Rechtspraak
College van Beroep voor het bedrijfsleven
2024-05-23
ECLI:NL:CBB:2024:399
Bestuursrecht
Eerste aanleg - meervoudig
3,556 tokens
Dictum
Vereniging Energie-Nederland, (VEN)
(gemachtigden: mr. J.E. Janssen),
en
de Autoriteit Consument en Markt, (ACM)
(gemachtigden: mr. E.W.T.M. van Leeuwen en mr. M. Vleggeert).
Procesverloop
Op 22 augustus 2023 heeft de ACM de WACC voor de warmteleveranciers over de periode 2018-2022 en 2023-2025 vastgesteld.
VEN heeft hiertegen beroep ingesteld.
Op 29 februari 2024 heeft een regiezitting plaatsgevonden.
De ACM heeft een verweerschrift ingediend.
Zowel VEN als de ACM hebben een nadere uiteenzetting gegeven.
De zitting was op 15 mei 2024. Aan de zitting hebben deelgenomen de gemachtigden van partijen, [naam 1] en [naam 2] aan de zijde van VEN en [naam 3] aan de zijde van de ACM.
Het College heeft het onderzoek in deze zaak op de zitting gesloten.
Overwegingen
1. Zoals afgesproken op de regiezitting op 29 februari 2024 is op de zitting van 15 mei 2024 de vraag besproken of de vaststelling van de WACC een besluit is in de zin van artikel 1:3, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) waartegen beroep kan worden ingesteld. Het College is van oordeel dat dit het geval is en overweegt daarover het volgende.
2 De ACM heeft de WACC vastgesteld ten behoeve van de rendementstoets als bedoeld in artikel 7 van de Warmtewet. Artikel 7 van de Warmtewet luidt, voor zover van belang, als volgt:
"2. De Autoriteit Consument en Markt toetst of het rendement van een leverancier op al zijn netten gezamenlijk hoger is dan een door de Autoriteit Consument en Markt vast te stellen redelijk rendement.
3. Indien het rendement van een leverancier op al zijn netten gezamenlijk hoger is dan een door de Autoriteit Consument en Markt vast te stellen redelijk rendement, kan de Autoriteit Consument en Markt het meer dan redelijk behaalde rendement door middel van een correctiefactor laten verdisconteren in de toekomstige tarieven van die leverancier.”
3 Het College onderschrijft het standpunt van partijen dat de vaststelling van de WACC als bedoeld in artikel 7, tweede lid, van de Warmtewet een concretiserend besluit van algemene strekking is waartegen beroep open staat. Een concretiserend besluit van algemene strekking bepaalt het toepassingsbereik van een algemeen verbindend voorschrift naar tijd, plaats, persoon of object nader (concretiseert dit), maar voorziet daarbij niet in een zelfstandige normstelling.
De vaststelling van de WACC betreft de invulling van het ‘redelijk rendement’ en daarmee de nadere concretisering van het toepassingsbereik van artikel 7, tweede lid, van de Warmtewet. Met deze invulling wordt het toepassingsbereik van de rendementstoets van artikel 7, tweede lid, van de Warmtewet beperkt tot warmteleveranciers die een rendement behalen dat boven de WACC ligt. Zonder die concretisering kan de toets namelijk van toepassing zijn op iedere warmteleverancier.
4 Nu het oordeel is dat sprake is van een besluit waartegen beroep open staat, zal het College het onderzoek heropenen. Het geding zal worden voortgezet conform de afspraken die zijn gemaakt op de zitting van 15 mei 2024.
Dictum
Het College:
- heropent het onderzoek;
- houdt iedere verdere beslissing aan.
Aldus genomen door mr. J.H. de Wildt, mr. M. van Duuren en mr. D. Brugman, in tegenwoordigheid van mr. I.C. Hof als griffier, op 23 mei 2024. .
w.g. J.H. de Wildt w.g. I.C. Hof
Dictum
Vereniging Energie-Nederland, (VEN)
(gemachtigden: mr. J.E. Janssen),
en
de Autoriteit Consument en Markt, (ACM)
(gemachtigden: mr. E.W.T.M. van Leeuwen en mr. M. Vleggeert).
Procesverloop
Op 22 augustus 2023 heeft de ACM de WACC voor de warmteleveranciers over de periode 2018-2022 en 2023-2025 vastgesteld.
VEN heeft hiertegen beroep ingesteld.
Op 29 februari 2024 heeft een regiezitting plaatsgevonden.
De ACM heeft een verweerschrift ingediend.
Zowel VEN als de ACM hebben een nadere uiteenzetting gegeven.
De zitting was op 15 mei 2024. Aan de zitting hebben deelgenomen de gemachtigden van partijen, [naam 1] en [naam 2] aan de zijde van VEN en [naam 3] aan de zijde van de ACM.
Het College heeft het onderzoek in deze zaak op de zitting gesloten.
