Rechtspraak
College van Beroep voor het bedrijfsleven
2023-06-13
ECLI:NL:CBB:2023:386
Bestuursrecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
7,632 tokens
Inleiding
uitspraak
COLLEGE VAN BEROEP VOOR HET BEDRIJFSLEVEN
zaaknummer: 22/351
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 13 juni 2023 in de zaak tussen
[naam 1] ( [naam 1] ), te [plaats 1] ,
en
de Kamer van Koophandel,
(gemachtigde: mr. J.P.M. van der Ende).
Procesverloop
Met het besluit van 20 oktober 2021 heeft de Kamer van Koophandel ambtshalve het adres van [naam 2] B.V. (de vennootschap) gewijzigd in het privéadres van [naam 1] .
Met het besluit van 17 januari 2022 heeft de Kamer van Koophandel het bezwaar van [naam 1] ongegrond verklaard (het bestreden besluit).
[naam 1] heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld.
De Kamer van Koophandel heeft een verweerschrift ingediend.
Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 10 mei 2023. [naam 1] heeft aan de zitting deelgenomen.
Overwegingen
1. [naam 1] is directeur en enige bestuurder van de vennootschap . In het handelsregister stond de vennootschap ingeschreven aan de [adres 1] in [plaats 2] . Op 12 september 2021 ontvangt de Kamer van Koophandel een melding van de eigenaar van het pand op dat adres dat de vennootschap het pand niet huurt. De Kamer van Koophandel heeft [naam 1] op 17 september 2021 een e-mail en een brief gestuurd, waarin staat dat volgens haar gegevens er geen onderneming meer actief is op het adres aan de [adres 1] in [plaats 2] . [naam 1] wordt gevraagd om de actuele gegevens online door te geven. Ook meldt de Kamer van Koophandel dat zij een bevoegdheid heeft om tot aanpassing van het adres van de onderneming over te gaan. Het adres van de onderneming wordt veranderd in het privéadres indien [naam 1] niet binnen veertien dagen opgave doet. Op 24 september 2021 ontvangt de Kamer van Koophandel de brief die is verzonden aan de [adres 1] onbestelbaar retour. Met het besluit van 20 oktober 2021 wijzigt de Kamer van Koophandel het adres van de onderneming ambtshalve in [adres 2] in [plaats 3] . Op 11 februari 2022 wijzigt de Kamer van Koophandel het adres van de vennootschap in [adres 3] in [plaats 1] . Dit is het adres waarop [naam 1] op dat moment in de Basisregistratie Personen staat geregistreerd. Met het bestreden besluit heeft de Kamer van Koophandel het besluit van 20 oktober 2021 gehandhaafd.
2. [naam 1] is het niet eens met het bestreden besluit en voert daartegen – samengevat weergegeven – het volgende aan. De Kamer van Koophandel mocht niet ambtshalve tot wijziging van het adres van de vennootschap aan de [adres 1] overgaan, omdat hij het pand nog steeds huurt. De eigenaar van het pand heeft de bedrijfshal leeggehaald en heeft alle administratie ontvreemd. Hierdoor kan [naam 1] geen bedrijfsactiviteiten meer uitvoeren. De eigenaar van het pand heeft ook de buitenbrievenbus verwijderd waardoor hij op dat adres geen post meer kan ontvangen. [naam 1] legt uit dat het pand aan de [adres 1] in verhuurde staat aan de eigenaar is verkocht. De melding bij de Kamer van Koophandel is volgens [naam 1] een poging van de eigenaar om hem uit het pand te doen vertrekken. [naam 1] betoogt verder dat de Kamer van Koophandel de vennootschap heeft verhuisd naar een adres waar [naam 1] niet woont, waarop volgens het bestemmingsplan geen bedrijfsactiviteiten mogen worden uitgeoefend en waar geen bezoek kan worden ontvangen. Anders dan de Kamer van Koophandel stelt, is met het wijzigen van het adres van de onderneming het register dus niet in overeenstemming gebracht met de feitelijke situatie. Ter onderbouwing van zijn betoog heeft [naam 1] de volgende stukken overgelegd: een (gedeeltelijk) vonnis van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Den Haag van 10 juli 2019, een e-mail van een medewerker vergunningen van de gemeente [plaats 2] van 26 november 2018, een (deel van) een koopovereenkomst van 21 september 2019, een huurovereenkomst van 1 januari 2002, een vonnis van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Leiden, van 11 december 2019, een register van aandeelhouders en een foto van het pand aan de [adres 2] in [plaats 3] .
