Rechtspraak
College van Beroep voor het bedrijfsleven
2024-04-02
ECLI:NL:CBB:2024:241
Bestuursrecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
4,235 tokens
Inleiding
uitspraak
COLLEGE VAN BEROEP VOOR HET BEDRIJFSLEVEN
zaaknummer: 23/1205
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 2 april 2024 in de zaak tussen
[naam] , te [plaats]
en
de minister voor Klimaat en Energie
(gemachtigde: mr. E. Hol)
Procesverloop
Met het besluit van 24 januari 2023 heeft de minister de aanvraag van [naam] voor een subsidie op grond van de Regeling nationale EZK- en LNV-subsidies (Regeling) voor een warmtepomp afgewezen.
Met het besluit van 13 april 2023 (bestreden besluit) heeft de minister het daartegen door [naam] gemaakte bezwaar ongegrond verklaard.
[naam] heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld.
De minister heeft een verweerschrift ingediend.
De zitting was op 15 maart 2024. Daaraan hebben [naam] en de gemachtigde van de minister deelgenomen.
Overwegingen
1. [naam] heeft een subsidieaanvraag ingediend voor investeringen in een warmtepomp. De minister heeft de aanvraag van [naam] afgewezen, omdat zij een lucht-luchtwarmtepomp heeft laten plaatsen en dat type warmtepompen op grond van de Regeling niet voor subsidie in aanmerking komt.
2 Volgens [naam] woont zij door de installatie van de warmtepomp een stuk duurzamer dan voorheen. Zij levert met haar investering een bijdrage aan de vermindering van het gebruik van aardgas, en dat is in lijn met het doel van de Regeling. Omdat zij een duurzame investering heeft gedaan, zou ze in aanmerking moeten komen voor subsidie op grond van de Regeling.
Oordeel van het College
3 Tussen partijen is niet in geschil dat [naam] een lucht-luchtwarmtepomp heeft laten plaatsen. Op grond van artikel 4.5.1 van de Regeling valt een lucht-luchtwarmtepomp niet onder de definitie van het begrip ‘ruimteverwarmingstoestel’. Artikel 4.5.2, tweede lid, aanhef en onder a, onderdeel 1°, van de Regeling bepaalt dat subsidie wordt verstrekt ten behoeve van een ruimteverwarmingstoestel (waar een lucht-luchtwarmtepomp dus niet onder valt) dat is uitgerust met een lucht-waterwarmtepomp, een grond-waterwarmtepomp of een water-waterwarmtepomp. Dit artikel sluit subsidieverlening voor een lucht-luchtwarmtepomp dus uit.
4 Dat [naam] heeft geïnvesteerd in een duurzame wijze van ruimteverwarming en daarmee in lijn met de doelstelling van de Regeling heeft gehandeld, neemt niet weg dat de Regeling voorwaarden stelt aan subsidieverstrekking en dat [naam] daaraan niet voldoet. De Regeling schrijft dwingend voor ten aanzien van welke typen warmtepompen subsidie kan worden verstrekt en biedt de minister geen ruimte om daarvan af te wijken of een belangenafweging uit te voeren. De minister was dus gehouden om de subsidieaanvraag van [naam] af te wijzen.
Conclusie
5 De minister heeft de aanvraag van [naam] op goede gronden afgewezen. Het beroep is ongegrond. De minister hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Dictum
Het College verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. A. Venekamp, in aanwezigheid van mr. T.D. Geldof, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 2 april 2024.
w.g. A. Venekamp w.g. T.D. Geldof
Inleiding
uitspraak
COLLEGE VAN BEROEP VOOR HET BEDRIJFSLEVEN
zaaknummer: 23/1205
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 2 april 2024 in de zaak tussen
[naam] , te [plaats]
en
de minister voor Klimaat en Energie
(gemachtigde: mr. E. Hol)
Procesverloop
Met het besluit van 24 januari 2023 heeft de minister de aanvraag van [naam] voor een subsidie op grond van de Regeling nationale EZK- en LNV-subsidies (Regeling) voor een warmtepomp afgewezen.
Met het besluit van 13 april 2023 (bestreden besluit) heeft de minister het daartegen door [naam] gemaakte bezwaar ongegrond verklaard.
