Rechtspraak
College van Beroep voor het bedrijfsleven
2023-12-19
ECLI:NL:CBB:2023:726
Bestuursrecht
Verzet
1,512 tokens
Inleiding
uitspraak
COLLEGE VAN BEROEP VOOR HET BEDRIJFSLEVEN
zaaknummer: 22/2201
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 19 december 2023 op het verzet van
[naam] , te [plaats] (de ondernemer)
Procesverloop
De ondernemer heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de minister van Economische Zaken en Klimaat van 25 augustus 2022.
Bij uitspraak van 24 januari 2023 heeft het College het beroep met toepassing van artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht, dus zonder zitting, niet-ontvankelijk verklaard.
Overwegingen
Het College heeft het beroep niet-ontvankelijk verklaard omdat binnen de daarvoor gestelde termijn het griffierecht niet is betaald.
In verzet is gebleken dat de ondernemer niet in verzuim is geweest. Het verzet moet daarom gegrond worden verklaard.
Omdat het verzet gegrond wordt verklaard vervalt de uitspraak van 24 januari 2023 en wordt het onderzoek voortgezet in de stand waarin het zich bevond.
Voor een veroordeling in de proceskosten van het verzet is geen aanleiding.
Dictum
Het College verklaart het verzet gegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. T.G.M. Simons, in aanwezigheid van E.A, van der Meel, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 19 december 2023.
w.g. T.G.M. Simons w.g. E.A. van der Meel
Inleiding
uitspraak
COLLEGE VAN BEROEP VOOR HET BEDRIJFSLEVEN
zaaknummer: 22/2201
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 19 december 2023 op het verzet van
[naam] , te [plaats] (de ondernemer)
Procesverloop
De ondernemer heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de minister van Economische Zaken en Klimaat van 25 augustus 2022.
Bij uitspraak van 24 januari 2023 heeft het College het beroep met toepassing van artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht, dus zonder zitting, niet-ontvankelijk verklaard.
Overwegingen
Het College heeft het beroep niet-ontvankelijk verklaard omdat binnen de daarvoor gestelde termijn het griffierecht niet is betaald.
In verzet is gebleken dat de ondernemer niet in verzuim is geweest. Het verzet moet daarom gegrond worden verklaard.
Omdat het verzet gegrond wordt verklaard vervalt de uitspraak van 24 januari 2023 en wordt het onderzoek voortgezet in de stand waarin het zich bevond.
Voor een veroordeling in de proceskosten van het verzet is geen aanleiding.
Dictum
Het College verklaart het verzet gegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. T.G.M. Simons, in aanwezigheid van E.A, van der Meel, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 19 december 2023.
w.g. T.G.M. Simons w.g. E.A. van der Meel
Inleiding
uitspraak
COLLEGE VAN BEROEP VOOR HET BEDRIJFSLEVEN
zaaknummer: 22/2201
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 19 december 2023 op het verzet van
[naam] , te [plaats] (de ondernemer)
Procesverloop
De ondernemer heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de minister van Economische Zaken en Klimaat van 25 augustus 2022.
Bij uitspraak van 24 januari 2023 heeft het College het beroep met toepassing van artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht, dus zonder zitting, niet-ontvankelijk verklaard.
Overwegingen
Het College heeft het beroep niet-ontvankelijk verklaard omdat binnen de daarvoor gestelde termijn het griffierecht niet is betaald.
In verzet is gebleken dat de ondernemer niet in verzuim is geweest. Het verzet moet daarom gegrond worden verklaard.
Omdat het verzet gegrond wordt verklaard vervalt de uitspraak van 24 januari 2023 en wordt het onderzoek voortgezet in de stand waarin het zich bevond.
Voor een veroordeling in de proceskosten van het verzet is geen aanleiding.
Dictum
Het College verklaart het verzet gegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. T.G.M. Simons, in aanwezigheid van E.A, van der Meel, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 19 december 2023.
w.g. T.G.M. Simons w.g. E.A. van der Meel
Inleiding
uitspraak
COLLEGE VAN BEROEP VOOR HET BEDRIJFSLEVEN
zaaknummer: 22/2201
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 19 december 2023 op het verzet van
[naam] , te [plaats] (de ondernemer)
Procesverloop
De ondernemer heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de minister van Economische Zaken en Klimaat van 25 augustus 2022.
Bij uitspraak van 24 januari 2023 heeft het College het beroep met toepassing van artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht, dus zonder zitting, niet-ontvankelijk verklaard.
Overwegingen
Het College heeft het beroep niet-ontvankelijk verklaard omdat binnen de daarvoor gestelde termijn het griffierecht niet is betaald.
In verzet is gebleken dat de ondernemer niet in verzuim is geweest. Het verzet moet daarom gegrond worden verklaard.
Omdat het verzet gegrond wordt verklaard vervalt de uitspraak van 24 januari 2023 en wordt het onderzoek voortgezet in de stand waarin het zich bevond.
Voor een veroordeling in de proceskosten van het verzet is geen aanleiding.
Dictum
Het College verklaart het verzet gegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. T.G.M. Simons, in aanwezigheid van E.A, van der Meel, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 19 december 2023.
w.g. T.G.M. Simons w.g. E.A. van der Meel