3. Wanneer een onderneming door de Kamer van Koophandel wordt ingeschreven in het handelsregister, worden op grond van artikel 9, onder e, van de Handelsregisterwet 2007 (Hrw 2007), de vestigingen opgenomen. Artikel 11, eerste lid, aanhef en onder c, van de Hrw 2007 bepaalt dat over een vestiging van een onderneming in het handelsregister het post- en bezoekadres moet worden opgenomen. De Kamer van Koophandel kan van dit vereiste niet afwijken. Dit betekent dat de Kamer van Koophandel een onderneming niet kan inschrijven in het handelsregister, als een onderneming geen adres heeft.
In artikel 38, eerste lid, in samenhang met de artikelen 33 tot en met 36 van de Hrw 2007, is voorzien in een procedure op grond waarvan de Kamer van Koophandel, als zij gerede twijfel heeft over de juistheid van authentieke gegevens, uit eigen beweging in het handelsregister opgenomen gegevens in onderzoek kan nemen en deze eventueel kan wijzigen. Zoals het College in zijn uitspraak van 15 juli 2009 (ECLI:NL:CBB:2009:BJ3137) heeft overwogen vormt gerede twijfel aan de juistheid van in het handelsregister opgenomen gegevens voldoende aanleiding om gegevens met overeenkomstige toepassing van de artikelen 33 tot met 36 van de Hrw 2007 in onderzoek te nemen, maar moet, nadat dit onderzoek is afgerond, gelet op de omstandigheden van het geval, voldoende duidelijkheid omtrent de onjuistheid van deze gegevens bestaan, voordat tot wijziging of doorhaling ervan kan worden overgegaan.
4. Zoals het College eerder heeft overwogen (zie de uitspraak van 19 april 2016, ECLI:NL:CBB:2016:112) heeft de wetgever met ‘bezoekadres’ het oog op het adres waarop een onderneming fysiek bereikbaar is. Deze uitleg strookt met de functies van het handelsregister, zoals het bevorderen van de rechtszekerheid in het economisch verkeer. De Kamer van Koophandel stelt zich dan ook terecht op het standpunt dat het (bezoek)adres dat in het handelsregister geregistreerd staat het adres moet zijn waarop de rechtspersoon en haar onderneming bereikbaar moeten zijn. [naam 1] heeft niet bestreden dat de vennootschap op het adres [adres 1] in [plaats 2] geen ondernemingsactiviteiten verricht en niet fysiek op dit adres bereikbaar is. Het College is dan ook van oordeel dat de Kamer van Koophandel op goede gronden van haar bevoegdheid gebruik heeft gemaakt om het adres van de vennootschap te wijzigen. Daaraan kan niet afdoen wat [naam 1] aanvoert over het onderliggende geschil dat hij heeft over de verhuur van het pand aan de [adres 1] , omdat de Kamer van Koophandel slechts beoordeeld of de gegevens in het handelsregister feitelijk juist zijn. Dat de Kamer van Koophandel het adres van de vennootschap heeft gewijzigd in het adres van [naam 1] zoals deze bekendstaat in de Basisregistratie Personen, acht het College bij gebreke van een ander door [naam 1] opgegeven adres niet onjuist (vergelijk de uitspraak van het College van 19 april 2016, hiervoor aangehaald).
