Rechtspraak
College van Beroep voor het bedrijfsleven
2024-03-25
ECLI:NL:CBB:2024:283
Bestuursrecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
1,425 tokens
Inleiding
proces-verbaal uitspraak
COLLEGE VAN BEROEP VOOR HET BEDRIJFSLEVEN
zaaknummer: 23/1354
proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de enkelvoudige kamer van 25 maart 2024
Raadsheer: mr. B. Bastein
Griffier: mr. F. Willems
Partijen
[naam 1]
, handelend onder de naam [naam 2], te [plaats] (ondernemer),
en
de minister van Economische Zaken en Klimaat, vertegenwoordigd door mr. H.G.M. Wammes
Overwegingen
1. De minister heeft met het besluit van 22 mei 2023 het bezwaar van de ondernemer tegen het besluit van 11 oktober 2022 niet-ontvankelijk verklaard, omdat het bezwaar te laat is ingediend.
2 De ondernemer heeft zowel in bezwaar als in beroep geen reden gegeven voor de te late indiening van het bezwaar. De minister heeft daarom het bezwaar terecht niet-ontvankelijk verklaard.
w.g. B. Bastein w.g. F. Willems
Inleiding
proces-verbaal uitspraak
COLLEGE VAN BEROEP VOOR HET BEDRIJFSLEVEN
zaaknummer: 23/1354
proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de enkelvoudige kamer van 25 maart 2024
Raadsheer: mr. B. Bastein
Griffier: mr. F. Willems
Partijen
[naam 1]
, handelend onder de naam [naam 2], te [plaats] (ondernemer),
en
de minister van Economische Zaken en Klimaat, vertegenwoordigd door mr. H.G.M. Wammes
Overwegingen
1. De minister heeft met het besluit van 22 mei 2023 het bezwaar van de ondernemer tegen het besluit van 11 oktober 2022 niet-ontvankelijk verklaard, omdat het bezwaar te laat is ingediend.
2 De ondernemer heeft zowel in bezwaar als in beroep geen reden gegeven voor de te late indiening van het bezwaar. De minister heeft daarom het bezwaar terecht niet-ontvankelijk verklaard.
w.g. B. Bastein w.g. F. Willems
Inleiding
proces-verbaal uitspraak
COLLEGE VAN BEROEP VOOR HET BEDRIJFSLEVEN
zaaknummer: 23/1354
proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de enkelvoudige kamer van 25 maart 2024
Raadsheer: mr. B. Bastein
Griffier: mr. F. Willems
Partijen
[naam 1]
, handelend onder de naam [naam 2], te [plaats] (ondernemer),
en
de minister van Economische Zaken en Klimaat, vertegenwoordigd door mr. H.G.M. Wammes
Overwegingen
1. De minister heeft met het besluit van 22 mei 2023 het bezwaar van de ondernemer tegen het besluit van 11 oktober 2022 niet-ontvankelijk verklaard, omdat het bezwaar te laat is ingediend.
2 De ondernemer heeft zowel in bezwaar als in beroep geen reden gegeven voor de te late indiening van het bezwaar. De minister heeft daarom het bezwaar terecht niet-ontvankelijk verklaard.
w.g. B. Bastein w.g. F. Willems
Inleiding
proces-verbaal uitspraak
COLLEGE VAN BEROEP VOOR HET BEDRIJFSLEVEN
zaaknummer: 23/1354
proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de enkelvoudige kamer van 25 maart 2024
Raadsheer: mr. B. Bastein
Griffier: mr. F. Willems
Partijen
[naam 1]
, handelend onder de naam [naam 2], te [plaats] (ondernemer),
en
de minister van Economische Zaken en Klimaat, vertegenwoordigd door mr. H.G.M. Wammes
Overwegingen
1. De minister heeft met het besluit van 22 mei 2023 het bezwaar van de ondernemer tegen het besluit van 11 oktober 2022 niet-ontvankelijk verklaard, omdat het bezwaar te laat is ingediend.
2 De ondernemer heeft zowel in bezwaar als in beroep geen reden gegeven voor de te late indiening van het bezwaar. De minister heeft daarom het bezwaar terecht niet-ontvankelijk verklaard.
w.g. B. Bastein w.g. F. Willems
Inleiding
proces-verbaal uitspraak
COLLEGE VAN BEROEP VOOR HET BEDRIJFSLEVEN
zaaknummer: 23/1354
proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de enkelvoudige kamer van 25 maart 2024
Raadsheer: mr. B. Bastein
Griffier: mr. F. Willems
Partijen
[naam 1]
, handelend onder de naam [naam 2], te [plaats] (ondernemer),
en
de minister van Economische Zaken en Klimaat, vertegenwoordigd door mr. H.G.M. Wammes
Overwegingen
1. De minister heeft met het besluit van 22 mei 2023 het bezwaar van de ondernemer tegen het besluit van 11 oktober 2022 niet-ontvankelijk verklaard, omdat het bezwaar te laat is ingediend.
2 De ondernemer heeft zowel in bezwaar als in beroep geen reden gegeven voor de te late indiening van het bezwaar. De minister heeft daarom het bezwaar terecht niet-ontvankelijk verklaard.
w.g. B. Bastein w.g. F. Willems