Rechtspraak
College van Beroep voor het bedrijfsleven
2023-09-25
ECLI:NL:CBB:2023:572
Bestuursrecht
Mondelinge uitspraak
1,948 tokens
Inleiding
proces-verbaal uitspraak
COLLEGE VAN BEROEP VOOR HET BEDRIJFSLEVEN
zaaknummer: 22/1708
proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de enkelvoudige kamer van 25 september 2023
Rechter: mr. M. van der Knijff
Griffier: T. Berg
Partijen
[naam 1] handelend onder de naam [naam 2] te [plaats] (de onderneming), waarvoor aanwezig is [naam 1]
en
de minister van Economische Zaken en Klimaat, vertegenwoordigd door C. Zieleman en mr. A.M.D. Dijkstra
Overwegingen
1. In de TVL is bepaald dat het omzetverlies wordt berekend aan de hand van een referentiekwartaal, in dit geval het eerste kwartaal van 2019. De onderneming vindt het niet eerlijk dat naar dat kwartaal wordt gekeken. De onderneming is namelijk verhuisd naar een nieuwe winkelruimte en heeft nu ook ruimere openingstijden. Daarom mocht ervan uitgegaan worden dat de omzet hoger zou zijn en dat er dus wel sprake is van omzetverlies. De kosten waren ook hoger. De onderneming wil dat wordt gekeken naar een kwartaal ná de verhuizing.
2. In de TVL-regeling staat duidelijk dat het referentiekwartaal het eerste kwartaal van 2019 is. In eerdere uitspraken heeft het College geoordeeld dat er alleen bij uitzonderlijke omstandigheden reden is om daarvan af te wijken. Dat is een strenge maatstaf. Het College oordeelt dat de verhuizing niet zo’n uitzonderlijke omstandigheid is. Dat er meer kosten zijn gemaakt maakt in het systeem van de TVL geen verschil. De onderneming valt wel binnen de doelgroep van de TVL, maar voldoet niet aan de voorwaarden. Het College begrijpt dat de afwijzing financiële gevolgen heeft, maar dat maakt het besluit nog niet onevenredig.
w.g. M. van der Knijff w.g. T. Berg
Inleiding
proces-verbaal uitspraak
COLLEGE VAN BEROEP VOOR HET BEDRIJFSLEVEN
zaaknummer: 22/1708
proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de enkelvoudige kamer van 25 september 2023
Rechter: mr. M. van der Knijff
Griffier: T. Berg
Partijen
[naam 1] handelend onder de naam [naam 2] te [plaats] (de onderneming), waarvoor aanwezig is [naam 1]
en
de minister van Economische Zaken en Klimaat, vertegenwoordigd door C. Zieleman en mr. A.M.D. Dijkstra
Overwegingen
1. In de TVL is bepaald dat het omzetverlies wordt berekend aan de hand van een referentiekwartaal, in dit geval het eerste kwartaal van 2019. De onderneming vindt het niet eerlijk dat naar dat kwartaal wordt gekeken. De onderneming is namelijk verhuisd naar een nieuwe winkelruimte en heeft nu ook ruimere openingstijden. Daarom mocht ervan uitgegaan worden dat de omzet hoger zou zijn en dat er dus wel sprake is van omzetverlies. De kosten waren ook hoger. De onderneming wil dat wordt gekeken naar een kwartaal ná de verhuizing.
2. In de TVL-regeling staat duidelijk dat het referentiekwartaal het eerste kwartaal van 2019 is. In eerdere uitspraken heeft het College geoordeeld dat er alleen bij uitzonderlijke omstandigheden reden is om daarvan af te wijken. Dat is een strenge maatstaf. Het College oordeelt dat de verhuizing niet zo’n uitzonderlijke omstandigheid is. Dat er meer kosten zijn gemaakt maakt in het systeem van de TVL geen verschil. De onderneming valt wel binnen de doelgroep van de TVL, maar voldoet niet aan de voorwaarden. Het College begrijpt dat de afwijzing financiële gevolgen heeft, maar dat maakt het besluit nog niet onevenredig.