5. Het beroep is ongegrond. De Kamer van Koophandel hoeft geen proceskosten te betalen.
Dictum
Het College verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. A. Venekamp, in aanwezigheid van mr. R.D.A. van Veghel, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 13 juni 2023.
w.g. A. Venekamp w.g. R.D.A. van Veghel
Inleiding
uitspraak
COLLEGE VAN BEROEP VOOR HET BEDRIJFSLEVEN
zaaknummer: 22/351
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 13 juni 2023 in de zaak tussen
[naam 1] ( [naam 1] ), te [plaats 1] ,
en
de Kamer van Koophandel,
(gemachtigde: mr. J.P.M. van der Ende).
Procesverloop
Met het besluit van 20 oktober 2021 heeft de Kamer van Koophandel ambtshalve het adres van [naam 2] B.V. (de vennootschap) gewijzigd in het privéadres van [naam 1] .
Met het besluit van 17 januari 2022 heeft de Kamer van Koophandel het bezwaar van [naam 1] ongegrond verklaard (het bestreden besluit).
[naam 1] heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld.
De Kamer van Koophandel heeft een verweerschrift ingediend.
Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 10 mei 2023. [naam 1] heeft aan de zitting deelgenomen.
Overwegingen
1. [naam 1] is directeur en enige bestuurder van de vennootschap . In het handelsregister stond de vennootschap ingeschreven aan de [adres 1] in [plaats 2] . Op 12 september 2021 ontvangt de Kamer van Koophandel een melding van de eigenaar van het pand op dat adres dat de vennootschap het pand niet huurt. De Kamer van Koophandel heeft [naam 1] op 17 september 2021 een e-mail en een brief gestuurd, waarin staat dat volgens haar gegevens er geen onderneming meer actief is op het adres aan de [adres 1] in [plaats 2] . [naam 1] wordt gevraagd om de actuele gegevens online door te geven. Ook meldt de Kamer van Koophandel dat zij een bevoegdheid heeft om tot aanpassing van het adres van de onderneming over te gaan. Het adres van de onderneming wordt veranderd in het privéadres indien [naam 1] niet binnen veertien dagen opgave doet. Op 24 september 2021 ontvangt de Kamer van Koophandel de brief die is verzonden aan de [adres 1] onbestelbaar retour. Met het besluit van 20 oktober 2021 wijzigt de Kamer van Koophandel het adres van de onderneming ambtshalve in [adres 2] in [plaats 3] . Op 11 februari 2022 wijzigt de Kamer van Koophandel het adres van de vennootschap in [adres 3] in [plaats 1] . Dit is het adres waarop [naam 1] op dat moment in de Basisregistratie Personen staat geregistreerd. Met het bestreden besluit heeft de Kamer van Koophandel het besluit van 20 oktober 2021 gehandhaafd.
2. [naam 1] is het niet eens met het bestreden besluit en voert daartegen – samengevat weergegeven – het volgende aan. De Kamer van Koophandel mocht niet ambtshalve tot wijziging van het adres van de vennootschap aan de [adres 1] overgaan, omdat hij het pand nog steeds huurt. De eigenaar van het pand heeft de bedrijfshal leeggehaald en heeft alle administratie ontvreemd. Hierdoor kan [naam 1] geen bedrijfsactiviteiten meer uitvoeren. De eigenaar van het pand heeft ook de buitenbrievenbus verwijderd waardoor hij op dat adres geen post meer kan ontvangen. [naam 1] legt uit dat het pand aan de [adres 1] in verhuurde staat aan de eigenaar is verkocht. De melding bij de Kamer van Koophandel is volgens [naam 1] een poging van de eigenaar om hem uit het pand te doen vertrekken. [naam 1] betoogt verder dat de Kamer van Koophandel de vennootschap heeft verhuisd naar een adres waar [naam 1] niet woont, waarop volgens het bestemmingsplan geen bedrijfsactiviteiten mogen worden uitgeoefend en waar geen bezoek kan worden ontvangen. Anders dan de Kamer van Koophandel stelt, is met het wijzigen van het adres van de onderneming het register dus niet in overeenstemming gebracht met de feitelijke situatie. Ter onderbouwing van zijn betoog heeft [naam 1] de volgende stukken overgelegd: een (gedeeltelijk) vonnis van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Den Haag van 10 juli 2019, een e-mail van een medewerker vergunningen van de gemeente [plaats 2] van 26 november 2018, een (deel van) een koopovereenkomst van 21 september 2019, een huurovereenkomst van 1 januari 2002, een vonnis van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Leiden, van 11 december 2019, een register van aandeelhouders en een foto van het pand aan de [adres 2] in [plaats 3] .
