Rechtspraak
College van Beroep voor het bedrijfsleven
2023-07-17
ECLI:NL:CBB:2023:393
Bestuursrecht
Mondelinge uitspraak
5,356 tokens
Inleiding
proces-verbaal uitspraak
COLLEGE VAN BEROEP VOOR HET BEDRIJFSLEVEN
zaaknummer: 22/1173
proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de enkelvoudige kamer van 17 juli 2023 in de zaak tussen
[naam 1] , gevestigd te [plaats] (de onderneming)
en
de minister van Economische Zaken en Klimaat.
Procesverloop
Met het besluit van 7 maart 2022 heeft de minister de aanvraag van de onderneming voor een subsidie op grond van de Regeling subsidie financiering vaste lasten COVID-19 (TVL) voor het vierde kwartaal van 2021 afgewezen.
Met de beslissing op bezwaar van 7 juni 2022 heeft de minister het bezwaar van de onderneming ongegrond verklaard.
De onderneming heeft beroep ingesteld tegen de beslissing op bezwaar. De minister heeft een verweerschrift ingediend.
Het beroep is behandeld op de zitting van 17 juli 2023. Aan de zitting hebben deelgenomen mr. S.M. Piron en mr. E. Brouwers namens de minister.
Na sluiting van het onderzoek op de zitting heeft het College onmiddellijk uitspraak gedaan.
Overwegingen
1. Het College geeft hiervoor de volgende motivering.
2. De aanvraagperiode voor TVL-subsidie voor het vierde kwartaal van 2021 liep af op 11 februari 2022. Op 15 februari 2022 heeft de onderneming bij de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO) een melding gedaan dat zij een aanvraag voor TVL-subsidie had willen indienen. De minister heeft die melding aangemerkt als een (pro forma) aanvraag. Hij heeft de aanvraag afgewezen omdat die niet binnen de aanvraagperiode is ingediend.
3. De onderneming heeft aangevoerd dat de aanvraag ten onrechte is afgewezen. De aanvraag was inderdaad te laat, maar daar waren twee goede redenen voor. Allereerst had de te late indiening te maken met miscommunicatie met de boekhouder. De onderneming had van de boekhouder begrepen dat de TVL-aanvraag samen met de BTW aanvraag gedaan moest worden. Daardoor is de onderneming op het verkeerde been gezet. Daarnaast had de te late indiening te maken met de gezondheidssituatie van meneer [naam 2] . Meneer [naam 2] had last van (de nasleep van) Bellse parese. Hij was daardoor erg moe en heeft zijn energie gericht op het werken op het land. Tijdens de aanvraagperiode lag hij ook nog ziek op bed met corona. De te late indiening wordt volgens de onderneming te zwaar gewogen, de aanvraag was maar een paar dagen te laat. De onderneming vindt dat zij nu wel erg veel geld misloopt.
4. De minister vindt dat de aanvraag terecht is afgewezen en ziet geen reden om af te wijken van de TVL. De onderneming is ervoor verantwoordelijk dat op tijd een aanvraag wordt ingediend. De sluitingsdatum is gepubliceerd en was ook te vinden op de website van de RVO. De miscommunicatie met de accountant en de gezondheidsproblemen maken dat niet anders. Het is niet gebleken dat het door corona voor meneer [naam 2] onmogelijk was om een aanvraag te doen, of door iemand anders te laten doen. De Bellse parese speelde al vanaf augustus 2021, van de onderneming mag verwacht worden dat de bedrijfsvoering daar in februari 2022 op is aangepast. Er was voldoende tijd om vervanging of waarneming te regelen. De gevolgen van de te late indiening komen voor rekening van de onderneming.
5. Als niet op tijd een TVL-aanvraag is ingediend is sprake van een dwingende afwijzingsgrond. Het College vat de beroepsgronden van de onderneming op als een verzoek om die afwijzingsgrond buiten toepassing te laten, vanwege strijd met het evenredigheidsbeginsel. Het College oordeelt dat de afwijzing niet onevenredig is. Het is de eigen verantwoordelijkheid van de onderneming om de aanvraagtermijn in de gaten te houden. Het College begrijpt dat de ondernemer door de miscommunicatie met de boekhouder in verwarring is gebracht, maar de informatie over de inschrijfperiode was onder meer op de website van de RVO terug te vinden. Het College begrijpt dat de TVL-aanvraag door de gezondheidssituatie van meneer [naam 2] niet zijn eerste prioriteit was, maar hij had aan iemand anders (bijvoorbeeld aan mevrouw [naam 2] ) kunnen vragen om een aanvraag in te dienen. Op zijn minst had hij tijdens de aanvraagperiode contact op kunnen nemen met RVO. Het College begrijpt dat de afwijzing voor de onderneming financieel grote gevolgen heeft, maar dat maakt het besluit nog niet onevenredig. Dat de aanvraag maar een paar dagen te laat was ook niet. De gevolgen van de te late aanvraag komen voor risico van de onderneming.
