Rechtspraak
College van Beroep voor het bedrijfsleven
2024-04-30
ECLI:NL:CBB:2024:307
Bestuursrecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
12,145 tokens
Inleiding
uitspraak
COLLEGE VAN BEROEP VOOR HET BEDRIJFSLEVEN
zaaknummer: 23/1475
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 30 april 2024 in de zaak tussen
[naam] , te [plaats]
en
de minister voor Klimaat en Energie
(gemachtigde: mr. E. Hol)
Procesverloop
Met het besluit van 3 februari 2023 (afwijzingsbesluit) heeft de minister de aanvraag van [naam] voor een subsidie op grond van Titel 4.5 Investeringssubsidie duurzame energie (ISDE) van de Regeling nationale EZK- en LNV-subsidies (Regeling) afgewezen.
Met het besluit van 2 juni 2023 (bestreden besluit) heeft de minister het bezwaar van [naam] ongegrond verklaard.
[naam] heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld.
De minister heeft een verweerschrift ingediend.
De zitting was op 19 maart 2024. Aan de zitting hebben deelgenomen: [naam] en de gemachtigde van de minister.
Overwegingen
Op 19 november 2022 heeft [naam] subsidie aangevraagd voor gevel-, dak- en vloerisolatie. De minister heeft de aanvraag voor gevel- en dakisolatie afgewezen omdat minder dan het minimaal vereiste oppervlak is geïsoleerd (artikel 4.5.2, derde lid, onder a en b, van de Regeling). De aanvraag voor vloerisolatie is afgewezen omdat dit de enige overgebleven isolatiemaatregel was en er altijd voor ten minste twee isolatiemaatregelen subsidie moest worden aangevraagd (artikel 4.5.9, derde lid, aanhef en onder a, sub 1, van de Regeling, zoals die luidde ten tijde van de aanvraag).
Het toepasselijke wettelijke kader is opgenomen in een bijlage bij deze uitspraak.
[naam] voert aan dat hij zijn woning gefaseerd heeft verbouwd en verduurzaamd en om die reden ook gefaseerd subsidie heeft aangevraagd. Hij heeft drie keer subsidie aangevraagd. Op 25 december 2020 heeft hij op basis van de Subsidieregeling energiebesparing eigen huis subsidie aangevraagd voor gevel-, vloer-/bodem- en zolderisolatie. Deze subsidie is verleend. Op 7 december 2021 heeft hij subsidie aangevraagd voor een warmtepomp en een zonneboiler. Ook deze subsidie is verleend. Op 19 november 2022 heeft [naam] subsidie aangevraagd voor de laatste fase van de verbouwing en verduurzaming van zijn huis. Hij stelt dat dit allemaal aanvullende maatregelen zijn op de maatregelen uit de eerste fase van de verbouwing. De minister stelt zich volgens [naam] ten onrechte op het standpunt dat niet het minimaal vereiste oppervlak van de gevel en het dak is geïsoleerd, omdat het totale oppervlak dat in de gehele woning is geïsoleerd dat minimum ruim overstijgt. Ook is er dus wel degelijk subsidie aangevraagd voor ten minste twee isolatiemaatregelen. [naam] stelt dat hij zich maximaal heeft ingespannen om zijn huis duurzaam te maken. Hij meent dat er in de brij van regels, die zijn te vinden in een veelvoud aan regelingen die ook nog periodiek worden gewijzigd, is gezocht naar redenen om zijn aanvraag af te wijzen. Het kan niet zo zijn dat de regering subsidiemaatregelen afkondigt om te stimuleren dat woningen duurzamer gemaakt worden, maar dat vervolgens de subsidieverlening door toepassing van allerlei regeltjes de nek wordt omgedraaid. Op grond van redelijkheid en billijkheid dient hem alsnog subsidie toegekend te worden.
De minister wijst er in het verweerschrift op dat, op grond van artikel 4.5.2, derde lid, onder a en b, van de Regeling ten minste 20 vierkante meter dak geïsoleerd moet worden en ten minste 10 vierkante meter gevel om voor subsidie in aanmerking te komen. [naam] betwist niet dat aan dit vereiste niet is voldaan. De dak- en gevelisolatie komen daarom niet in aanmerking voor subsidie en dat betekent dat de vloerisolatie (waarbij wel was voldaan aan de minimaal vereiste oppervlakte) de enige overgebleven maatregel is. Op grond van artikel 4.5.9, derde lid, aanhef en onder a, sub 1, van de Regeling moest de aanvraag daarom in zijn geheel afgewezen worden. Op grond van deze bepaling gaat het niet om het totale aantal over langere tijd aangebrachte maatregelen, maar moet de huidige aanvraag betrekking hebben op ten minste twee verschillende typen energiebesparende maatregelen. Verder wijst de minister erop dat [naam] op 11 juni 2023 een vierde subsidieaanvraag heeft ingediend voor de vloerisolatie die bij de voorgaande aanvraag was afgewezen. De minister heeft hiervoor op 12 juli 2023 subsidie verleend. De Regeling is in de tussentijd namelijk gewijzigd, waardoor het nu wel mogelijk was om voor slechts één isolatiemaatregel (een lagere) subsidie te verlenen. Ten slotte merkt de minister op dat aan [naam] voor verschillende maatregelen in totaal € 10.061,- subsidie is verleend. Dat voor de huidige maatregelen € 634,- subsidie niet is verleend, betekent niet dat deze afwijzing onredelijk is.
Het College oordeelt dat de minister de subsidieaanvraag van 19 november 2022 terecht heeft afgewezen en legt hieronder uit waarom.
5.1
Uit 4.5.2, derde lid, onder a en b, van de Regeling volgt dat subsidie kan worden verleend voor dakisolatie of gevelisolatie, als er ten minste twintig respectievelijk tien vierkante meter van de oppervlakte wordt geïsoleerd. [naam] heeft subsidie aangevraagd voor elf vierkante meter dakisolatie en acht vierkante meter gevelisolatie. Dat betekent dat de minister terecht geen subsidie heeft verleend voor deze maatregelen. Op grond van de Regeling kan geen rekening gehouden worden met eerder aangebrachte dak- en gevelisolatie waarvoor al subsidie is verleend.