3. Wanneer een onderneming door de Kamer van Koophandel wordt ingeschreven in het handelsregister, worden op grond van artikel 9, onder e, van de Handelsregisterwet 2007 (Hrw 2007), de vestigingen opgenomen. Artikel 11, eerste lid, aanhef en onder c, van de Hrw 2007 bepaalt dat over een vestiging van een onderneming in het handelsregister het post- en bezoekadres moet worden opgenomen. De Kamer van Koophandel kan van dit vereiste niet afwijken. Dit betekent dat de Kamer van Koophandel een onderneming niet kan inschrijven in het handelsregister, als een onderneming geen adres heeft.
In artikel 38, eerste lid, in samenhang met de artikelen 33 tot en met 36 van de Hrw 2007, is voorzien in een procedure op grond waarvan de Kamer van Koophandel, als zij gerede twijfel heeft over de juistheid van authentieke gegevens, uit eigen beweging in het handelsregister opgenomen gegevens in onderzoek kan nemen en deze eventueel kan wijzigen. Zoals het College in zijn uitspraak van 15 juli 2009 (ECLI:NL:CBB:2009:BJ3137) heeft overwogen vormt gerede twijfel aan de juistheid van in het handelsregister opgenomen gegevens voldoende aanleiding om gegevens met overeenkomstige toepassing van de artikelen 33 tot met 36 van de Hrw 2007 in onderzoek te nemen, maar moet, nadat dit onderzoek is afgerond, gelet op de omstandigheden van het geval, voldoende duidelijkheid omtrent de onjuistheid van deze gegevens bestaan, voordat tot wijziging of doorhaling ervan kan worden overgegaan.
4. Zoals het College eerder heeft overwogen (zie de uitspraak van 19 april 2016, ECLI:NL:CBB:2016:112) heeft de wetgever met ‘bezoekadres’ het oog op het adres waarop een onderneming fysiek bereikbaar is. Deze uitleg strookt met de functies van het handelsregister, zoals het bevorderen van de rechtszekerheid in het economisch verkeer. De Kamer van Koophandel stelt zich dan ook terecht op het standpunt dat het (bezoek)adres dat in het handelsregister geregistreerd staat het adres moet zijn waarop de rechtspersoon en haar onderneming bereikbaar moeten zijn. [naam 1] heeft niet bestreden dat de vennootschap op het adres [adres 1] in [plaats 2] geen ondernemingsactiviteiten verricht en niet fysiek op dit adres bereikbaar is. Het College is dan ook van oordeel dat de Kamer van Koophandel op goede gronden van haar bevoegdheid gebruik heeft gemaakt om het adres van de vennootschap te wijzigen. Daaraan kan niet afdoen wat [naam 1] aanvoert over het onderliggende geschil dat hij heeft over de verhuur van het pand aan de [adres 1] , omdat de Kamer van Koophandel slechts beoordeeld of de gegevens in het handelsregister feitelijk juist zijn. Dat de Kamer van Koophandel het adres van de vennootschap heeft gewijzigd in het adres van [naam 1] zoals deze bekendstaat in de Basisregistratie Personen, acht het College bij gebreke van een ander door [naam 1] opgegeven adres niet onjuist (vergelijk de uitspraak van het College van 19 april 2016, hiervoor aangehaald).