Overwegingen
1. Zoals afgesproken op de regiezitting op 29 februari 2024 is op de zitting van 15 mei 2024 de vraag besproken of de vaststelling van de WACC een besluit is in de zin van artikel 1:3, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) waartegen beroep kan worden ingesteld. Het College is van oordeel dat dit het geval is en overweegt daarover het volgende.
2 De ACM heeft de WACC vastgesteld ten behoeve van de rendementstoets als bedoeld in artikel 7 van de Warmtewet. Artikel 7 van de Warmtewet luidt, voor zover van belang, als volgt:
"2. De Autoriteit Consument en Markt toetst of het rendement van een leverancier op al zijn netten gezamenlijk hoger is dan een door de Autoriteit Consument en Markt vast te stellen redelijk rendement.
3. Indien het rendement van een leverancier op al zijn netten gezamenlijk hoger is dan een door de Autoriteit Consument en Markt vast te stellen redelijk rendement, kan de Autoriteit Consument en Markt het meer dan redelijk behaalde rendement door middel van een correctiefactor laten verdisconteren in de toekomstige tarieven van die leverancier.”
3 Het College onderschrijft het standpunt van partijen dat de vaststelling van de WACC als bedoeld in artikel 7, tweede lid, van de Warmtewet een concretiserend besluit van algemene strekking is waartegen beroep open staat. Een concretiserend besluit van algemene strekking bepaalt het toepassingsbereik van een algemeen verbindend voorschrift naar tijd, plaats, persoon of object nader (concretiseert dit), maar voorziet daarbij niet in een zelfstandige normstelling.
De vaststelling van de WACC betreft de invulling van het ‘redelijk rendement’ en daarmee de nadere concretisering van het toepassingsbereik van artikel 7, tweede lid, van de Warmtewet. Met deze invulling wordt het toepassingsbereik van de rendementstoets van artikel 7, tweede lid, van de Warmtewet beperkt tot warmteleveranciers die een rendement behalen dat boven de WACC ligt. Zonder die concretisering kan de toets namelijk van toepassing zijn op iedere warmteleverancier.
4 Nu het oordeel is dat sprake is van een besluit waartegen beroep open staat, zal het College het onderzoek heropenen. Het geding zal worden voortgezet conform de afspraken die zijn gemaakt op de zitting van 15 mei 2024.
Dictum
Het College:
- heropent het onderzoek;
- houdt iedere verdere beslissing aan.
Aldus genomen door mr. J.H. de Wildt, mr. M. van Duuren en mr. D. Brugman, in tegenwoordigheid van mr. I.C. Hof als griffier, op 23 mei 2024. .
w.g. J.H. de Wildt w.g. I.C. Hof
Dictum
Vereniging Energie-Nederland, (VEN)
(gemachtigden: mr. J.E. Janssen),
en
de Autoriteit Consument en Markt, (ACM)
(gemachtigden: mr. E.W.T.M. van Leeuwen en mr. M. Vleggeert).
Procesverloop
Op 22 augustus 2023 heeft de ACM de WACC voor de warmteleveranciers over de periode 2018-2022 en 2023-2025 vastgesteld.
VEN heeft hiertegen beroep ingesteld.
Op 29 februari 2024 heeft een regiezitting plaatsgevonden.
De ACM heeft een verweerschrift ingediend.
Zowel VEN als de ACM hebben een nadere uiteenzetting gegeven.
De zitting was op 15 mei 2024. Aan de zitting hebben deelgenomen de gemachtigden van partijen, [naam 1] en [naam 2] aan de zijde van VEN en [naam 3] aan de zijde van de ACM.
Het College heeft het onderzoek in deze zaak op de zitting gesloten.
Overwegingen
1. Zoals afgesproken op de regiezitting op 29 februari 2024 is op de zitting van 15 mei 2024 de vraag besproken of de vaststelling van de WACC een besluit is in de zin van artikel 1:3, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) waartegen beroep kan worden ingesteld. Het College is van oordeel dat dit het geval is en overweegt daarover het volgende.
2 De ACM heeft de WACC vastgesteld ten behoeve van de rendementstoets als bedoeld in artikel 7 van de Warmtewet. Artikel 7 van de Warmtewet luidt, voor zover van belang, als volgt:
"2. De Autoriteit Consument en Markt toetst of het rendement van een leverancier op al zijn netten gezamenlijk hoger is dan een door de Autoriteit Consument en Markt vast te stellen redelijk rendement.
3. Indien het rendement van een leverancier op al zijn netten gezamenlijk hoger is dan een door de Autoriteit Consument en Markt vast te stellen redelijk rendement, kan de Autoriteit Consument en Markt het meer dan redelijk behaalde rendement door middel van een correctiefactor laten verdisconteren in de toekomstige tarieven van die leverancier.”
3 Het College onderschrijft het standpunt van partijen dat de vaststelling van de WACC als bedoeld in artikel 7, tweede lid, van de Warmtewet een concretiserend besluit van algemene strekking is waartegen beroep open staat. Een concretiserend besluit van algemene strekking bepaalt het toepassingsbereik van een algemeen verbindend voorschrift naar tijd, plaats, persoon of object nader (concretiseert dit), maar voorziet daarbij niet in een zelfstandige normstelling.
