Rechtspraak
College van Beroep voor het bedrijfsleven
2024-10-21
ECLI:NL:CBB:2024:788
Bestuursrecht
Mondelinge uitspraak
1,341 tokens
Inleiding
proces-verbaal uitspraak
COLLEGE VAN BEROEP VOOR HET BEDRIJFSLEVEN
zaaknummer: 24/44
proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de enkelvoudige kamer van 21 oktober 2024
Rechter: mr. H.S.J. Albers
Griffier: mr. D. de Vries
Partijen:
[naam] , te [plaats]
en
de minister van Klimaat en Groene Groei
(gemachtigde: mr. M. Wullink)
Overwegingen
1. Aan [naam] is op grond van het Besluit Stimulering duurzame energieproductie (SDE) een subsidie verleend voor een zon-pv-installatie.
2 De minister heeft het subsidiebedrag over de periode 1 juni 2010 tot en met 31 december 2022 bijgesteld naar € 10.383,12,-. Volgens [naam] was bij de toekenning van de subsidie onvoldoende duidelijk dat de subsidie zoveel lager dan het genoemde maximum bedrag van € 18.590,- kan worden vastgesteld. Hij voelt zich misleid en verzoekt daarom om toepassing van de menselijke maat.
3 Het College is van oordeel dat in het verleningsbesluit van 28 september 2009 duidelijk is vermeld dat de subsidie ieder jaar kan worden bijgesteld en dat het genoemde bedrag een maximum bedrag is. Hieraan kon [naam] dan ook niet het vertrouwen ontlenen dat de subsidie niet lager zou worden vastgesteld. [naam] betwist de berekening van de correctie niet en stelt ook niet dat de correctie voor hem onredelijk bezwarend is. Het College acht het besluit niet onevenwichtig. Van bijzondere omstandigheden is niet gebleken.
4 Het beroep is ongegrond. De minister hoeft geen proceskosten te betalen.
w.g. H.S.J. Albers w.g. D. de Vries
Inleiding
proces-verbaal uitspraak
COLLEGE VAN BEROEP VOOR HET BEDRIJFSLEVEN
zaaknummer: 24/44
proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de enkelvoudige kamer van 21 oktober 2024
Rechter: mr. H.S.J. Albers
Griffier: mr. D. de Vries
Partijen:
[naam] , te [plaats]
en
de minister van Klimaat en Groene Groei
(gemachtigde: mr. M. Wullink)
Overwegingen
1. Aan [naam] is op grond van het Besluit Stimulering duurzame energieproductie (SDE) een subsidie verleend voor een zon-pv-installatie.
2 De minister heeft het subsidiebedrag over de periode 1 juni 2010 tot en met 31 december 2022 bijgesteld naar € 10.383,12,-. Volgens [naam] was bij de toekenning van de subsidie onvoldoende duidelijk dat de subsidie zoveel lager dan het genoemde maximum bedrag van € 18.590,- kan worden vastgesteld. Hij voelt zich misleid en verzoekt daarom om toepassing van de menselijke maat.
3 Het College is van oordeel dat in het verleningsbesluit van 28 september 2009 duidelijk is vermeld dat de subsidie ieder jaar kan worden bijgesteld en dat het genoemde bedrag een maximum bedrag is. Hieraan kon [naam] dan ook niet het vertrouwen ontlenen dat de subsidie niet lager zou worden vastgesteld. [naam] betwist de berekening van de correctie niet en stelt ook niet dat de correctie voor hem onredelijk bezwarend is. Het College acht het besluit niet onevenwichtig. Van bijzondere omstandigheden is niet gebleken.
4 Het beroep is ongegrond. De minister hoeft geen proceskosten te betalen.
w.g. H.S.J. Albers w.g. D. de Vries
Inleiding
proces-verbaal uitspraak
COLLEGE VAN BEROEP VOOR HET BEDRIJFSLEVEN
zaaknummer: 24/44
proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de enkelvoudige kamer van 21 oktober 2024
Rechter: mr. H.S.J. Albers
Griffier: mr. D. de Vries
Partijen:
[naam] , te [plaats]
en
de minister van Klimaat en Groene Groei
(gemachtigde: mr. M. Wullink)
Overwegingen
1. Aan [naam] is op grond van het Besluit Stimulering duurzame energieproductie (SDE) een subsidie verleend voor een zon-pv-installatie.
2 De minister heeft het subsidiebedrag over de periode 1 juni 2010 tot en met 31 december 2022 bijgesteld naar € 10.383,12,-. Volgens [naam] was bij de toekenning van de subsidie onvoldoende duidelijk dat de subsidie zoveel lager dan het genoemde maximum bedrag van € 18.590,- kan worden vastgesteld. Hij voelt zich misleid en verzoekt daarom om toepassing van de menselijke maat.
3 Het College is van oordeel dat in het verleningsbesluit van 28 september 2009 duidelijk is vermeld dat de subsidie ieder jaar kan worden bijgesteld en dat het genoemde bedrag een maximum bedrag is. Hieraan kon [naam] dan ook niet het vertrouwen ontlenen dat de subsidie niet lager zou worden vastgesteld. [naam] betwist de berekening van de correctie niet en stelt ook niet dat de correctie voor hem onredelijk bezwarend is. Het College acht het besluit niet onevenwichtig. Van bijzondere omstandigheden is niet gebleken.
4 Het beroep is ongegrond. De minister hoeft geen proceskosten te betalen.
w.g. H.S.J. Albers w.g. D. de Vries