6. De minister heeft de aanvraag terecht afgewezen omdat die te laat is ingediend. De beslissing op bezwaar en de grondslag waarop die berust is juist.
7. Het beroep is ongegrond. De minister hoeft geen proceskosten te betalen.
Deze uitspraak is gedaan door mr. M. van der Knijff, in aanwezigheid van H.L.A. Kleinjans, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 17 juli 2023.
w.g. M. van der Knijff w.g. H.L.A. Kleinjans
Artikel 2.5.7 van de TVL.
Artikel 2.5.5, eerste lid, aanhef en onder a, in combinatie met artikel 2.5.7 van de TVL.
Inleiding
proces-verbaal uitspraak
COLLEGE VAN BEROEP VOOR HET BEDRIJFSLEVEN
zaaknummer: 22/1173
proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de enkelvoudige kamer van 17 juli 2023 in de zaak tussen
[naam 1] , gevestigd te [plaats] (de onderneming)
en
de minister van Economische Zaken en Klimaat.
Procesverloop
Met het besluit van 7 maart 2022 heeft de minister de aanvraag van de onderneming voor een subsidie op grond van de Regeling subsidie financiering vaste lasten COVID-19 (TVL) voor het vierde kwartaal van 2021 afgewezen.
Met de beslissing op bezwaar van 7 juni 2022 heeft de minister het bezwaar van de onderneming ongegrond verklaard.
De onderneming heeft beroep ingesteld tegen de beslissing op bezwaar. De minister heeft een verweerschrift ingediend.
Het beroep is behandeld op de zitting van 17 juli 2023. Aan de zitting hebben deelgenomen mr. S.M. Piron en mr. E. Brouwers namens de minister.
Na sluiting van het onderzoek op de zitting heeft het College onmiddellijk uitspraak gedaan.
Overwegingen
1. Het College geeft hiervoor de volgende motivering.
2. De aanvraagperiode voor TVL-subsidie voor het vierde kwartaal van 2021 liep af op 11 februari 2022. Op 15 februari 2022 heeft de onderneming bij de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO) een melding gedaan dat zij een aanvraag voor TVL-subsidie had willen indienen. De minister heeft die melding aangemerkt als een (pro forma) aanvraag. Hij heeft de aanvraag afgewezen omdat die niet binnen de aanvraagperiode is ingediend.
3. De onderneming heeft aangevoerd dat de aanvraag ten onrechte is afgewezen. De aanvraag was inderdaad te laat, maar daar waren twee goede redenen voor. Allereerst had de te late indiening te maken met miscommunicatie met de boekhouder. De onderneming had van de boekhouder begrepen dat de TVL-aanvraag samen met de BTW aanvraag gedaan moest worden. Daardoor is de onderneming op het verkeerde been gezet. Daarnaast had de te late indiening te maken met de gezondheidssituatie van meneer [naam 2] . Meneer [naam 2] had last van (de nasleep van) Bellse parese. Hij was daardoor erg moe en heeft zijn energie gericht op het werken op het land. Tijdens de aanvraagperiode lag hij ook nog ziek op bed met corona. De te late indiening wordt volgens de onderneming te zwaar gewogen, de aanvraag was maar een paar dagen te laat. De onderneming vindt dat zij nu wel erg veel geld misloopt.
4. De minister vindt dat de aanvraag terecht is afgewezen en ziet geen reden om af te wijken van de TVL. De onderneming is ervoor verantwoordelijk dat op tijd een aanvraag wordt ingediend. De sluitingsdatum is gepubliceerd en was ook te vinden op de website van de RVO. De miscommunicatie met de accountant en de gezondheidsproblemen maken dat niet anders. Het is niet gebleken dat het door corona voor meneer [naam 2] onmogelijk was om een aanvraag te doen, of door iemand anders te laten doen. De Bellse parese speelde al vanaf augustus 2021, van de onderneming mag verwacht worden dat de bedrijfsvoering daar in februari 2022 op is aangepast. Er was voldoende tijd om vervanging of waarneming te regelen. De gevolgen van de te late indiening komen voor rekening van de onderneming.