5. Het beroep is ongegrond. De Kamer van Koophandel hoeft geen proceskosten te betalen.
Dictum
Het College verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. A. Venekamp, in aanwezigheid van mr. R.D.A. van Veghel, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 13 juni 2023.
w.g. A. Venekamp w.g. R.D.A. van Veghel
Inleiding
uitspraak
COLLEGE VAN BEROEP VOOR HET BEDRIJFSLEVEN
zaaknummer: 22/351
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 13 juni 2023 in de zaak tussen
[naam 1] ( [naam 1] ), te [plaats 1] ,
en
de Kamer van Koophandel,
(gemachtigde: mr. J.P.M. van der Ende).
Procesverloop
Met het besluit van 20 oktober 2021 heeft de Kamer van Koophandel ambtshalve het adres van [naam 2] B.V. (de vennootschap) gewijzigd in het privéadres van [naam 1] .
Met het besluit van 17 januari 2022 heeft de Kamer van Koophandel het bezwaar van [naam 1] ongegrond verklaard (het bestreden besluit).
[naam 1] heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld.
De Kamer van Koophandel heeft een verweerschrift ingediend.
Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 10 mei 2023. [naam 1] heeft aan de zitting deelgenomen.
Overwegingen
1. [naam 1] is directeur en enige bestuurder van de vennootschap . In het handelsregister stond de vennootschap ingeschreven aan de [adres 1] in [plaats 2] . Op 12 september 2021 ontvangt de Kamer van Koophandel een melding van de eigenaar van het pand op dat adres dat de vennootschap het pand niet huurt. De Kamer van Koophandel heeft [naam 1] op 17 september 2021 een e-mail en een brief gestuurd, waarin staat dat volgens haar gegevens er geen onderneming meer actief is op het adres aan de [adres 1] in [plaats 2] . [naam 1] wordt gevraagd om de actuele gegevens online door te geven. Ook meldt de Kamer van Koophandel dat zij een bevoegdheid heeft om tot aanpassing van het adres van de onderneming over te gaan. Het adres van de onderneming wordt veranderd in het privéadres indien [naam 1] niet binnen veertien dagen opgave doet. Op 24 september 2021 ontvangt de Kamer van Koophandel de brief die is verzonden aan de [adres 1] onbestelbaar retour. Met het besluit van 20 oktober 2021 wijzigt de Kamer van Koophandel het adres van de onderneming ambtshalve in [adres 2] in [plaats 3] . Op 11 februari 2022 wijzigt de Kamer van Koophandel het adres van de vennootschap in [adres 3] in [plaats 1] . Dit is het adres waarop [naam 1] op dat moment in de Basisregistratie Personen staat geregistreerd. Met het bestreden besluit heeft de Kamer van Koophandel het besluit van 20 oktober 2021 gehandhaafd.
2. [naam 1] is het niet eens met het bestreden besluit en voert daartegen – samengevat weergegeven – het volgende aan. De Kamer van Koophandel mocht niet ambtshalve tot wijziging van het adres van de vennootschap aan de [adres 1] overgaan, omdat hij het pand nog steeds huurt. De eigenaar van het pand heeft de bedrijfshal leeggehaald en heeft alle administratie ontvreemd. Hierdoor kan [naam 1] geen bedrijfsactiviteiten meer uitvoeren. De eigenaar van het pand heeft ook de buitenbrievenbus verwijderd waardoor hij op dat adres geen post meer kan ontvangen. [naam 1] legt uit dat het pand aan de [adres 1] in verhuurde staat aan de eigenaar is verkocht. De melding bij de Kamer van Koophandel is volgens [naam 1] een poging van de eigenaar om hem uit het pand te doen vertrekken. [naam 1] betoogt verder dat de Kamer van Koophandel de vennootschap heeft verhuisd naar een adres waar [naam 1] niet woont, waarop volgens het bestemmingsplan geen bedrijfsactiviteiten mogen worden uitgeoefend en waar geen bezoek kan worden ontvangen. Anders dan de Kamer van Koophandel stelt, is met het wijzigen van het adres van de onderneming het register dus niet in overeenstemming gebracht met de feitelijke situatie. Ter onderbouwing van zijn betoog heeft [naam 1] de volgende stukken overgelegd: een (gedeeltelijk) vonnis van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Den Haag van 10 juli 2019, een e-mail van een medewerker vergunningen van de gemeente [plaats 2] van 26 november 2018, een (deel van) een koopovereenkomst van 21 september 2019, een huurovereenkomst van 1 januari 2002, een vonnis van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Leiden, van 11 december 2019, een register van aandeelhouders en een foto van het pand aan de [adres 2] in [plaats 3] .
