Rechtspraak
College van Beroep voor het bedrijfsleven
2023-09-25
ECLI:NL:CBB:2023:573
Bestuursrecht
Mondelinge uitspraak
2,448 tokens
Inleiding
proces-verbaal uitspraak
COLLEGE VAN BEROEP VOOR HET BEDRIJFSLEVEN
zaaknummer: 22/1694
proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de enkelvoudige kamer van 25 september 2023
Rechter: mr. M. van der Knijff
Griffier: T. Berg
Partijen
[naam 1] B.V te [plaats] (de onderneming), waarvoor aanwezig is [naam 2] (hoofd administratie)
en
de minister van Economische Zaken en Klimaat, vertegenwoordigd door C. Zieleman en mr. A.M.D. Dijkstra
Overwegingen
1. In de TVL staat dat aanvragen voor het eerste kwartaal van 2022 uiterlijk 31 maart 2022 ingediend moesten worden. De aanvraag is te laat ingediend. De onderneming heeft als reden gegeven dat het hoofd administratie, die alle TVL-aanvragen voor de onderneming indiende, deze aanvraag vanwege persoonlijke omstandigheden te laat heeft ingediend. Doordat hij palliatieve zorg verleende aan zijn zwager was hij niet altijd op het werk en als hij wel aanwezig was dan was hij er met zijn hoofd niet altijd bij. Volgens de onderneming lag het niet voor de hand dat iemand anders de aanvraag zou indienen.
2. Het College oordeelt dat het voor rekening van de onderneming komt dat de aanvraag te laat is ingediend. Het is het hoofd administratie gezien zijn situatie niet te verwijten dat de aanvraag te laat is ingediend, het is begrijpelijk dat zijn aandacht gefocust was op de palliatieve zorg voor zijn zwager. Het is de verantwoordelijkheid van de onderneming dat er in zo’n situatie wordt opgelet of een medewerker zijn werk wel aankan en of al het werk op tijd wordt gedaan. Zo nodig moet er worden ingegrepen en moeten taken bij iemand anders worden neergelegd. Uit de stukken en uit wat op de zitting is besproken blijkt dat de directeur op de hoogte was van de situatie. Van hem mag worden verwacht dat hij zijn werknemer dan in de gaten houdt en erop let of alle deadlines wel worden gehaald. De onderneming, en specifiek de directeur, had daar beter op moeten letten.
3. Het College begrijpt dat de afwijzing financiële gevolgen heeft voor de onderneming, maar dat komt voor rekening van de onderneming en maakt de afwijzing nog niet onevenredig.
w.g. M. van der Knijff w.g. T. Berg
Inleiding
proces-verbaal uitspraak
COLLEGE VAN BEROEP VOOR HET BEDRIJFSLEVEN
zaaknummer: 22/1694
proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de enkelvoudige kamer van 25 september 2023
Rechter: mr. M. van der Knijff
Griffier: T. Berg
Partijen
[naam 1] B.V te [plaats] (de onderneming), waarvoor aanwezig is [naam 2] (hoofd administratie)
en
de minister van Economische Zaken en Klimaat, vertegenwoordigd door C. Zieleman en mr. A.M.D. Dijkstra
Overwegingen
1. In de TVL staat dat aanvragen voor het eerste kwartaal van 2022 uiterlijk 31 maart 2022 ingediend moesten worden. De aanvraag is te laat ingediend. De onderneming heeft als reden gegeven dat het hoofd administratie, die alle TVL-aanvragen voor de onderneming indiende, deze aanvraag vanwege persoonlijke omstandigheden te laat heeft ingediend. Doordat hij palliatieve zorg verleende aan zijn zwager was hij niet altijd op het werk en als hij wel aanwezig was dan was hij er met zijn hoofd niet altijd bij. Volgens de onderneming lag het niet voor de hand dat iemand anders de aanvraag zou indienen.
2. Het College oordeelt dat het voor rekening van de onderneming komt dat de aanvraag te laat is ingediend. Het is het hoofd administratie gezien zijn situatie niet te verwijten dat de aanvraag te laat is ingediend, het is begrijpelijk dat zijn aandacht gefocust was op de palliatieve zorg voor zijn zwager. Het is de verantwoordelijkheid van de onderneming dat er in zo’n situatie wordt opgelet of een medewerker zijn werk wel aankan en of al het werk op tijd wordt gedaan. Zo nodig moet er worden ingegrepen en moeten taken bij iemand anders worden neergelegd. Uit de stukken en uit wat op de zitting is besproken blijkt dat de directeur op de hoogte was van de situatie. Van hem mag worden verwacht dat hij zijn werknemer dan in de gaten houdt en erop let of alle deadlines wel worden gehaald. De onderneming, en specifiek de directeur, had daar beter op moeten letten.