5.2
Uit artikel 4.5.9, derde lid, aanhef en onder a, sub 1, van de Regeling (zoals deze gold ten tijde van de aanvraag) volgt dat een subsidieaanvraag betrekking moet hebben op twee of meer verschillende typen investeringen voor energiebesparende isolatiemaatregelen. Omdat de minister de aanvraag voor dak- en gevelisolatie moest afwijzen, bleef alleen de aanvraag voor vloerisolatie over, zodat de minister die ook moest afwijzen. Dat [naam] op een eerder moment ook andere isolatiemaatregelen heeft getroffen en daarvoor ook subsidie heeft gekregen, leidt niet tot een ander oordeel. Zoals de minister terecht heeft opgemerkt, moet de aanvraag betrekking hebben op twee of meer verschillende maatregelen. De Regeling biedt geen ruimte om rekening te houden met eerdere aanvragen waarin subsidie voor andere typen maatregelen is gevraagd.
5.3
[naam] ’ stelling dat het niet zo kan zijn dat hij zijn huis verduurzaamd heeft, maar nu door toepassing van allerlei regeltjes toch geen subsidie krijgt, vat het College op als een beroep op het evenredigheidsbeginsel. Dit beroep slaagt niet. In de Regeling zijn de afwijzingsgronden zo geformuleerd dat de minister een subsidieaanvraag moet afwijzen als een afwijzingsgrond zich voordoet. De Regeling biedt geen uitzonderingsmogelijkheden en biedt de minister ook geen ruimte voor een belangenafweging. Het College begrijpt dat [naam] er om praktische redenen voor gekozen heeft om zijn huis gefaseerd te verduurzamen en daarom de subsidie ook gefaseerd heeft aangevraagd. Dat dit als gevolg heeft gehad dat een deel van de door hem toegepaste isolatiemaatregelen niet voor subsidie in aanmerking komt, is echter geen bijzondere omstandigheid die maakt dat toepassing van de Regeling in dit geval tot een onevenredige uitkomst leidt.
6 Het beroep is ongegrond. De minister hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Dictum
Het College verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. M.M. Smorenburg, in aanwezigheid van mr. A.A. Dijk, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 30 april 2024.
w.g. M.M. Smorenburg w.g. A.A. Dijk
Bijlage
Regeling nationale EZK- en LNV-subsidies (zoals luidend ten tijde van de aanvraag)
Artikel 4.5.2, derde lid, aanhef en onder a, sub 1 en onder b, sub 1
3. Voor zover de subsidie betrekking heeft op een investering voor energiebesparende isolatiemaatregelen als bedoeld in het eerste lid, onderdeel b, wordt deze verstrekt aan een eigenaar-bewoner ten behoeve van de aanschaf en het door een bouwbedrijf in een koopwoning laten aanbrengen van isolatiemateriaal, dat is voorzien van een prestatieverklaring, voor één of meer van de volgende typen energiebesparende isolatiemaatregelen:
a. dakisolatie dan wel zolder- of vlieringvloerisolatie, waarbij:
1°. ten minste 20 vierkante meter van de oppervlakte van het bestaande dak in de bestaande thermische schil dan wel, indien de zolder of vliering onverwarmd is, van ten minste 20 vierkante meter van de oppervlakte van de bestaande zolder- of vlieringvloer, wordt geïsoleerd;
(…)
b. gevelisolatie, waarbij:
1°. ten minste 10 vierkante meter van de oppervlakte van de binnen- of buitengevel van de bestaande thermische schil wordt geïsoleerd;(…)
Artikel 4.5.9, derde lid, aanhef en onder a, sub 1
3. De minister beslist afwijzend op een aanvraag voor subsidie voor een investering voor energiebesparende isolatiemaatregelen als bedoeld in artikel 4.5.2, derde lid, indien:
a. de aanvraag voor subsidie geen betrekking heeft op:
1°. twee of meer verschillende typen investeringen die op het moment van indiening van de aanvraag op grond van deze titel voor subsidie in aanmerking kunnen komen; of(…)
Inleiding
uitspraak
COLLEGE VAN BEROEP VOOR HET BEDRIJFSLEVEN
zaaknummer: 23/1475
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 30 april 2024 in de zaak tussen
[naam] , te [plaats]
en
de minister voor Klimaat en Energie
(gemachtigde: mr. E. Hol)
Procesverloop
Met het besluit van 3 februari 2023 (afwijzingsbesluit) heeft de minister de aanvraag van [naam] voor een subsidie op grond van Titel 4.5 Investeringssubsidie duurzame energie (ISDE) van de Regeling nationale EZK- en LNV-subsidies (Regeling) afgewezen.
Met het besluit van 2 juni 2023 (bestreden besluit) heeft de minister het bezwaar van [naam] ongegrond verklaard.
[naam] heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld.
De minister heeft een verweerschrift ingediend.
De zitting was op 19 maart 2024. Aan de zitting hebben deelgenomen: [naam] en de gemachtigde van de minister.
Overwegingen
Op 19 november 2022 heeft [naam] subsidie aangevraagd voor gevel-, dak- en vloerisolatie. De minister heeft de aanvraag voor gevel- en dakisolatie afgewezen omdat minder dan het minimaal vereiste oppervlak is geïsoleerd (artikel 4.5.2, derde lid, onder a en b, van de Regeling). De aanvraag voor vloerisolatie is afgewezen omdat dit de enige overgebleven isolatiemaatregel was en er altijd voor ten minste twee isolatiemaatregelen subsidie moest worden aangevraagd (artikel 4.5.9, derde lid, aanhef en onder a, sub 1, van de Regeling, zoals die luidde ten tijde van de aanvraag).
Het toepasselijke wettelijke kader is opgenomen in een bijlage bij deze uitspraak.