[naam] heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld.
De minister heeft een verweerschrift ingediend.
De zitting was op 15 maart 2024. Daaraan hebben [naam] en de gemachtigde van de minister deelgenomen.
Overwegingen
1. [naam] heeft een subsidieaanvraag ingediend voor investeringen in een warmtepomp. De minister heeft de aanvraag van [naam] afgewezen, omdat zij een lucht-luchtwarmtepomp heeft laten plaatsen en dat type warmtepompen op grond van de Regeling niet voor subsidie in aanmerking komt.
2 Volgens [naam] woont zij door de installatie van de warmtepomp een stuk duurzamer dan voorheen. Zij levert met haar investering een bijdrage aan de vermindering van het gebruik van aardgas, en dat is in lijn met het doel van de Regeling. Omdat zij een duurzame investering heeft gedaan, zou ze in aanmerking moeten komen voor subsidie op grond van de Regeling.
Oordeel van het College
3 Tussen partijen is niet in geschil dat [naam] een lucht-luchtwarmtepomp heeft laten plaatsen. Op grond van artikel 4.5.1 van de Regeling valt een lucht-luchtwarmtepomp niet onder de definitie van het begrip ‘ruimteverwarmingstoestel’. Artikel 4.5.2, tweede lid, aanhef en onder a, onderdeel 1°, van de Regeling bepaalt dat subsidie wordt verstrekt ten behoeve van een ruimteverwarmingstoestel (waar een lucht-luchtwarmtepomp dus niet onder valt) dat is uitgerust met een lucht-waterwarmtepomp, een grond-waterwarmtepomp of een water-waterwarmtepomp. Dit artikel sluit subsidieverlening voor een lucht-luchtwarmtepomp dus uit.
4 Dat [naam] heeft geïnvesteerd in een duurzame wijze van ruimteverwarming en daarmee in lijn met de doelstelling van de Regeling heeft gehandeld, neemt niet weg dat de Regeling voorwaarden stelt aan subsidieverstrekking en dat [naam] daaraan niet voldoet. De Regeling schrijft dwingend voor ten aanzien van welke typen warmtepompen subsidie kan worden verstrekt en biedt de minister geen ruimte om daarvan af te wijken of een belangenafweging uit te voeren. De minister was dus gehouden om de subsidieaanvraag van [naam] af te wijzen.
Conclusie
5 De minister heeft de aanvraag van [naam] op goede gronden afgewezen. Het beroep is ongegrond. De minister hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Dictum
Het College verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. A. Venekamp, in aanwezigheid van mr. T.D. Geldof, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 2 april 2024.
w.g. A. Venekamp w.g. T.D. Geldof
Inleiding
uitspraak
COLLEGE VAN BEROEP VOOR HET BEDRIJFSLEVEN
zaaknummer: 23/1205
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 2 april 2024 in de zaak tussen
[naam] , te [plaats]
en
de minister voor Klimaat en Energie
(gemachtigde: mr. E. Hol)
Procesverloop
Met het besluit van 24 januari 2023 heeft de minister de aanvraag van [naam] voor een subsidie op grond van de Regeling nationale EZK- en LNV-subsidies (Regeling) voor een warmtepomp afgewezen.
Met het besluit van 13 april 2023 (bestreden besluit) heeft de minister het daartegen door [naam] gemaakte bezwaar ongegrond verklaard.
[naam] heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld.
De minister heeft een verweerschrift ingediend.
De zitting was op 15 maart 2024. Daaraan hebben [naam] en de gemachtigde van de minister deelgenomen.
Overwegingen
1. [naam] heeft een subsidieaanvraag ingediend voor investeringen in een warmtepomp. De minister heeft de aanvraag van [naam] afgewezen, omdat zij een lucht-luchtwarmtepomp heeft laten plaatsen en dat type warmtepompen op grond van de Regeling niet voor subsidie in aanmerking komt.
2 Volgens [naam] woont zij door de installatie van de warmtepomp een stuk duurzamer dan voorheen. Zij levert met haar investering een bijdrage aan de vermindering van het gebruik van aardgas, en dat is in lijn met het doel van de Regeling. Omdat zij een duurzame investering heeft gedaan, zou ze in aanmerking moeten komen voor subsidie op grond van de Regeling.
