Rechtspraak
College van Beroep voor het bedrijfsleven
2023-09-19
ECLI:NL:CBB:2023:505
Bestuursrecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
3,016 tokens
Inleiding
uitspraak
COLLEGE VAN BEROEP VOOR HET BEDRIJFSLEVEN
zaaknummer: 22/2306
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 19 september 2023 in de zaak tussen
[naam] , te [plaats]
en
de minister voor Klimaat en Energie
(gemachtigde: J. van Essen).
Procesverloop
Met het besluit van 14 juli 2022 heeft de minister de aanvraag van [naam] om subsidie op grond van de Regeling nationale EZK- en LNV-subsidies (Regeling) afgewezen.
Met het besluit van 30 september 2022 (bestreden besluit) heeft de minister het daartegen gemaakte bezwaar gegrond verklaard en voor een bedrag van in totaal € 4460 subsidie verleend.
[naam] heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld.
De minister heeft een verweerschrift ingediend.
De zitting heeft plaatsgevonden op 15 augustus 2023. Aan de zitting heeft de gemachtigde van de minister deelgenomen.
Overwegingen
1. De minister heeft aan [naam] subsidie verleend voor het laten uitvoeren van twee energiebesparende maatregelen aan zijn woning, te weten dakisolatie en glasisolatie. De subsidie is verleend op grond van titel 4.5. Investeringssubsidie duurzame energie en energiebesparing (ISDE) van de Regeling.
2. [naam] stelt in beroep dat de verleende subsidie voor 195 m2 dakisolatie ten onrechte is vastgesteld op € 20 per m2. Dat had volgens hem € 30 per m2 moeten zijn, omdat de subsidie van 1 juli 2020 tot 31 december 2020 tot dat bedrag was verhoogd. De isolatie is in die periode aangebracht. Daarom meent hij nog recht te hebben op 195 m2 x € 10 = € 1950.
Beoordeling
3. Zoals door de minister ter zitting is toegelicht, was in artikel 14a, eerste lid, aanhef en onder c, van de Subsidieregeling energiebesparing eigen huis (SEEH) bepaald dat de eigenaar-bewoner onder voorwaarden voor dakisolatie een bedrag van € 30 per m2 subsidie had kunnen krijgen indien de aanvraag was ingediend in de periode van 1 juni 2020 tot en met 31 december 2020. De SEEH is in het onderhavige geval niet van toepassing. [naam] heeft op 25 augustus 2021 subsidie aangevraagd op grond van de ISDE in de Regeling. De subsidie voor dakisolatie was toen volgens artikel 4.5.4, lid 1, aanhef en onder a, bij 1o van de Regeling, geldend per 1 januari 2021, € 20 per m2 (Stcrt. 2020, 65131). Het betoog van [naam] dat hij recht heeft op een subsidie voor dakisolatie van € 30 per m2, slaagt daarom niet. De minister heeft in het bestreden besluit de subsidie voor dakisolatie juist vastgesteld op € 3900 (195 m2 x € 20 per m2).
Dictum
Het College verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. H.O. Kerkmeester, in aanwezigheid van mr. J.W.E. Pinckaers, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 19 september 2023.
w.g. H.O. Kerkmeester w.g. J.W.E. Pinckaers
Inleiding
uitspraak
COLLEGE VAN BEROEP VOOR HET BEDRIJFSLEVEN
zaaknummer: 22/2306
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 19 september 2023 in de zaak tussen
[naam] , te [plaats]
en
de minister voor Klimaat en Energie
(gemachtigde: J. van Essen).
Procesverloop
Met het besluit van 14 juli 2022 heeft de minister de aanvraag van [naam] om subsidie op grond van de Regeling nationale EZK- en LNV-subsidies (Regeling) afgewezen.
Met het besluit van 30 september 2022 (bestreden besluit) heeft de minister het daartegen gemaakte bezwaar gegrond verklaard en voor een bedrag van in totaal € 4460 subsidie verleend.
[naam] heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld.
De minister heeft een verweerschrift ingediend.
De zitting heeft plaatsgevonden op 15 augustus 2023. Aan de zitting heeft de gemachtigde van de minister deelgenomen.