[naam] voert aan dat hij zijn woning gefaseerd heeft verbouwd en verduurzaamd en om die reden ook gefaseerd subsidie heeft aangevraagd. Hij heeft drie keer subsidie aangevraagd. Op 25 december 2020 heeft hij op basis van de Subsidieregeling energiebesparing eigen huis subsidie aangevraagd voor gevel-, vloer-/bodem- en zolderisolatie. Deze subsidie is verleend. Op 7 december 2021 heeft hij subsidie aangevraagd voor een warmtepomp en een zonneboiler. Ook deze subsidie is verleend. Op 19 november 2022 heeft [naam] subsidie aangevraagd voor de laatste fase van de verbouwing en verduurzaming van zijn huis. Hij stelt dat dit allemaal aanvullende maatregelen zijn op de maatregelen uit de eerste fase van de verbouwing. De minister stelt zich volgens [naam] ten onrechte op het standpunt dat niet het minimaal vereiste oppervlak van de gevel en het dak is geïsoleerd, omdat het totale oppervlak dat in de gehele woning is geïsoleerd dat minimum ruim overstijgt. Ook is er dus wel degelijk subsidie aangevraagd voor ten minste twee isolatiemaatregelen. [naam] stelt dat hij zich maximaal heeft ingespannen om zijn huis duurzaam te maken. Hij meent dat er in de brij van regels, die zijn te vinden in een veelvoud aan regelingen die ook nog periodiek worden gewijzigd, is gezocht naar redenen om zijn aanvraag af te wijzen. Het kan niet zo zijn dat de regering subsidiemaatregelen afkondigt om te stimuleren dat woningen duurzamer gemaakt worden, maar dat vervolgens de subsidieverlening door toepassing van allerlei regeltjes de nek wordt omgedraaid. Op grond van redelijkheid en billijkheid dient hem alsnog subsidie toegekend te worden.
De minister wijst er in het verweerschrift op dat, op grond van artikel 4.5.2, derde lid, onder a en b, van de Regeling ten minste 20 vierkante meter dak geïsoleerd moet worden en ten minste 10 vierkante meter gevel om voor subsidie in aanmerking te komen. [naam] betwist niet dat aan dit vereiste niet is voldaan. De dak- en gevelisolatie komen daarom niet in aanmerking voor subsidie en dat betekent dat de vloerisolatie (waarbij wel was voldaan aan de minimaal vereiste oppervlakte) de enige overgebleven maatregel is. Op grond van artikel 4.5.9, derde lid, aanhef en onder a, sub 1, van de Regeling moest de aanvraag daarom in zijn geheel afgewezen worden. Op grond van deze bepaling gaat het niet om het totale aantal over langere tijd aangebrachte maatregelen, maar moet de huidige aanvraag betrekking hebben op ten minste twee verschillende typen energiebesparende maatregelen. Verder wijst de minister erop dat [naam] op 11 juni 2023 een vierde subsidieaanvraag heeft ingediend voor de vloerisolatie die bij de voorgaande aanvraag was afgewezen. De minister heeft hiervoor op 12 juli 2023 subsidie verleend. De Regeling is in de tussentijd namelijk gewijzigd, waardoor het nu wel mogelijk was om voor slechts één isolatiemaatregel (een lagere) subsidie te verlenen. Ten slotte merkt de minister op dat aan [naam] voor verschillende maatregelen in totaal € 10.061,- subsidie is verleend. Dat voor de huidige maatregelen € 634,- subsidie niet is verleend, betekent niet dat deze afwijzing onredelijk is.
Het College oordeelt dat de minister de subsidieaanvraag van 19 november 2022 terecht heeft afgewezen en legt hieronder uit waarom.
5.1
Uit 4.5.2, derde lid, onder a en b, van de Regeling volgt dat subsidie kan worden verleend voor dakisolatie of gevelisolatie, als er ten minste twintig respectievelijk tien vierkante meter van de oppervlakte wordt geïsoleerd. [naam] heeft subsidie aangevraagd voor elf vierkante meter dakisolatie en acht vierkante meter gevelisolatie. Dat betekent dat de minister terecht geen subsidie heeft verleend voor deze maatregelen. Op grond van de Regeling kan geen rekening gehouden worden met eerder aangebrachte dak- en gevelisolatie waarvoor al subsidie is verleend.
5.2
Uit artikel 4.5.9, derde lid, aanhef en onder a, sub 1, van de Regeling (zoals deze gold ten tijde van de aanvraag) volgt dat een subsidieaanvraag betrekking moet hebben op twee of meer verschillende typen investeringen voor energiebesparende isolatiemaatregelen. Omdat de minister de aanvraag voor dak- en gevelisolatie moest afwijzen, bleef alleen de aanvraag voor vloerisolatie over, zodat de minister die ook moest afwijzen. Dat [naam] op een eerder moment ook andere isolatiemaatregelen heeft getroffen en daarvoor ook subsidie heeft gekregen, leidt niet tot een ander oordeel. Zoals de minister terecht heeft opgemerkt, moet de aanvraag betrekking hebben op twee of meer verschillende maatregelen. De Regeling biedt geen ruimte om rekening te houden met eerdere aanvragen waarin subsidie voor andere typen maatregelen is gevraagd.
5.3
[naam] ’ stelling dat het niet zo kan zijn dat hij zijn huis verduurzaamd heeft, maar nu door toepassing van allerlei regeltjes toch geen subsidie krijgt, vat het College op als een beroep op het evenredigheidsbeginsel. Dit beroep slaagt niet. In de Regeling zijn de afwijzingsgronden zo geformuleerd dat de minister een subsidieaanvraag moet afwijzen als een afwijzingsgrond zich voordoet. De Regeling biedt geen uitzonderingsmogelijkheden en biedt de minister ook geen ruimte voor een belangenafweging. Het College begrijpt dat [naam] er om praktische redenen voor gekozen heeft om zijn huis gefaseerd te verduurzamen en daarom de subsidie ook gefaseerd heeft aangevraagd. Dat dit als gevolg heeft gehad dat een deel van de door hem toegepaste isolatiemaatregelen niet voor subsidie in aanmerking komt, is echter geen bijzondere omstandigheid die maakt dat toepassing van de Regeling in dit geval tot een onevenredige uitkomst leidt.
