewerker van de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO). Daarna heeft hij geprobeerd om via de website het bezwaarschrift in te trekken, maar dat was helaas niet mogelijk door storingen. Daarom heeft hij de intrekking per post verstuurd. Terugvordering van het te veel betaalde voorschot zou voor de ondernemer verstrekkende financiële gevolgen hebben: het zou wel eens het einde van zijn onderneming kunnen betekenen.
3. In het verleningsbesluit is de hoogte van de subsidie berekend op basis van de Standaard Bedrijfsindeling (SBI)-code 59.20 (Maken en uitgeven van geluidsopnamen). De minister heeft in het verweerschrift toegelicht dat in de beslissing op bezwaar van 18 juni 2021 over de subsidie voor het eerste kwartaal van 2021, de SBI-code op verzoek van de ondernemer is aangepast naar 56.10.2 (Fastfoodrestaurants, cafetaria's, ijssalons, eetkramen e.d.). Tegen die beslissing op bezwaar is geen beroep ingesteld. De minister heeft daarom bij aanvragen voor volgende kwartalen ook SBI-code 56.10.2 gehanteerd.
4. Het College stelt vast dat de ondernemer een lunchroom exploiteert. Hij betwist ook niet dat de SBI-code 56.10.2 past bij zijn feitelijke activiteiten. Dit betekent dat het verleningsbesluit onjuist was. Op grond van artikel 4:48, eerste lid, aanhef en onder d, van de Awb kan een subsidieverlening, zolang deze nog niet is vastgesteld, ten nadele van de ontvanger worden gewijzigd als de subsidieverlening onjuist was en de ontvanger dit wist of behoorde te weten. In dit geval wist de ondernemer dat voor het verleningsbesluit een verkeerde SBI-code gebruikt was. Dat blijkt uit zijn bezwaarschrift tegen het verleningsbesluit. De minister was daarom bevoegd de subsidieverlening in zijn nadeel te wijzigen, ook als de ondernemer geen bezwaar had gemaakt tegen het verleningsbesluit. De minister heeft overigens gemotiveerd bestreden dat de ondernemer zijn bezwaarschrift tegen het verleningsbesluit heeft ingetrokken. Maar voor de beoordeling maakt het niet uit of de ondernemer zijn bezwaarschrift nu wel of niet heeft ingetrokken. Het College laat dat daarom in het midden. Ten slotte oordeelt het College dat de omstandigheid dat het bestreden besluit financiële gevolgen voor de ondernemer heeft, onvoldoende is om te concluderen dat de nadelige gevolgen van het besluit onevenredig zijn. De minister heeft laten weten dat de ondernemer een op maat gemaakte betalingsregeling en uitstel van betaling kan aanvragen. Van bijzondere omstandigheden is niet gebleken.
5. Het beroep is (kennelijk) ongegrond.
Dictum
Het College verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. W.J.A.M. van Brussel, in aanwezigheid van mr. A.A. Dijk, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 26 november 2024.
w.g. W.J.A.M. van Brussel w.g. A.A. Dijk
Afschrift verzonden aan partijen op:
Wat u kunt doen als u het niet eens bent met deze uitspraak
Tegen deze uitspraak kunt u in verzet gaan bij het College. U doet dit door in een brief (het verzetschrift) toe te lichten waarom u het niet eens bent met de uitspraak. Zorg ervoor dat het College uw verzetschrift op tijd ontvangt, namelijk binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. In uw verzetschrift kunt u het College vragen om mondeling te mogen toelichten waarom u het niet eens bent met de uitspraak.