3. Wanneer een onderneming door de Kamer van Koophandel wordt ingeschreven in het handelsregister, worden op grond van artikel 9, onder e, van de Handelsregisterwet 2007 (Hrw 2007), de vestigingen opgenomen. Artikel 11, eerste lid, aanhef en onder c, van de Hrw 2007 bepaalt dat over een vestiging van een onderneming in het handelsregister het post- en bezoekadres moet worden opgenomen. De Kamer van Koophandel kan van dit vereiste niet afwijken. Dit betekent dat de Kamer van Koophandel een onderneming niet kan inschrijven in het handelsregister, als een onderneming geen adres heeft.
In artikel 38, eerste lid, in samenhang met de artikelen 33 tot en met 36 van de Hrw 2007, is voorzien in een procedure op grond waarvan de Kamer van Koophandel, als zij gerede twijfel heeft over de juistheid van authentieke gegevens, uit eigen beweging in het handelsregister opgenomen gegevens in onderzoek kan nemen en deze eventueel kan wijzigen. Zoals het College in zijn uitspraak van 15 juli 2009 (ECLI:NL:CBB:2009:BJ3137) heeft overwogen vormt gerede twijfel aan de juistheid van in het handelsregister opgenomen gegevens voldoende aanleiding om gegevens met overeenkomstige toepassing van de artikelen 33 tot met 36 van de Hrw 2007 in onderzoek te nemen, maar moet, nadat dit onderzoek is afgerond, gelet op de omstandigheden van het geval, voldoende duidelijkheid omtrent de onjuistheid van deze gegevens bestaan, voordat tot wijziging of doorhaling ervan kan worden overgegaan.
4. Zoals het College eerder heeft overwogen (zie de uitspraak van 19 april 2016, ECLI:NL:CBB:2016:112) heeft de wetgever met ‘bezoekadres’ het oog op het adres waarop een onderneming fysiek bereikbaar is. Deze uitleg strookt met de functies van het handelsregister, zoals het bevorderen van de rechtszekerheid in het economisch verkeer. De Kamer van Koophandel stelt zich dan ook terecht op het standpunt dat het (bezoek)adres dat in het handelsregister geregistreerd staat het adres moet zijn waarop de rechtspersoon en haar onderneming bereikbaar moeten zijn. [naam 1] heeft niet bestreden dat de vennootschap op het adres [adres 1] in [plaats 2] geen ondernemingsactiviteiten verricht en niet fysiek op dit adres bereikbaar is. Het College is dan ook van oordeel dat de Kamer van Koophandel op goede gronden van haar bevoegdheid gebruik heeft gemaakt om het adres van de vennootschap te wijzigen. Daaraan kan niet afdoen wat [naam 1] aanvoert over het onderliggende geschil dat hij heeft over de verhuur van het pand aan de [adres 1] , omdat de Kamer van Koophandel slechts beoordeeld of de gegevens in het handelsregister feitelijk juist zijn. Dat de Kamer van Koophandel het adres van de vennootschap heeft gewijzigd in het adres van [naam 1] zoals deze bekendstaat in de Basisregistratie Personen, acht het College bij gebreke van een ander door [naam 1] opgegeven adres niet onjuist (vergelijk de uitspraak van het College van 19 april 2016, hiervoor aangehaald).