6 Het beroep is ongegrond. De minister hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Dictum
Het College verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. M.M. Smorenburg, in aanwezigheid van mr. A.A. Dijk, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 30 april 2024.
w.g. M.M. Smorenburg w.g. A.A. Dijk
Bijlage
Regeling nationale EZK- en LNV-subsidies (zoals luidend ten tijde van de aanvraag)
Artikel 4.5.2, derde lid, aanhef en onder a, sub 1 en onder b, sub 1
3. Voor zover de subsidie betrekking heeft op een investering voor energiebesparende isolatiemaatregelen als bedoeld in het eerste lid, onderdeel b, wordt deze verstrekt aan een eigenaar-bewoner ten behoeve van de aanschaf en het door een bouwbedrijf in een koopwoning laten aanbrengen van isolatiemateriaal, dat is voorzien van een prestatieverklaring, voor één of meer van de volgende typen energiebesparende isolatiemaatregelen:
a. dakisolatie dan wel zolder- of vlieringvloerisolatie, waarbij:
1°. ten minste 20 vierkante meter van de oppervlakte van het bestaande dak in de bestaande thermische schil dan wel, indien de zolder of vliering onverwarmd is, van ten minste 20 vierkante meter van de oppervlakte van de bestaande zolder- of vlieringvloer, wordt geïsoleerd;
(…)
b. gevelisolatie, waarbij:
1°. ten minste 10 vierkante meter van de oppervlakte van de binnen- of buitengevel van de bestaande thermische schil wordt geïsoleerd;(…)
Artikel 4.5.9, derde lid, aanhef en onder a, sub 1
3. De minister beslist afwijzend op een aanvraag voor subsidie voor een investering voor energiebesparende isolatiemaatregelen als bedoeld in artikel 4.5.2, derde lid, indien:
a. de aanvraag voor subsidie geen betrekking heeft op:
1°. twee of meer verschillende typen investeringen die op het moment van indiening van de aanvraag op grond van deze titel voor subsidie in aanmerking kunnen komen; of(…)
Inleiding
uitspraak
COLLEGE VAN BEROEP VOOR HET BEDRIJFSLEVEN
zaaknummer: 23/1475
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 30 april 2024 in de zaak tussen
[naam] , te [plaats]
en
de minister voor Klimaat en Energie
(gemachtigde: mr. E. Hol)
Procesverloop
Met het besluit van 3 februari 2023 (afwijzingsbesluit) heeft de minister de aanvraag van [naam] voor een subsidie op grond van Titel 4.5 Investeringssubsidie duurzame energie (ISDE) van de Regeling nationale EZK- en LNV-subsidies (Regeling) afgewezen.
Met het besluit van 2 juni 2023 (bestreden besluit) heeft de minister het bezwaar van [naam] ongegrond verklaard.
[naam] heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld.
De minister heeft een verweerschrift ingediend.
De zitting was op 19 maart 2024. Aan de zitting hebben deelgenomen: [naam] en de gemachtigde van de minister.
Overwegingen
Op 19 november 2022 heeft [naam] subsidie aangevraagd voor gevel-, dak- en vloerisolatie. De minister heeft de aanvraag voor gevel- en dakisolatie afgewezen omdat minder dan het minimaal vereiste oppervlak is geïsoleerd (artikel 4.5.2, derde lid, onder a en b, van de Regeling). De aanvraag voor vloerisolatie is afgewezen omdat dit de enige overgebleven isolatiemaatregel was en er altijd voor ten minste twee isolatiemaatregelen subsidie moest worden aangevraagd (artikel 4.5.9, derde lid, aanhef en onder a, sub 1, van de Regeling, zoals die luidde ten tijde van de aanvraag).
Het toepasselijke wettelijke kader is opgenomen in een bijlage bij deze uitspraak.
[naam] voert aan dat hij zijn woning gefaseerd heeft verbouwd en verduurzaamd en om die reden ook gefaseerd subsidie heeft aangevraagd. Hij heeft drie keer subsidie aangevraagd. Op 25 december 2020 heeft hij op basis van de Subsidieregeling energiebesparing eigen huis subsidie aangevraagd voor gevel-, vloer-/bodem- en zolderisolatie. Deze subsidie is verleend. Op 7 december 2021 heeft hij subsidie aangevraagd voor een warmtepomp en een zonneboiler. Ook deze subsidie is verleend. Op 19 november 2022 heeft [naam] subsidie aangevraagd voor de laatste fase van de verbouwing en verduurzaming van zijn huis. Hij stelt dat dit allemaal aanvullende maatregelen zijn op de maatregelen uit de eerste fase van de verbouwing. De minister stelt zich volgens [naam] ten onrechte op het standpunt dat niet het minimaal vereiste oppervlak van de gevel en het dak is geïsoleerd, omdat het totale oppervlak dat in de gehele woning is geïsoleerd dat minimum ruim overstijgt. Ook is er dus wel degelijk subsidie aangevraagd voor ten minste twee isolatiemaatregelen. [naam] stelt dat hij zich maximaal heeft ingespannen om zijn huis duurzaam te maken. Hij meent dat er in de brij van regels, die zijn te vinden in een veelvoud aan regelingen die ook nog periodiek worden gewijzigd, is gezocht naar redenen om zijn aanvraag af te wijzen. Het kan niet zo zijn dat de regering subsidiemaatregelen afkondigt om te stimuleren dat woningen duurzamer gemaakt worden, maar dat vervolgens de subsidieverlening door toepassing van allerlei regeltjes de nek wordt omgedraaid. Op grond van redelijkheid en billijkheid dient hem alsnog subsidie toegekend te worden.
De minister wijst er in het verweerschrift op dat, op grond van artikel 4.5.2, derde lid, onder a en b, van de Regeling ten minste 20 vierkante meter dak geïsoleerd moet worden en ten minste 10 vierkante meter gevel om voor subsidie in aanmerking te komen. [naam] betwist niet dat aan dit vereiste niet is voldaan. De dak- en gevelisolatie komen daarom niet in aanmerking voor subsidie en dat betekent dat de vloerisolatie (waarbij wel was voldaan aan de minimaal vereiste oppervlakte) de enige overgebleven maatregel is. Op grond van artikel 4.5.9, derde lid, aanhef en onder a, sub 1, van de Regeling moest de aanvraag daarom in zijn geheel afgewezen worden. Op grond van deze bepaling gaat het niet om het totale aantal over langere tijd aangebrachte maatregelen, maar moet de huidige aanvraag betrekking hebben op ten minste twee verschillende typen energiebesparende maatregelen. Verder wijst de minister erop dat [naam] op 11 juni 2023 een vierde subsidieaanvraag heeft ingediend voor de vloerisolatie die bij de voorgaande aanvraag was afgewezen. De minister heeft hiervoor op 12 juli 2023 subsidie verleend. De Regeling is in de tussentijd namelijk gewijzigd, waardoor het nu wel mogelijk was om voor slechts één isolatiemaatregel (een lagere) subsidie te verlenen. Ten slotte merkt de minister op dat aan [naam] voor verschillende maatregelen in totaal € 10.061,- subsidie is verleend. Dat voor de huidige maatregelen € 634,- subsidie niet is verleend, betekent niet dat deze afwijzing onredelijk is.