5. Als niet op tijd een TVL-aanvraag is ingediend is sprake van een dwingende afwijzingsgrond. Het College vat de beroepsgronden van de onderneming op als een verzoek om die afwijzingsgrond buiten toepassing te laten, vanwege strijd met het evenredigheidsbeginsel. Het College oordeelt dat de afwijzing niet onevenredig is. Het is de eigen verantwoordelijkheid van de onderneming om de aanvraagtermijn in de gaten te houden. Het College begrijpt dat de ondernemer door de miscommunicatie met de boekhouder in verwarring is gebracht, maar de informatie over de inschrijfperiode was onder meer op de website van de RVO terug te vinden. Het College begrijpt dat de TVL-aanvraag door de gezondheidssituatie van meneer [naam 2] niet zijn eerste prioriteit was, maar hij had aan iemand anders (bijvoorbeeld aan mevrouw [naam 2] ) kunnen vragen om een aanvraag in te dienen. Op zijn minst had hij tijdens de aanvraagperiode contact op kunnen nemen met RVO. Het College begrijpt dat de afwijzing voor de onderneming financieel grote gevolgen heeft, maar dat maakt het besluit nog niet onevenredig. Dat de aanvraag maar een paar dagen te laat was ook niet. De gevolgen van de te late aanvraag komen voor risico van de onderneming.
6. De minister heeft de aanvraag terecht afgewezen omdat die te laat is ingediend. De beslissing op bezwaar en de grondslag waarop die berust is juist.
7. Het beroep is ongegrond. De minister hoeft geen proceskosten te betalen.
Deze uitspraak is gedaan door mr. M. van der Knijff, in aanwezigheid van H.L.A. Kleinjans, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 17 juli 2023.
w.g. M. van der Knijff w.g. H.L.A. Kleinjans
Artikel 2.5.7 van de TVL.
Artikel 2.5.5, eerste lid, aanhef en onder a, in combinatie met artikel 2.5.7 van de TVL.
Inleiding
proces-verbaal uitspraak
COLLEGE VAN BEROEP VOOR HET BEDRIJFSLEVEN
zaaknummer: 22/1173
proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de enkelvoudige kamer van 17 juli 2023 in de zaak tussen
[naam 1] , gevestigd te [plaats] (de onderneming)
en
de minister van Economische Zaken en Klimaat.
Procesverloop
Met het besluit van 7 maart 2022 heeft de minister de aanvraag van de onderneming voor een subsidie op grond van de Regeling subsidie financiering vaste lasten COVID-19 (TVL) voor het vierde kwartaal van 2021 afgewezen.
Met de beslissing op bezwaar van 7 juni 2022 heeft de minister het bezwaar van de onderneming ongegrond verklaard.
De onderneming heeft beroep ingesteld tegen de beslissing op bezwaar. De minister heeft een verweerschrift ingediend.
Het beroep is behandeld op de zitting van 17 juli 2023. Aan de zitting hebben deelgenomen mr. S.M. Piron en mr. E. Brouwers namens de minister.
Na sluiting van het onderzoek op de zitting heeft het College onmiddellijk uitspraak gedaan.
Overwegingen
1. Het College geeft hiervoor de volgende motivering.
2. De aanvraagperiode voor TVL-subsidie voor het vierde kwartaal van 2021 liep af op 11 februari 2022. Op 15 februari 2022 heeft de onderneming bij de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO) een melding gedaan dat zij een aanvraag voor TVL-subsidie had willen indienen. De minister heeft die melding aangemerkt als een (pro forma) aanvraag. Hij heeft de aanvraag afgewezen omdat die niet binnen de aanvraagperiode is ingediend.