Overwegingen
1. De minister heeft aan [naam] subsidie verleend voor het laten uitvoeren van twee energiebesparende maatregelen aan zijn woning, te weten dakisolatie en glasisolatie. De subsidie is verleend op grond van titel 4.5. Investeringssubsidie duurzame energie en energiebesparing (ISDE) van de Regeling.
2. [naam] stelt in beroep dat de verleende subsidie voor 195 m2 dakisolatie ten onrechte is vastgesteld op € 20 per m2. Dat had volgens hem € 30 per m2 moeten zijn, omdat de subsidie van 1 juli 2020 tot 31 december 2020 tot dat bedrag was verhoogd. De isolatie is in die periode aangebracht. Daarom meent hij nog recht te hebben op 195 m2 x € 10 = € 1950.
Beoordeling
3. Zoals door de minister ter zitting is toegelicht, was in artikel 14a, eerste lid, aanhef en onder c, van de Subsidieregeling energiebesparing eigen huis (SEEH) bepaald dat de eigenaar-bewoner onder voorwaarden voor dakisolatie een bedrag van € 30 per m2 subsidie had kunnen krijgen indien de aanvraag was ingediend in de periode van 1 juni 2020 tot en met 31 december 2020. De SEEH is in het onderhavige geval niet van toepassing. [naam] heeft op 25 augustus 2021 subsidie aangevraagd op grond van de ISDE in de Regeling. De subsidie voor dakisolatie was toen volgens artikel 4.5.4, lid 1, aanhef en onder a, bij 1o van de Regeling, geldend per 1 januari 2021, € 20 per m2 (Stcrt. 2020, 65131). Het betoog van [naam] dat hij recht heeft op een subsidie voor dakisolatie van € 30 per m2, slaagt daarom niet. De minister heeft in het bestreden besluit de subsidie voor dakisolatie juist vastgesteld op € 3900 (195 m2 x € 20 per m2).
Dictum
Het College verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. H.O. Kerkmeester, in aanwezigheid van mr. J.W.E. Pinckaers, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 19 september 2023.
w.g. H.O. Kerkmeester w.g. J.W.E. Pinckaers
Inleiding
uitspraak
COLLEGE VAN BEROEP VOOR HET BEDRIJFSLEVEN
zaaknummer: 22/2306
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 19 september 2023 in de zaak tussen
[naam] , te [plaats]
en
de minister voor Klimaat en Energie
(gemachtigde: J. van Essen).
Procesverloop
Met het besluit van 14 juli 2022 heeft de minister de aanvraag van [naam] om subsidie op grond van de Regeling nationale EZK- en LNV-subsidies (Regeling) afgewezen.
Met het besluit van 30 september 2022 (bestreden besluit) heeft de minister het daartegen gemaakte bezwaar gegrond verklaard en voor een bedrag van in totaal € 4460 subsidie verleend.
[naam] heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld.
De minister heeft een verweerschrift ingediend.
De zitting heeft plaatsgevonden op 15 augustus 2023. Aan de zitting heeft de gemachtigde van de minister deelgenomen.
Overwegingen
1. De minister heeft aan [naam] subsidie verleend voor het laten uitvoeren van twee energiebesparende maatregelen aan zijn woning, te weten dakisolatie en glasisolatie. De subsidie is verleend op grond van titel 4.5. Investeringssubsidie duurzame energie en energiebesparing (ISDE) van de Regeling.
2. [naam] stelt in beroep dat de verleende subsidie voor 195 m2 dakisolatie ten onrechte is vastgesteld op € 20 per m2. Dat had volgens hem € 30 per m2 moeten zijn, omdat de subsidie van 1 juli 2020 tot 31 december 2020 tot dat bedrag was verhoogd. De isolatie is in die periode aangebracht. Daarom meent hij nog recht te hebben op 195 m2 x € 10 = € 1950.