Oordeel van het College
3 Tussen partijen is niet in geschil dat [naam] een lucht-luchtwarmtepomp heeft laten plaatsen. Op grond van artikel 4.5.1 van de Regeling valt een lucht-luchtwarmtepomp niet onder de definitie van het begrip ‘ruimteverwarmingstoestel’. Artikel 4.5.2, tweede lid, aanhef en onder a, onderdeel 1°, van de Regeling bepaalt dat subsidie wordt verstrekt ten behoeve van een ruimteverwarmingstoestel (waar een lucht-luchtwarmtepomp dus niet onder valt) dat is uitgerust met een lucht-waterwarmtepomp, een grond-waterwarmtepomp of een water-waterwarmtepomp. Dit artikel sluit subsidieverlening voor een lucht-luchtwarmtepomp dus uit.
4 Dat [naam] heeft geïnvesteerd in een duurzame wijze van ruimteverwarming en daarmee in lijn met de doelstelling van de Regeling heeft gehandeld, neemt niet weg dat de Regeling voorwaarden stelt aan subsidieverstrekking en dat [naam] daaraan niet voldoet. De Regeling schrijft dwingend voor ten aanzien van welke typen warmtepompen subsidie kan worden verstrekt en biedt de minister geen ruimte om daarvan af te wijken of een belangenafweging uit te voeren. De minister was dus gehouden om de subsidieaanvraag van [naam] af te wijzen.
Conclusie
5 De minister heeft de aanvraag van [naam] op goede gronden afgewezen. Het beroep is ongegrond. De minister hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Dictum
Het College verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. A. Venekamp, in aanwezigheid van mr. T.D. Geldof, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 2 april 2024.
w.g. A. Venekamp w.g. T.D. Geldof
Inleiding
uitspraak
COLLEGE VAN BEROEP VOOR HET BEDRIJFSLEVEN
zaaknummer: 23/1205
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 2 april 2024 in de zaak tussen
[naam] , te [plaats]
en
de minister voor Klimaat en Energie
(gemachtigde: mr. E. Hol)
Procesverloop
Met het besluit van 24 januari 2023 heeft de minister de aanvraag van [naam] voor een subsidie op grond van de Regeling nationale EZK- en LNV-subsidies (Regeling) voor een warmtepomp afgewezen.
Met het besluit van 13 april 2023 (bestreden besluit) heeft de minister het daartegen door [naam] gemaakte bezwaar ongegrond verklaard.
[naam] heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld.
De minister heeft een verweerschrift ingediend.
De zitting was op 15 maart 2024. Daaraan hebben [naam] en de gemachtigde van de minister deelgenomen.
Overwegingen
1. [naam] heeft een subsidieaanvraag ingediend voor investeringen in een warmtepomp. De minister heeft de aanvraag van [naam] afgewezen, omdat zij een lucht-luchtwarmtepomp heeft laten plaatsen en dat type warmtepompen op grond van de Regeling niet voor subsidie in aanmerking komt.
2 Volgens [naam] woont zij door de installatie van de warmtepomp een stuk duurzamer dan voorheen. Zij levert met haar investering een bijdrage aan de vermindering van het gebruik van aardgas, en dat is in lijn met het doel van de Regeling. Omdat zij een duurzame investering heeft gedaan, zou ze in aanmerking moeten komen voor subsidie op grond van de Regeling.
Oordeel van het College
3 Tussen partijen is niet in geschil dat [naam] een lucht-luchtwarmtepomp heeft laten plaatsen. Op grond van artikel 4.5.1 van de Regeling valt een lucht-luchtwarmtepomp niet onder de definitie van het begrip ‘ruimteverwarmingstoestel’. Artikel 4.5.2, tweede lid, aanhef en onder a, onderdeel 1°, van de Regeling bepaalt dat subsidie wordt verstrekt ten behoeve van een ruimteverwarmingstoestel (waar een lucht-luchtwarmtepomp dus niet onder valt) dat is uitgerust met een lucht-waterwarmtepomp, een grond-waterwarmtepomp of een water-waterwarmtepomp. Dit artikel sluit subsidieverlening voor een lucht-luchtwarmtepomp dus uit.