3. De onderneming heeft aangevoerd dat de aanvraag ten onrechte is afgewezen. De aanvraag was inderdaad te laat, maar daar waren twee goede redenen voor. Allereerst had de te late indiening te maken met miscommunicatie met de boekhouder. De onderneming had van de boekhouder begrepen dat de TVL-aanvraag samen met de BTW aanvraag gedaan moest worden. Daardoor is de onderneming op het verkeerde been gezet. Daarnaast had de te late indiening te maken met de gezondheidssituatie van meneer [naam 2] . Meneer [naam 2] had last van (de nasleep van) Bellse parese. Hij was daardoor erg moe en heeft zijn energie gericht op het werken op het land. Tijdens de aanvraagperiode lag hij ook nog ziek op bed met corona. De te late indiening wordt volgens de onderneming te zwaar gewogen, de aanvraag was maar een paar dagen te laat. De onderneming vindt dat zij nu wel erg veel geld misloopt.
4. De minister vindt dat de aanvraag terecht is afgewezen en ziet geen reden om af te wijken van de TVL. De onderneming is ervoor verantwoordelijk dat op tijd een aanvraag wordt ingediend. De sluitingsdatum is gepubliceerd en was ook te vinden op de website van de RVO. De miscommunicatie met de accountant en de gezondheidsproblemen maken dat niet anders. Het is niet gebleken dat het door corona voor meneer [naam 2] onmogelijk was om een aanvraag te doen, of door iemand anders te laten doen. De Bellse parese speelde al vanaf augustus 2021, van de onderneming mag verwacht worden dat de bedrijfsvoering daar in februari 2022 op is aangepast. Er was voldoende tijd om vervanging of waarneming te regelen. De gevolgen van de te late indiening komen voor rekening van de onderneming.
5. Als niet op tijd een TVL-aanvraag is ingediend is sprake van een dwingende afwijzingsgrond. Het College vat de beroepsgronden van de onderneming op als een verzoek om die afwijzingsgrond buiten toepassing te laten, vanwege strijd met het evenredigheidsbeginsel. Het College oordeelt dat de afwijzing niet onevenredig is. Het is de eigen verantwoordelijkheid van de onderneming om de aanvraagtermijn in de gaten te houden. Het College begrijpt dat de ondernemer door de miscommunicatie met de boekhouder in verwarring is gebracht, maar de informatie over de inschrijfperiode was onder meer op de website van de RVO terug te vinden. Het College begrijpt dat de TVL-aanvraag door de gezondheidssituatie van meneer [naam 2] niet zijn eerste prioriteit was, maar hij had aan iemand anders (bijvoorbeeld aan mevrouw [naam 2] ) kunnen vragen om een aanvraag in te dienen. Op zijn minst had hij tijdens de aanvraagperiode contact op kunnen nemen met RVO. Het College begrijpt dat de afwijzing voor de onderneming financieel grote gevolgen heeft, maar dat maakt het besluit nog niet onevenredig. Dat de aanvraag maar een paar dagen te laat was ook niet. De gevolgen van de te late aanvraag komen voor risico van de onderneming.
6. De minister heeft de aanvraag terecht afgewezen omdat die te laat is ingediend. De beslissing op bezwaar en de grondslag waarop die berust is juist.
7. Het beroep is ongegrond. De minister hoeft geen proceskosten te betalen.
Deze uitspraak is gedaan door mr. M. van der Knijff, in aanwezigheid van H.L.A. Kleinjans, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 17 juli 2023.
w.g. M. van der Knijff w.g. H.L.A. Kleinjans
Artikel 2.5.7 van de TVL.
Artikel 2.5.5, eerste lid, aanhef en onder a, in combinatie met artikel 2.5.7 van de TVL.
Inleiding
proces-verbaal uitspraak
COLLEGE VAN BEROEP VOOR HET BEDRIJFSLEVEN
zaaknummer: 22/1173
proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de enkelvoudige kamer van 17 juli 2023 in de zaak tussen
[naam 1] , gevestigd te [plaats] (de onderneming)
en
de minister van Economische Zaken en Klimaat.
Procesverloop
Met het besluit van 7 maart 2022 heeft de minister de aanvraag van de onderneming voor een subsidie op grond van de Regeling subsidie financiering vaste lasten COVID-19 (TVL) voor het vierde kwartaal van 2021 afgewezen.
Met de beslissing op bezwaar van 7 juni 2022 heeft de minister het bezwaar van de onderneming ongegrond verklaard.
De onderneming heeft beroep ingesteld tegen de beslissing op bezwaar. De minister heeft een verweerschrift ingediend.
Het beroep is behandeld op de zitting van 17 juli 2023. Aan de zitting hebben deelgenomen mr. S.M. Piron en mr. E. Brouwers namens de minister.