Het College oordeelt dat de minister de subsidieaanvraag van 19 november 2022 terecht heeft afgewezen en legt hieronder uit waarom.
5.1
Uit 4.5.2, derde lid, onder a en b, van de Regeling volgt dat subsidie kan worden verleend voor dakisolatie of gevelisolatie, als er ten minste twintig respectievelijk tien vierkante meter van de oppervlakte wordt geïsoleerd. [naam] heeft subsidie aangevraagd voor elf vierkante meter dakisolatie en acht vierkante meter gevelisolatie. Dat betekent dat de minister terecht geen subsidie heeft verleend voor deze maatregelen. Op grond van de Regeling kan geen rekening gehouden worden met eerder aangebrachte dak- en gevelisolatie waarvoor al subsidie is verleend.
5.2
Uit artikel 4.5.9, derde lid, aanhef en onder a, sub 1, van de Regeling (zoals deze gold ten tijde van de aanvraag) volgt dat een subsidieaanvraag betrekking moet hebben op twee of meer verschillende typen investeringen voor energiebesparende isolatiemaatregelen. Omdat de minister de aanvraag voor dak- en gevelisolatie moest afwijzen, bleef alleen de aanvraag voor vloerisolatie over, zodat de minister die ook moest afwijzen. Dat [naam] op een eerder moment ook andere isolatiemaatregelen heeft getroffen en daarvoor ook subsidie heeft gekregen, leidt niet tot een ander oordeel. Zoals de minister terecht heeft opgemerkt, moet de aanvraag betrekking hebben op twee of meer verschillende maatregelen. De Regeling biedt geen ruimte om rekening te houden met eerdere aanvragen waarin subsidie voor andere typen maatregelen is gevraagd.
5.3
[naam] ’ stelling dat het niet zo kan zijn dat hij zijn huis verduurzaamd heeft, maar nu door toepassing van allerlei regeltjes toch geen subsidie krijgt, vat het College op als een beroep op het evenredigheidsbeginsel. Dit beroep slaagt niet. In de Regeling zijn de afwijzingsgronden zo geformuleerd dat de minister een subsidieaanvraag moet afwijzen als een afwijzingsgrond zich voordoet. De Regeling biedt geen uitzonderingsmogelijkheden en biedt de minister ook geen ruimte voor een belangenafweging. Het College begrijpt dat [naam] er om praktische redenen voor gekozen heeft om zijn huis gefaseerd te verduurzamen en daarom de subsidie ook gefaseerd heeft aangevraagd. Dat dit als gevolg heeft gehad dat een deel van de door hem toegepaste isolatiemaatregelen niet voor subsidie in aanmerking komt, is echter geen bijzondere omstandigheid die maakt dat toepassing van de Regeling in dit geval tot een onevenredige uitkomst leidt.
6 Het beroep is ongegrond. De minister hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Dictum
Het College verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. M.M. Smorenburg, in aanwezigheid van mr. A.A. Dijk, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 30 april 2024.
w.g. M.M. Smorenburg w.g. A.A. Dijk
Bijlage
Regeling nationale EZK- en LNV-subsidies (zoals luidend ten tijde van de aanvraag)
Artikel 4.5.2, derde lid, aanhef en onder a, sub 1 en onder b, sub 1
3. Voor zover de subsidie betrekking heeft op een investering voor energiebesparende isolatiemaatregelen als bedoeld in het eerste lid, onderdeel b, wordt deze verstrekt aan een eigenaar-bewoner ten behoeve van de aanschaf en het door een bouwbedrijf in een koopwoning laten aanbrengen van isolatiemateriaal, dat is voorzien van een prestatieverklaring, voor één of meer van de volgende typen energiebesparende isolatiemaatregelen:
a. dakisolatie dan wel zolder- of vlieringvloerisolatie, waarbij:
1°. ten minste 20 vierkante meter van de oppervlakte van het bestaande dak in de bestaande thermische schil dan wel, indien de zolder of vliering onverwarmd is, van ten minste 20 vierkante meter van de oppervlakte van de bestaande zolder- of vlieringvloer, wordt geïsoleerd;
(…)
b. gevelisolatie, waarbij:
1°. ten minste 10 vierkante meter van de oppervlakte van de binnen- of buitengevel van de bestaande thermische schil wordt geïsoleerd;(…)
Artikel 4.5.9, derde lid, aanhef en onder a, sub 1
3. De minister beslist afwijzend op een aanvraag voor subsidie voor een investering voor energiebesparende isolatiemaatregelen als bedoeld in artikel 4.5.2, derde lid, indien:
a. de aanvraag voor subsidie geen betrekking heeft op:
1°. twee of meer verschillende typen investeringen die op het moment van indiening van de aanvraag op grond van deze titel voor subsidie in aanmerking kunnen komen; of(…)
Inleiding
uitspraak
COLLEGE VAN BEROEP VOOR HET BEDRIJFSLEVEN
zaaknummer: 23/1475
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 30 april 2024 in de zaak tussen
[naam] , te [plaats]
en
de minister voor Klimaat en Energie
(gemachtigde: mr. E. Hol)
Procesverloop
Met het besluit van 3 februari 2023 (afwijzingsbesluit) heeft de minister de aanvraag van [naam] voor een subsidie op grond van Titel 4.5 Investeringssubsidie duurzame energie (ISDE) van de Regeling nationale EZK- en LNV-subsidies (Regeling) afgewezen.
Met het besluit van 2 juni 2023 (bestreden besluit) heeft de minister het bezwaar van [naam] ongegrond verklaard.
[naam] heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld.
De minister heeft een verweerschrift ingediend.
De zitting was op 19 maart 2024. Aan de zitting hebben deelgenomen: [naam] en de gemachtigde van de minister.