De vaststelling van de WACC betreft de invulling van het ‘redelijk rendement’ en daarmee de nadere concretisering van het toepassingsbereik van artikel 7, tweede lid, van de Warmtewet. Met deze invulling wordt het toepassingsbereik van de rendementstoets van artikel 7, tweede lid, van de Warmtewet beperkt tot warmteleveranciers die een rendement behalen dat boven de WACC ligt. Zonder die concretisering kan de toets namelijk van toepassing zijn op iedere warmteleverancier.
4 Nu het oordeel is dat sprake is van een besluit waartegen beroep open staat, zal het College het onderzoek heropenen. Het geding zal worden voortgezet conform de afspraken die zijn gemaakt op de zitting van 15 mei 2024.
Dictum
Het College:
- heropent het onderzoek;
- houdt iedere verdere beslissing aan.
Aldus genomen door mr. J.H. de Wildt, mr. M. van Duuren en mr. D. Brugman, in tegenwoordigheid van mr. I.C. Hof als griffier, op 23 mei 2024. .
w.g. J.H. de Wildt w.g. I.C. Hof
Dictum
Vereniging Energie-Nederland, (VEN)
(gemachtigden: mr. J.E. Janssen),
en
de Autoriteit Consument en Markt, (ACM)
(gemachtigden: mr. E.W.T.M. van Leeuwen en mr. M. Vleggeert).
Procesverloop
Op 22 augustus 2023 heeft de ACM de WACC voor de warmteleveranciers over de periode 2018-2022 en 2023-2025 vastgesteld.
VEN heeft hiertegen beroep ingesteld.
Op 29 februari 2024 heeft een regiezitting plaatsgevonden.
De ACM heeft een verweerschrift ingediend.
Zowel VEN als de ACM hebben een nadere uiteenzetting gegeven.
De zitting was op 15 mei 2024. Aan de zitting hebben deelgenomen de gemachtigden van partijen, [naam 1] en [naam 2] aan de zijde van VEN en [naam 3] aan de zijde van de ACM.
Het College heeft het onderzoek in deze zaak op de zitting gesloten.
Overwegingen
1. Zoals afgesproken op de regiezitting op 29 februari 2024 is op de zitting van 15 mei 2024 de vraag besproken of de vaststelling van de WACC een besluit is in de zin van artikel 1:3, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) waartegen beroep kan worden ingesteld. Het College is van oordeel dat dit het geval is en overweegt daarover het volgende.
2 De ACM heeft de WACC vastgesteld ten behoeve van de rendementstoets als bedoeld in artikel 7 van de Warmtewet. Artikel 7 van de Warmtewet luidt, voor zover van belang, als volgt:
"2. De Autoriteit Consument en Markt toetst of het rendement van een leverancier op al zijn netten gezamenlijk hoger is dan een door de Autoriteit Consument en Markt vast te stellen redelijk rendement.
3. Indien het rendement van een leverancier op al zijn netten gezamenlijk hoger is dan een door de Autoriteit Consument en Markt vast te stellen redelijk rendement, kan de Autoriteit Consument en Markt het meer dan redelijk behaalde rendement door middel van een correctiefactor laten verdisconteren in de toekomstige tarieven van die leverancier.”
3 Het College onderschrijft het standpunt van partijen dat de vaststelling van de WACC als bedoeld in artikel 7, tweede lid, van de Warmtewet een concretiserend besluit van algemene strekking is waartegen beroep open staat. Een concretiserend besluit van algemene strekking bepaalt het toepassingsbereik van een algemeen verbindend voorschrift naar tijd, plaats, persoon of object nader (concretiseert dit), maar voorziet daarbij niet in een zelfstandige normstelling.
De vaststelling van de WACC betreft de invulling van het ‘redelijk rendement’ en daarmee de nadere concretisering van het toepassingsbereik van artikel 7, tweede lid, van de Warmtewet. Met deze invulling wordt het toepassingsbereik van de rendementstoets van artikel 7, tweede lid, van de Warmtewet beperkt tot warmteleveranciers die een rendement behalen dat boven de WACC ligt. Zonder die concretisering kan de toets namelijk van toepassing zijn op iedere warmteleverancier.
4 Nu het oordeel is dat sprake is van een besluit waartegen beroep open staat, zal het College het onderzoek heropenen. Het geding zal worden voortgezet conform de afspraken die zijn gemaakt op de zitting van 15 mei 2024.
Dictum
Het College:
- heropent het onderzoek;
- houdt iedere verdere beslissing aan.
Aldus genomen door mr. J.H. de Wildt, mr. M. van Duuren en mr. D. Brugman, in tegenwoordigheid van mr. I.C. Hof als griffier, op 23 mei 2024. .
w.g. J.H. de Wildt w.g. I.C. Hof