Beoordeling
3. Zoals door de minister ter zitting is toegelicht, was in artikel 14a, eerste lid, aanhef en onder c, van de Subsidieregeling energiebesparing eigen huis (SEEH) bepaald dat de eigenaar-bewoner onder voorwaarden voor dakisolatie een bedrag van € 30 per m2 subsidie had kunnen krijgen indien de aanvraag was ingediend in de periode van 1 juni 2020 tot en met 31 december 2020. De SEEH is in het onderhavige geval niet van toepassing. [naam] heeft op 25 augustus 2021 subsidie aangevraagd op grond van de ISDE in de Regeling. De subsidie voor dakisolatie was toen volgens artikel 4.5.4, lid 1, aanhef en onder a, bij 1o van de Regeling, geldend per 1 januari 2021, € 20 per m2 (Stcrt. 2020, 65131). Het betoog van [naam] dat hij recht heeft op een subsidie voor dakisolatie van € 30 per m2, slaagt daarom niet. De minister heeft in het bestreden besluit de subsidie voor dakisolatie juist vastgesteld op € 3900 (195 m2 x € 20 per m2).
Dictum
Het College verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. H.O. Kerkmeester, in aanwezigheid van mr. J.W.E. Pinckaers, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 19 september 2023.
w.g. H.O. Kerkmeester w.g. J.W.E. Pinckaers
Inleiding
uitspraak
COLLEGE VAN BEROEP VOOR HET BEDRIJFSLEVEN
zaaknummer: 22/2306
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 19 september 2023 in de zaak tussen
[naam] , te [plaats]
en
de minister voor Klimaat en Energie
(gemachtigde: J. van Essen).
Procesverloop
Met het besluit van 14 juli 2022 heeft de minister de aanvraag van [naam] om subsidie op grond van de Regeling nationale EZK- en LNV-subsidies (Regeling) afgewezen.
Met het besluit van 30 september 2022 (bestreden besluit) heeft de minister het daartegen gemaakte bezwaar gegrond verklaard en voor een bedrag van in totaal € 4460 subsidie verleend.
[naam] heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld.
De minister heeft een verweerschrift ingediend.
De zitting heeft plaatsgevonden op 15 augustus 2023. Aan de zitting heeft de gemachtigde van de minister deelgenomen.
Overwegingen
1. De minister heeft aan [naam] subsidie verleend voor het laten uitvoeren van twee energiebesparende maatregelen aan zijn woning, te weten dakisolatie en glasisolatie. De subsidie is verleend op grond van titel 4.5. Investeringssubsidie duurzame energie en energiebesparing (ISDE) van de Regeling.
2. [naam] stelt in beroep dat de verleende subsidie voor 195 m2 dakisolatie ten onrechte is vastgesteld op € 20 per m2. Dat had volgens hem € 30 per m2 moeten zijn, omdat de subsidie van 1 juli 2020 tot 31 december 2020 tot dat bedrag was verhoogd. De isolatie is in die periode aangebracht. Daarom meent hij nog recht te hebben op 195 m2 x € 10 = € 1950.
Beoordeling
3. Zoals door de minister ter zitting is toegelicht, was in artikel 14a, eerste lid, aanhef en onder c, van de Subsidieregeling energiebesparing eigen huis (SEEH) bepaald dat de eigenaar-bewoner onder voorwaarden voor dakisolatie een bedrag van € 30 per m2 subsidie had kunnen krijgen indien de aanvraag was ingediend in de periode van 1 juni 2020 tot en met 31 december 2020. De SEEH is in het onderhavige geval niet van toepassing. [naam] heeft op 25 augustus 2021 subsidie aangevraagd op grond van de ISDE in de Regeling. De subsidie voor dakisolatie was toen volgens artikel 4.5.4, lid 1, aanhef en onder a, bij 1o van de Regeling, geldend per 1 januari 2021, € 20 per m2 (Stcrt. 2020, 65131). Het betoog van [naam] dat hij recht heeft op een subsidie voor dakisolatie van € 30 per m2, slaagt daarom niet. De minister heeft in het bestreden besluit de subsidie voor dakisolatie juist vastgesteld op € 3900 (195 m2 x € 20 per m2).
Dictum
Het College verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. H.O. Kerkmeester, in aanwezigheid van mr. J.W.E. Pinckaers, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 19 september 2023.
w.g. H.O. Kerkmeester w.g. J.W.E. Pinckaers