Overwegingen
Op 19 november 2022 heeft [naam] subsidie aangevraagd voor gevel-, dak- en vloerisolatie. De minister heeft de aanvraag voor gevel- en dakisolatie afgewezen omdat minder dan het minimaal vereiste oppervlak is geïsoleerd (artikel 4.5.2, derde lid, onder a en b, van de Regeling). De aanvraag voor vloerisolatie is afgewezen omdat dit de enige overgebleven isolatiemaatregel was en er altijd voor ten minste twee isolatiemaatregelen subsidie moest worden aangevraagd (artikel 4.5.9, derde lid, aanhef en onder a, sub 1, van de Regeling, zoals die luidde ten tijde van de aanvraag).
Het toepasselijke wettelijke kader is opgenomen in een bijlage bij deze uitspraak.
[naam] voert aan dat hij zijn woning gefaseerd heeft verbouwd en verduurzaamd en om die reden ook gefaseerd subsidie heeft aangevraagd. Hij heeft drie keer subsidie aangevraagd. Op 25 december 2020 heeft hij op basis van de Subsidieregeling energiebesparing eigen huis subsidie aangevraagd voor gevel-, vloer-/bodem- en zolderisolatie. Deze subsidie is verleend. Op 7 december 2021 heeft hij subsidie aangevraagd voor een warmtepomp en een zonneboiler. Ook deze subsidie is verleend. Op 19 november 2022 heeft [naam] subsidie aangevraagd voor de laatste fase van de verbouwing en verduurzaming van zijn huis. Hij stelt dat dit allemaal aanvullende maatregelen zijn op de maatregelen uit de eerste fase van de verbouwing. De minister stelt zich volgens [naam] ten onrechte op het standpunt dat niet het minimaal vereiste oppervlak van de gevel en het dak is geïsoleerd, omdat het totale oppervlak dat in de gehele woning is geïsoleerd dat minimum ruim overstijgt. Ook is er dus wel degelijk subsidie aangevraagd voor ten minste twee isolatiemaatregelen. [naam] stelt dat hij zich maximaal heeft ingespannen om zijn huis duurzaam te maken. Hij meent dat er in de brij van regels, die zijn te vinden in een veelvoud aan regelingen die ook nog periodiek worden gewijzigd, is gezocht naar redenen om zijn aanvraag af te wijzen. Het kan niet zo zijn dat de regering subsidiemaatregelen afkondigt om te stimuleren dat woningen duurzamer gemaakt worden, maar dat vervolgens de subsidieverlening door toepassing van allerlei regeltjes de nek wordt omgedraaid. Op grond van redelijkheid en billijkheid dient hem alsnog subsidie toegekend te worden.
De minister wijst er in het verweerschrift op dat, op grond van artikel 4.5.2, derde lid, onder a en b, van de Regeling ten minste 20 vierkante meter dak geïsoleerd moet worden en ten minste 10 vierkante meter gevel om voor subsidie in aanmerking te komen. [naam] betwist niet dat aan dit vereiste niet is voldaan. De dak- en gevelisolatie komen daarom niet in aanmerking voor subsidie en dat betekent dat de vloerisolatie (waarbij wel was voldaan aan de minimaal vereiste oppervlakte) de enige overgebleven maatregel is. Op grond van artikel 4.5.9, derde lid, aanhef en onder a, sub 1, van de Regeling moest de aanvraag daarom in zijn geheel afgewezen worden. Op grond van deze bepaling gaat het niet om het totale aantal over langere tijd aangebrachte maatregelen, maar moet de huidige aanvraag betrekking hebben op ten minste twee verschillende typen energiebesparende maatregelen. Verder wijst de minister erop dat [naam] op 11 juni 2023 een vierde subsidieaanvraag heeft ingediend voor de vloerisolatie die bij de voorgaande aanvraag was afgewezen. De minister heeft hiervoor op 12 juli 2023 subsidie verleend. De Regeling is in de tussentijd namelijk gewijzigd, waardoor het nu wel mogelijk was om voor slechts één isolatiemaatregel (een lagere) subsidie te verlenen. Ten slotte merkt de minister op dat aan [naam] voor verschillende maatregelen in totaal € 10.061,- subsidie is verleend. Dat voor de huidige maatregelen € 634,- subsidie niet is verleend, betekent niet dat deze afwijzing onredelijk is.
Het College oordeelt dat de minister de subsidieaanvraag van 19 november 2022 terecht heeft afgewezen en legt hieronder uit waarom.
5.1
Uit 4.5.2, derde lid, onder a en b, van de Regeling volgt dat subsidie kan worden verleend voor dakisolatie of gevelisolatie, als er ten minste twintig respectievelijk tien vierkante meter van de oppervlakte wordt geïsoleerd. [naam] heeft subsidie aangevraagd voor elf vierkante meter dakisolatie en acht vierkante meter gevelisolatie. Dat betekent dat de minister terecht geen subsidie heeft verleend voor deze maatregelen. Op grond van de Regeling kan geen rekening gehouden worden met eerder aangebrachte dak- en gevelisolatie waarvoor al subsidie is verleend.
5.2
Uit artikel 4.5.9, derde lid, aanhef en onder a, sub 1, van de Regeling (zoals deze gold ten tijde van de aanvraag) volgt dat een subsidieaanvraag betrekking moet hebben op twee of meer verschillende typen investeringen voor energiebesparende isolatiemaatregelen. Omdat de minister de aanvraag voor dak- en gevelisolatie moest afwijzen, bleef alleen de aanvraag voor vloerisolatie over, zodat de minister die ook moest afwijzen. Dat [naam] op een eerder moment ook andere isolatiemaatregelen heeft getroffen en daarvoor ook subsidie heeft gekregen, leidt niet tot een ander oordeel. Zoals de minister terecht heeft opgemerkt, moet de aanvraag betrekking hebben op twee of meer verschillende maatregelen. De Regeling biedt geen ruimte om rekening te houden met eerdere aanvragen waarin subsidie voor andere typen maatregelen is gevraagd.