4 Dat [naam] heeft geïnvesteerd in een duurzame wijze van ruimteverwarming en daarmee in lijn met de doelstelling van de Regeling heeft gehandeld, neemt niet weg dat de Regeling voorwaarden stelt aan subsidieverstrekking en dat [naam] daaraan niet voldoet. De Regeling schrijft dwingend voor ten aanzien van welke typen warmtepompen subsidie kan worden verstrekt en biedt de minister geen ruimte om daarvan af te wijken of een belangenafweging uit te voeren. De minister was dus gehouden om de subsidieaanvraag van [naam] af te wijzen.
Conclusie
5 De minister heeft de aanvraag van [naam] op goede gronden afgewezen. Het beroep is ongegrond. De minister hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Dictum
Het College verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. A. Venekamp, in aanwezigheid van mr. T.D. Geldof, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 2 april 2024.
w.g. A. Venekamp w.g. T.D. Geldof
Inleiding
uitspraak
COLLEGE VAN BEROEP VOOR HET BEDRIJFSLEVEN
zaaknummer: 23/1205
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 2 april 2024 in de zaak tussen
[naam] , te [plaats]
en
de minister voor Klimaat en Energie
(gemachtigde: mr. E. Hol)
Procesverloop
Met het besluit van 24 januari 2023 heeft de minister de aanvraag van [naam] voor een subsidie op grond van de Regeling nationale EZK- en LNV-subsidies (Regeling) voor een warmtepomp afgewezen.
Met het besluit van 13 april 2023 (bestreden besluit) heeft de minister het daartegen door [naam] gemaakte bezwaar ongegrond verklaard.
[naam] heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld.
De minister heeft een verweerschrift ingediend.
De zitting was op 15 maart 2024. Daaraan hebben [naam] en de gemachtigde van de minister deelgenomen.
Overwegingen
1. [naam] heeft een subsidieaanvraag ingediend voor investeringen in een warmtepomp. De minister heeft de aanvraag van [naam] afgewezen, omdat zij een lucht-luchtwarmtepomp heeft laten plaatsen en dat type warmtepompen op grond van de Regeling niet voor subsidie in aanmerking komt.
2 Volgens [naam] woont zij door de installatie van de warmtepomp een stuk duurzamer dan voorheen. Zij levert met haar investering een bijdrage aan de vermindering van het gebruik van aardgas, en dat is in lijn met het doel van de Regeling. Omdat zij een duurzame investering heeft gedaan, zou ze in aanmerking moeten komen voor subsidie op grond van de Regeling.
Oordeel van het College
3 Tussen partijen is niet in geschil dat [naam] een lucht-luchtwarmtepomp heeft laten plaatsen. Op grond van artikel 4.5.1 van de Regeling valt een lucht-luchtwarmtepomp niet onder de definitie van het begrip ‘ruimteverwarmingstoestel’. Artikel 4.5.2, tweede lid, aanhef en onder a, onderdeel 1°, van de Regeling bepaalt dat subsidie wordt verstrekt ten behoeve van een ruimteverwarmingstoestel (waar een lucht-luchtwarmtepomp dus niet onder valt) dat is uitgerust met een lucht-waterwarmtepomp, een grond-waterwarmtepomp of een water-waterwarmtepomp. Dit artikel sluit subsidieverlening voor een lucht-luchtwarmtepomp dus uit.
4 Dat [naam] heeft geïnvesteerd in een duurzame wijze van ruimteverwarming en daarmee in lijn met de doelstelling van de Regeling heeft gehandeld, neemt niet weg dat de Regeling voorwaarden stelt aan subsidieverstrekking en dat [naam] daaraan niet voldoet. De Regeling schrijft dwingend voor ten aanzien van welke typen warmtepompen subsidie kan worden verstrekt en biedt de minister geen ruimte om daarvan af te wijken of een belangenafweging uit te voeren. De minister was dus gehouden om de subsidieaanvraag van [naam] af te wijzen.
Conclusie
5 De minister heeft de aanvraag van [naam] op goede gronden afgewezen. Het beroep is ongegrond. De minister hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Dictum
Het College verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. A. Venekamp, in aanwezigheid van mr. T.D. Geldof, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 2 april 2024.
w.g. A. Venekamp w.g. T.D. Geldof