3. Het College begrijpt dat de afwijzing financiële gevolgen heeft voor de onderneming, maar dat komt voor rekening van de onderneming en maakt de afwijzing nog niet onevenredig.
w.g. M. van der Knijff w.g. T. Berg
Inleiding
proces-verbaal uitspraak
COLLEGE VAN BEROEP VOOR HET BEDRIJFSLEVEN
zaaknummer: 22/1694
proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de enkelvoudige kamer van 25 september 2023
Rechter: mr. M. van der Knijff
Griffier: T. Berg
Partijen
[naam 1] B.V te [plaats] (de onderneming), waarvoor aanwezig is [naam 2] (hoofd administratie)
en
de minister van Economische Zaken en Klimaat, vertegenwoordigd door C. Zieleman en mr. A.M.D. Dijkstra
Overwegingen
1. In de TVL staat dat aanvragen voor het eerste kwartaal van 2022 uiterlijk 31 maart 2022 ingediend moesten worden. De aanvraag is te laat ingediend. De onderneming heeft als reden gegeven dat het hoofd administratie, die alle TVL-aanvragen voor de onderneming indiende, deze aanvraag vanwege persoonlijke omstandigheden te laat heeft ingediend. Doordat hij palliatieve zorg verleende aan zijn zwager was hij niet altijd op het werk en als hij wel aanwezig was dan was hij er met zijn hoofd niet altijd bij. Volgens de onderneming lag het niet voor de hand dat iemand anders de aanvraag zou indienen.
2. Het College oordeelt dat het voor rekening van de onderneming komt dat de aanvraag te laat is ingediend. Het is het hoofd administratie gezien zijn situatie niet te verwijten dat de aanvraag te laat is ingediend, het is begrijpelijk dat zijn aandacht gefocust was op de palliatieve zorg voor zijn zwager. Het is de verantwoordelijkheid van de onderneming dat er in zo’n situatie wordt opgelet of een medewerker zijn werk wel aankan en of al het werk op tijd wordt gedaan. Zo nodig moet er worden ingegrepen en moeten taken bij iemand anders worden neergelegd. Uit de stukken en uit wat op de zitting is besproken blijkt dat de directeur op de hoogte was van de situatie. Van hem mag worden verwacht dat hij zijn werknemer dan in de gaten houdt en erop let of alle deadlines wel worden gehaald. De onderneming, en specifiek de directeur, had daar beter op moeten letten.
3. Het College begrijpt dat de afwijzing financiële gevolgen heeft voor de onderneming, maar dat komt voor rekening van de onderneming en maakt de afwijzing nog niet onevenredig.
w.g. M. van der Knijff w.g. T. Berg
Inleiding
proces-verbaal uitspraak
COLLEGE VAN BEROEP VOOR HET BEDRIJFSLEVEN
zaaknummer: 22/1694
proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de enkelvoudige kamer van 25 september 2023
Rechter: mr. M. van der Knijff
Griffier: T. Berg
Partijen
[naam 1] B.V te [plaats] (de onderneming), waarvoor aanwezig is [naam 2] (hoofd administratie)
en
de minister van Economische Zaken en Klimaat, vertegenwoordigd door C. Zieleman en mr. A.M.D. Dijkstra
Overwegingen
1. In de TVL staat dat aanvragen voor het eerste kwartaal van 2022 uiterlijk 31 maart 2022 ingediend moesten worden. De aanvraag is te laat ingediend. De onderneming heeft als reden gegeven dat het hoofd administratie, die alle TVL-aanvragen voor de onderneming indiende, deze aanvraag vanwege persoonlijke omstandigheden te laat heeft ingediend. Doordat hij palliatieve zorg verleende aan zijn zwager was hij niet altijd op het werk en als hij wel aanwezig was dan was hij er met zijn hoofd niet altijd bij. Volgens de onderneming lag het niet voor de hand dat iemand anders de aanvraag zou indienen.
2. Het College oordeelt dat het voor rekening van de onderneming komt dat de aanvraag te laat is ingediend. Het is het hoofd administratie gezien zijn situatie niet te verwijten dat de aanvraag te laat is ingediend, het is begrijpelijk dat zijn aandacht gefocust was op de palliatieve zorg voor zijn zwager. Het is de verantwoordelijkheid van de onderneming dat er in zo’n situatie wordt opgelet of een medewerker zijn werk wel aankan en of al het werk op tijd wordt gedaan. Zo nodig moet er worden ingegrepen en moeten taken bij iemand anders worden neergelegd. Uit de stukken en uit wat op de zitting is besproken blijkt dat de directeur op de hoogte was van de situatie. Van hem mag worden verwacht dat hij zijn werknemer dan in de gaten houdt en erop let of alle deadlines wel worden gehaald. De onderneming, en specifiek de directeur, had daar beter op moeten letten.
3. Het College begrijpt dat de afwijzing financiële gevolgen heeft voor de onderneming, maar dat komt voor rekening van de onderneming en maakt de afwijzing nog niet onevenredig.
w.g. M. van der Knijff w.g. T. Berg