w.g. M. van der Knijff w.g. T. Berg
Inleiding
proces-verbaal uitspraak
COLLEGE VAN BEROEP VOOR HET BEDRIJFSLEVEN
zaaknummer: 22/1708
proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de enkelvoudige kamer van 25 september 2023
Rechter: mr. M. van der Knijff
Griffier: T. Berg
Partijen
[naam 1] handelend onder de naam [naam 2] te [plaats] (de onderneming), waarvoor aanwezig is [naam 1]
en
de minister van Economische Zaken en Klimaat, vertegenwoordigd door C. Zieleman en mr. A.M.D. Dijkstra
Overwegingen
1. In de TVL is bepaald dat het omzetverlies wordt berekend aan de hand van een referentiekwartaal, in dit geval het eerste kwartaal van 2019. De onderneming vindt het niet eerlijk dat naar dat kwartaal wordt gekeken. De onderneming is namelijk verhuisd naar een nieuwe winkelruimte en heeft nu ook ruimere openingstijden. Daarom mocht ervan uitgegaan worden dat de omzet hoger zou zijn en dat er dus wel sprake is van omzetverlies. De kosten waren ook hoger. De onderneming wil dat wordt gekeken naar een kwartaal ná de verhuizing.
2. In de TVL-regeling staat duidelijk dat het referentiekwartaal het eerste kwartaal van 2019 is. In eerdere uitspraken heeft het College geoordeeld dat er alleen bij uitzonderlijke omstandigheden reden is om daarvan af te wijken. Dat is een strenge maatstaf. Het College oordeelt dat de verhuizing niet zo’n uitzonderlijke omstandigheid is. Dat er meer kosten zijn gemaakt maakt in het systeem van de TVL geen verschil. De onderneming valt wel binnen de doelgroep van de TVL, maar voldoet niet aan de voorwaarden. Het College begrijpt dat de afwijzing financiële gevolgen heeft, maar dat maakt het besluit nog niet onevenredig.
w.g. M. van der Knijff w.g. T. Berg
Inleiding
proces-verbaal uitspraak
COLLEGE VAN BEROEP VOOR HET BEDRIJFSLEVEN
zaaknummer: 22/1708
proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de enkelvoudige kamer van 25 september 2023
Rechter: mr. M. van der Knijff
Griffier: T. Berg
Partijen
[naam 1] handelend onder de naam [naam 2] te [plaats] (de onderneming), waarvoor aanwezig is [naam 1]
en
de minister van Economische Zaken en Klimaat, vertegenwoordigd door C. Zieleman en mr. A.M.D. Dijkstra
Overwegingen
1. In de TVL is bepaald dat het omzetverlies wordt berekend aan de hand van een referentiekwartaal, in dit geval het eerste kwartaal van 2019. De onderneming vindt het niet eerlijk dat naar dat kwartaal wordt gekeken. De onderneming is namelijk verhuisd naar een nieuwe winkelruimte en heeft nu ook ruimere openingstijden. Daarom mocht ervan uitgegaan worden dat de omzet hoger zou zijn en dat er dus wel sprake is van omzetverlies. De kosten waren ook hoger. De onderneming wil dat wordt gekeken naar een kwartaal ná de verhuizing.
2. In de TVL-regeling staat duidelijk dat het referentiekwartaal het eerste kwartaal van 2019 is. In eerdere uitspraken heeft het College geoordeeld dat er alleen bij uitzonderlijke omstandigheden reden is om daarvan af te wijken. Dat is een strenge maatstaf. Het College oordeelt dat de verhuizing niet zo’n uitzonderlijke omstandigheid is. Dat er meer kosten zijn gemaakt maakt in het systeem van de TVL geen verschil. De onderneming valt wel binnen de doelgroep van de TVL, maar voldoet niet aan de voorwaarden. Het College begrijpt dat de afwijzing financiële gevolgen heeft, maar dat maakt het besluit nog niet onevenredig.
w.g. M. van der Knijff w.g. T. Berg