5. Het beroep is ongegrond. De Kamer van Koophandel hoeft geen proceskosten te betalen.
Dictum
Het College verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. A. Venekamp, in aanwezigheid van mr. R.D.A. van Veghel, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 13 juni 2023.
w.g. A. Venekamp w.g. R.D.A. van Veghel
Inleiding
uitspraak
COLLEGE VAN BEROEP VOOR HET BEDRIJFSLEVEN
zaaknummer: 22/351
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 13 juni 2023 in de zaak tussen
[naam 1] ( [naam 1] ), te [plaats 1] ,
en
de Kamer van Koophandel,
(gemachtigde: mr. J.P.M. van der Ende).
Procesverloop
Met het besluit van 20 oktober 2021 heeft de Kamer van Koophandel ambtshalve het adres van [naam 2] B.V. (de vennootschap) gewijzigd in het privéadres van [naam 1] .
Met het besluit van 17 januari 2022 heeft de Kamer van Koophandel het bezwaar van [naam 1] ongegrond verklaard (het bestreden besluit).
[naam 1] heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld.
De Kamer van Koophandel heeft een verweerschrift ingediend.
Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 10 mei 2023. [naam 1] heeft aan de zitting deelgenomen.
Overwegingen
1. [naam 1] is directeur en enige bestuurder van de vennootschap . In het handelsregister stond de vennootschap ingeschreven aan de [adres 1] in [plaats 2] . Op 12 september 2021 ontvangt de Kamer van Koophandel een melding van de eigenaar van het pand op dat adres dat de vennootschap het pand niet huurt. De Kamer van Koophandel heeft [naam 1] op 17 september 2021 een e-mail en een brief gestuurd, waarin staat dat volgens haar gegevens er geen onderneming meer actief is op het adres aan de [adres 1] in [plaats 2] . [naam 1] wordt gevraagd om de actuele gegevens online door te geven. Ook meldt de Kamer van Koophandel dat zij een bevoegdheid heeft om tot aanpassing van het adres van de onderneming over te gaan. Het adres van de onderneming wordt veranderd in het privéadres indien [naam 1] niet binnen veertien dagen opgave doet. Op 24 september 2021 ontvangt de Kamer van Koophandel de brief die is verzonden aan de [adres 1] onbestelbaar retour. Met het besluit van 20 oktober 2021 wijzigt de Kamer van Koophandel het adres van de onderneming ambtshalve in [adres 2] in [plaats 3] . Op 11 februari 2022 wijzigt de Kamer van Koophandel het adres van de vennootschap in [adres 3] in [plaats 1] . Dit is het adres waarop [naam 1] op dat moment in de Basisregistratie Personen staat geregistreerd. Met het bestreden besluit heeft de Kamer van Koophandel het besluit van 20 oktober 2021 gehandhaafd.
2. [naam 1] is het niet eens met het bestreden besluit en voert daartegen – samengevat weergegeven – het volgende aan. De Kamer van Koophandel mocht niet ambtshalve tot wijziging van het adres van de vennootschap aan de [adres 1] overgaan, omdat hij het pand nog steeds huurt. De eigenaar van het pand heeft de bedrijfshal leeggehaald en heeft alle administratie ontvreemd. Hierdoor kan [naam 1] geen bedrijfsactiviteiten meer uitvoeren. De eigenaar van het pand heeft ook de buitenbrievenbus verwijderd waardoor hij op dat adres geen post meer kan ontvangen. [naam 1] legt uit dat het pand aan de [adres 1] in verhuurde staat aan de eigenaar is verkocht. De melding bij de Kamer van Koophandel is volgens [naam 1] een poging van de eigenaar om hem uit het pand te doen vertrekken. [naam 1] betoogt verder dat de Kamer van Koophandel de vennootschap heeft verhuisd naar een adres waar [naam 1] niet woont, waarop volgens het bestemmingsplan geen bedrijfsactiviteiten mogen worden uitgeoefend en waar geen bezoek kan worden ontvangen. Anders dan de Kamer van Koophandel stelt, is met het wijzigen van het adres van de onderneming het register dus niet in overeenstemming gebracht met de feitelijke situatie. Ter onderbouwing van zijn betoog heeft [naam 1] de volgende stukken overgelegd: een (gedeeltelijk) vonnis van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Den Haag van 10 juli 2019, een e-mail van een medewerker vergunningen van de gemeente [plaats 2] van 26 november 2018, een (deel van) een koopovereenkomst van 21 september 2019, een huurovereenkomst van 1 januari 2002, een vonnis van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Leiden, van 11 december 2019, een register van aandeelhouders en een foto van het pand aan de [adres 2] in [plaats 3] .