5.3
[naam] ’ stelling dat het niet zo kan zijn dat hij zijn huis verduurzaamd heeft, maar nu door toepassing van allerlei regeltjes toch geen subsidie krijgt, vat het College op als een beroep op het evenredigheidsbeginsel. Dit beroep slaagt niet. In de Regeling zijn de afwijzingsgronden zo geformuleerd dat de minister een subsidieaanvraag moet afwijzen als een afwijzingsgrond zich voordoet. De Regeling biedt geen uitzonderingsmogelijkheden en biedt de minister ook geen ruimte voor een belangenafweging. Het College begrijpt dat [naam] er om praktische redenen voor gekozen heeft om zijn huis gefaseerd te verduurzamen en daarom de subsidie ook gefaseerd heeft aangevraagd. Dat dit als gevolg heeft gehad dat een deel van de door hem toegepaste isolatiemaatregelen niet voor subsidie in aanmerking komt, is echter geen bijzondere omstandigheid die maakt dat toepassing van de Regeling in dit geval tot een onevenredige uitkomst leidt.
6 Het beroep is ongegrond. De minister hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Dictum
Het College verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. M.M. Smorenburg, in aanwezigheid van mr. A.A. Dijk, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 30 april 2024.
w.g. M.M. Smorenburg w.g. A.A. Dijk
Bijlage
Regeling nationale EZK- en LNV-subsidies (zoals luidend ten tijde van de aanvraag)
Artikel 4.5.2, derde lid, aanhef en onder a, sub 1 en onder b, sub 1
3. Voor zover de subsidie betrekking heeft op een investering voor energiebesparende isolatiemaatregelen als bedoeld in het eerste lid, onderdeel b, wordt deze verstrekt aan een eigenaar-bewoner ten behoeve van de aanschaf en het door een bouwbedrijf in een koopwoning laten aanbrengen van isolatiemateriaal, dat is voorzien van een prestatieverklaring, voor één of meer van de volgende typen energiebesparende isolatiemaatregelen:
a. dakisolatie dan wel zolder- of vlieringvloerisolatie, waarbij:
1°. ten minste 20 vierkante meter van de oppervlakte van het bestaande dak in de bestaande thermische schil dan wel, indien de zolder of vliering onverwarmd is, van ten minste 20 vierkante meter van de oppervlakte van de bestaande zolder- of vlieringvloer, wordt geïsoleerd;
(…)
b. gevelisolatie, waarbij:
1°. ten minste 10 vierkante meter van de oppervlakte van de binnen- of buitengevel van de bestaande thermische schil wordt geïsoleerd;(…)
Artikel 4.5.9, derde lid, aanhef en onder a, sub 1
3. De minister beslist afwijzend op een aanvraag voor subsidie voor een investering voor energiebesparende isolatiemaatregelen als bedoeld in artikel 4.5.2, derde lid, indien:
a. de aanvraag voor subsidie geen betrekking heeft op:
1°. twee of meer verschillende typen investeringen die op het moment van indiening van de aanvraag op grond van deze titel voor subsidie in aanmerking kunnen komen; of(…)
Inleiding
uitspraak
COLLEGE VAN BEROEP VOOR HET BEDRIJFSLEVEN
zaaknummer: 23/1475
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 30 april 2024 in de zaak tussen
[naam] , te [plaats]
en
de minister voor Klimaat en Energie
(gemachtigde: mr. E. Hol)
Procesverloop
Met het besluit van 3 februari 2023 (afwijzingsbesluit) heeft de minister de aanvraag van [naam] voor een subsidie op grond van Titel 4.5 Investeringssubsidie duurzame energie (ISDE) van de Regeling nationale EZK- en LNV-subsidies (Regeling) afgewezen.
Met het besluit van 2 juni 2023 (bestreden besluit) heeft de minister het bezwaar van [naam] ongegrond verklaard.
[naam] heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld.
De minister heeft een verweerschrift ingediend.
De zitting was op 19 maart 2024. Aan de zitting hebben deelgenomen: [naam] en de gemachtigde van de minister.
Overwegingen
Op 19 november 2022 heeft [naam] subsidie aangevraagd voor gevel-, dak- en vloerisolatie. De minister heeft de aanvraag voor gevel- en dakisolatie afgewezen omdat minder dan het minimaal vereiste oppervlak is geïsoleerd (artikel 4.5.2, derde lid, onder a en b, van de Regeling). De aanvraag voor vloerisolatie is afgewezen omdat dit de enige overgebleven isolatiemaatregel was en er altijd voor ten minste twee isolatiemaatregelen subsidie moest worden aangevraagd (artikel 4.5.9, derde lid, aanhef en onder a, sub 1, van de Regeling, zoals die luidde ten tijde van de aanvraag).
Het toepasselijke wettelijke kader is opgenomen in een bijlage bij deze uitspraak.
[naam] voert aan dat hij zijn woning gefaseerd heeft verbouwd en verduurzaamd en om die reden ook gefaseerd subsidie heeft aangevraagd. Hij heeft drie keer subsidie aangevraagd. Op 25 december 2020 heeft hij op basis van de Subsidieregeling energiebesparing eigen huis subsidie aangevraagd voor gevel-, vloer-/bodem- en zolderisolatie. Deze subsidie is verleend. Op 7 december 2021 heeft hij subsidie aangevraagd voor een warmtepomp en een zonneboiler. Ook deze subsidie is verleend. Op 19 november 2022 heeft [naam] subsidie aangevraagd voor de laatste fase van de verbouwing en verduurzaming van zijn huis. Hij stelt dat dit allemaal aanvullende maatregelen zijn op de maatregelen uit de eerste fase van de verbouwing. De minister stelt zich volgens [naam] ten onrechte op het standpunt dat niet het minimaal vereiste oppervlak van de gevel en het dak is geïsoleerd, omdat het totale oppervlak dat in de gehele woning is geïsoleerd dat minimum ruim overstijgt. Ook is er dus wel degelijk subsidie aangevraagd voor ten minste twee isolatiemaatregelen. [naam] stelt dat hij zich maximaal heeft ingespannen om zijn huis duurzaam te maken. Hij meent dat er in de brij van regels, die zijn te vinden in een veelvoud aan regelingen die ook nog periodiek worden gewijzigd, is gezocht naar redenen om zijn aanvraag af te wijzen. Het kan niet zo zijn dat de regering subsidiemaatregelen afkondigt om te stimuleren dat woningen duurzamer gemaakt worden, maar dat vervolgens de subsidieverlening door toepassing van allerlei regeltjes de nek wordt omgedraaid. Op grond van redelijkheid en billijkheid dient hem alsnog subsidie toegekend te worden.