Na sluiting van het onderzoek op de zitting heeft het College onmiddellijk uitspraak gedaan.
Overwegingen
1. Het College geeft hiervoor de volgende motivering.
2. De aanvraagperiode voor TVL-subsidie voor het vierde kwartaal van 2021 liep af op 11 februari 2022. Op 15 februari 2022 heeft de onderneming bij de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO) een melding gedaan dat zij een aanvraag voor TVL-subsidie had willen indienen. De minister heeft die melding aangemerkt als een (pro forma) aanvraag. Hij heeft de aanvraag afgewezen omdat die niet binnen de aanvraagperiode is ingediend.
3. De onderneming heeft aangevoerd dat de aanvraag ten onrechte is afgewezen. De aanvraag was inderdaad te laat, maar daar waren twee goede redenen voor. Allereerst had de te late indiening te maken met miscommunicatie met de boekhouder. De onderneming had van de boekhouder begrepen dat de TVL-aanvraag samen met de BTW aanvraag gedaan moest worden. Daardoor is de onderneming op het verkeerde been gezet. Daarnaast had de te late indiening te maken met de gezondheidssituatie van meneer [naam 2] . Meneer [naam 2] had last van (de nasleep van) Bellse parese. Hij was daardoor erg moe en heeft zijn energie gericht op het werken op het land. Tijdens de aanvraagperiode lag hij ook nog ziek op bed met corona. De te late indiening wordt volgens de onderneming te zwaar gewogen, de aanvraag was maar een paar dagen te laat. De onderneming vindt dat zij nu wel erg veel geld misloopt.
4. De minister vindt dat de aanvraag terecht is afgewezen en ziet geen reden om af te wijken van de TVL. De onderneming is ervoor verantwoordelijk dat op tijd een aanvraag wordt ingediend. De sluitingsdatum is gepubliceerd en was ook te vinden op de website van de RVO. De miscommunicatie met de accountant en de gezondheidsproblemen maken dat niet anders. Het is niet gebleken dat het door corona voor meneer [naam 2] onmogelijk was om een aanvraag te doen, of door iemand anders te laten doen. De Bellse parese speelde al vanaf augustus 2021, van de onderneming mag verwacht worden dat de bedrijfsvoering daar in februari 2022 op is aangepast. Er was voldoende tijd om vervanging of waarneming te regelen. De gevolgen van de te late indiening komen voor rekening van de onderneming.
5. Als niet op tijd een TVL-aanvraag is ingediend is sprake van een dwingende afwijzingsgrond. Het College vat de beroepsgronden van de onderneming op als een verzoek om die afwijzingsgrond buiten toepassing te laten, vanwege strijd met het evenredigheidsbeginsel. Het College oordeelt dat de afwijzing niet onevenredig is. Het is de eigen verantwoordelijkheid van de onderneming om de aanvraagtermijn in de gaten te houden. Het College begrijpt dat de ondernemer door de miscommunicatie met de boekhouder in verwarring is gebracht, maar de informatie over de inschrijfperiode was onder meer op de website van de RVO terug te vinden. Het College begrijpt dat de TVL-aanvraag door de gezondheidssituatie van meneer [naam 2] niet zijn eerste prioriteit was, maar hij had aan iemand anders (bijvoorbeeld aan mevrouw [naam 2] ) kunnen vragen om een aanvraag in te dienen. Op zijn minst had hij tijdens de aanvraagperiode contact op kunnen nemen met RVO. Het College begrijpt dat de afwijzing voor de onderneming financieel grote gevolgen heeft, maar dat maakt het besluit nog niet onevenredig. Dat de aanvraag maar een paar dagen te laat was ook niet. De gevolgen van de te late aanvraag komen voor risico van de onderneming.
6. De minister heeft de aanvraag terecht afgewezen omdat die te laat is ingediend. De beslissing op bezwaar en de grondslag waarop die berust is juist.
7. Het beroep is ongegrond. De minister hoeft geen proceskosten te betalen.
Deze uitspraak is gedaan door mr. M. van der Knijff, in aanwezigheid van H.L.A. Kleinjans, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 17 juli 2023.
w.g. M. van der Knijff w.g. H.L.A. Kleinjans
Artikel 2.5.7 van de TVL.
Artikel 2.5.5, eerste lid, aanhef en onder a, in combinatie met artikel 2.5.7 van de TVL.