3. Wanneer een onderneming door de Kamer van Koophandel wordt ingeschreven in het handelsregister, worden op grond van artikel 9, onder e, van de Handelsregisterwet 2007 (Hrw 2007), de vestigingen opgenomen. Artikel 11, eerste lid, aanhef en onder c, van de Hrw 2007 bepaalt dat over een vestiging van een onderneming in het handelsregister het post- en bezoekadres moet worden opgenomen. De Kamer van Koophandel kan van dit vereiste niet afwijken. Dit betekent dat de Kamer van Koophandel een onderneming niet kan inschrijven in het handelsregister, als een onderneming geen adres heeft.
In artikel 38, eerste lid, in samenhang met de artikelen 33 tot en met 36 van de Hrw 2007, is voorzien in een procedure op grond waarvan de Kamer van Koophandel, als zij gerede twijfel heeft over de juistheid van authentieke gegevens, uit eigen beweging in het handelsregister opgenomen gegevens in onderzoek kan nemen en deze eventueel kan wijzigen. Zoals het College in zijn uitspraak van 15 juli 2009 (ECLI:NL:CBB:2009:BJ3137) heeft overwogen vormt gerede twijfel aan de juistheid van in het handelsregister opgenomen gegevens voldoende aanleiding om gegevens met overeenkomstige toepassing van de artikelen 33 tot met 36 van de Hrw 2007 in onderzoek te nemen, maar moet, nadat dit onderzoek is afgerond, gelet op de omstandigheden van het geval, voldoende duidelijkheid omtrent de onjuistheid van deze gegevens bestaan, voordat tot wijziging of doorhaling ervan kan worden overgegaan.
4. Zoals het College eerder heeft overwogen (zie de uitspraak van 19 april 2016, ECLI:NL:CBB:2016:112) heeft de wetgever met ‘bezoekadres’ het oog op het adres waarop een onderneming fysiek bereikbaar is. Deze uitleg strookt met de functies van het handelsregister, zoals het bevorderen van de rechtszekerheid in het economisch verkeer. De Kamer van Koophandel stelt zich dan ook terecht op het standpunt dat het (bezoek)adres dat in het handelsregister geregistreerd staat het adres moet zijn waarop de rechtspersoon en haar onderneming bereikbaar moeten zijn. [naam 1] heeft niet bestreden dat de vennootschap op het adres [adres 1] in [plaats 2] geen ondernemingsactiviteiten verricht en niet fysiek op dit adres bereikbaar is. Het College is dan ook van oordeel dat de Kamer van Koophandel op goede gronden van haar bevoegdheid gebruik heeft gemaakt om het adres van de vennootschap te wijzigen. Daaraan kan niet afdoen wat [naam 1] aanvoert over het onderliggende geschil dat hij heeft over de verhuur van het pand aan de [adres 1] , omdat de Kamer van Koophandel slechts beoordeeld of de gegevens in het handelsregister feitelijk juist zijn. Dat de Kamer van Koophandel het adres van de vennootschap heeft gewijzigd in het adres van [naam 1] zoals deze bekendstaat in de Basisregistratie Personen, acht het College bij gebreke van een ander door [naam 1] opgegeven adres niet onjuist (vergelijk de uitspraak van het College van 19 april 2016, hiervoor aangehaald).
5. Het beroep is ongegrond. De Kamer van Koophandel hoeft geen proceskosten te betalen.
Dictum
Het College verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. A. Venekamp, in aanwezigheid van mr. R.D.A. van Veghel, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 13 juni 2023.
w.g. A. Venekamp w.g. R.D.A. van Veghel