De minister wijst er in het verweerschrift op dat, op grond van artikel 4.5.2, derde lid, onder a en b, van de Regeling ten minste 20 vierkante meter dak geïsoleerd moet worden en ten minste 10 vierkante meter gevel om voor subsidie in aanmerking te komen. [naam] betwist niet dat aan dit vereiste niet is voldaan. De dak- en gevelisolatie komen daarom niet in aanmerking voor subsidie en dat betekent dat de vloerisolatie (waarbij wel was voldaan aan de minimaal vereiste oppervlakte) de enige overgebleven maatregel is. Op grond van artikel 4.5.9, derde lid, aanhef en onder a, sub 1, van de Regeling moest de aanvraag daarom in zijn geheel afgewezen worden. Op grond van deze bepaling gaat het niet om het totale aantal over langere tijd aangebrachte maatregelen, maar moet de huidige aanvraag betrekking hebben op ten minste twee verschillende typen energiebesparende maatregelen. Verder wijst de minister erop dat [naam] op 11 juni 2023 een vierde subsidieaanvraag heeft ingediend voor de vloerisolatie die bij de voorgaande aanvraag was afgewezen. De minister heeft hiervoor op 12 juli 2023 subsidie verleend. De Regeling is in de tussentijd namelijk gewijzigd, waardoor het nu wel mogelijk was om voor slechts één isolatiemaatregel (een lagere) subsidie te verlenen. Ten slotte merkt de minister op dat aan [naam] voor verschillende maatregelen in totaal € 10.061,- subsidie is verleend. Dat voor de huidige maatregelen € 634,- subsidie niet is verleend, betekent niet dat deze afwijzing onredelijk is.
Het College oordeelt dat de minister de subsidieaanvraag van 19 november 2022 terecht heeft afgewezen en legt hieronder uit waarom.
5.1
Uit 4.5.2, derde lid, onder a en b, van de Regeling volgt dat subsidie kan worden verleend voor dakisolatie of gevelisolatie, als er ten minste twintig respectievelijk tien vierkante meter van de oppervlakte wordt geïsoleerd. [naam] heeft subsidie aangevraagd voor elf vierkante meter dakisolatie en acht vierkante meter gevelisolatie. Dat betekent dat de minister terecht geen subsidie heeft verleend voor deze maatregelen. Op grond van de Regeling kan geen rekening gehouden worden met eerder aangebrachte dak- en gevelisolatie waarvoor al subsidie is verleend.
5.2
Uit artikel 4.5.9, derde lid, aanhef en onder a, sub 1, van de Regeling (zoals deze gold ten tijde van de aanvraag) volgt dat een subsidieaanvraag betrekking moet hebben op twee of meer verschillende typen investeringen voor energiebesparende isolatiemaatregelen. Omdat de minister de aanvraag voor dak- en gevelisolatie moest afwijzen, bleef alleen de aanvraag voor vloerisolatie over, zodat de minister die ook moest afwijzen. Dat [naam] op een eerder moment ook andere isolatiemaatregelen heeft getroffen en daarvoor ook subsidie heeft gekregen, leidt niet tot een ander oordeel. Zoals de minister terecht heeft opgemerkt, moet de aanvraag betrekking hebben op twee of meer verschillende maatregelen. De Regeling biedt geen ruimte om rekening te houden met eerdere aanvragen waarin subsidie voor andere typen maatregelen is gevraagd.
5.3
[naam] ’ stelling dat het niet zo kan zijn dat hij zijn huis verduurzaamd heeft, maar nu door toepassing van allerlei regeltjes toch geen subsidie krijgt, vat het College op als een beroep op het evenredigheidsbeginsel. Dit beroep slaagt niet. In de Regeling zijn de afwijzingsgronden zo geformuleerd dat de minister een subsidieaanvraag moet afwijzen als een afwijzingsgrond zich voordoet. De Regeling biedt geen uitzonderingsmogelijkheden en biedt de minister ook geen ruimte voor een belangenafweging. Het College begrijpt dat [naam] er om praktische redenen voor gekozen heeft om zijn huis gefaseerd te verduurzamen en daarom de subsidie ook gefaseerd heeft aangevraagd. Dat dit als gevolg heeft gehad dat een deel van de door hem toegepaste isolatiemaatregelen niet voor subsidie in aanmerking komt, is echter geen bijzondere omstandigheid die maakt dat toepassing van de Regeling in dit geval tot een onevenredige uitkomst leidt.
6 Het beroep is ongegrond. De minister hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Dictum
Het College verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. M.M. Smorenburg, in aanwezigheid van mr. A.A. Dijk, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 30 april 2024.
w.g. M.M. Smorenburg w.g. A.A. Dijk
Bijlage
Regeling nationale EZK- en LNV-subsidies (zoals luidend ten tijde van de aanvraag)
Artikel 4.5.2, derde lid, aanhef en onder a, sub 1 en onder b, sub 1
3. Voor zover de subsidie betrekking heeft op een investering voor energiebesparende isolatiemaatregelen als bedoeld in het eerste lid, onderdeel b, wordt deze verstrekt aan een eigenaar-bewoner ten behoeve van de aanschaf en het door een bouwbedrijf in een koopwoning laten aanbrengen van isolatiemateriaal, dat is voorzien van een prestatieverklaring, voor één of meer van de volgende typen energiebesparende isolatiemaatregelen:
a. dakisolatie dan wel zolder- of vlieringvloerisolatie, waarbij:
1°. ten minste 20 vierkante meter van de oppervlakte van het bestaande dak in de bestaande thermische schil dan wel, indien de zolder of vliering onverwarmd is, van ten minste 20 vierkante meter van de oppervlakte van de bestaande zolder- of vlieringvloer, wordt geïsoleerd;
(…)
b. gevelisolatie, waarbij:
1°. ten minste 10 vierkante meter van de oppervlakte van de binnen- of buitengevel van de bestaande thermische schil wordt geïsoleerd;(…)
Artikel 4.5.9, derde lid, aanhef en onder a, sub 1
3. De minister beslist afwijzend op een aanvraag voor subsidie voor een investering voor energiebesparende isolatiemaatregelen als bedoeld in artikel 4.5.2, derde lid, indien:
a. de aanvraag voor subsidie geen betrekking heeft op:
1°. twee of meer verschillende typen investeringen die op het moment van indiening van de aanvraag op grond van deze titel voor subsidie in aanmerking kunnen komen; of(…)