Rechtspraak
College van Beroep voor het bedrijfsleven
2023-07-18
ECLI:NL:CBB:2023:376
Bestuursrecht
Verzet
3,230 tokens
Inleiding
uitspraak
COLLEGE VAN BEROEP VOOR HET BEDRIJFSLEVEN
zaaknummer: 22/584
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 18 juli 2023 op het verzet van
[naam] B.V., te [plaats] (de vennootschap)
Procesverloop
De vennootschap heeft beroep ingesteld tegen de beslissing op bezwaar van de minister van Economische Zaken en Klimaat (de minister) van 10 februari 2022.
Bij uitspraak van 28 februari 2023 heeft het College met toepassing van artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht, dus zonder zitting, het beroep ongegrond verklaard.
De vennootschap heeft tegen de uitspraak van 28 februari 2023 verzet gedaan en verzocht te worden gehoord.
Het verzet is behandeld ter zitting van 12 juni 2023. Namens de vennootschap is niemand verschenen.
Overwegingen
1. Met het besluit van 10 februari 2022 heeft de minister het bezwaar van de vennootschap tegen het eerdere besluit van de minister van 19 augustus 2021 kennelijk niet-ontvankelijk verklaard omdat het bezwaarschrift te laat is ingediend en de termijnoverschrijding niet verschoonbaar is. In de uitspraak van 28 februari 2023 heeft het College geoordeeld dat de minister het bezwaar terecht niet-ontvankelijk heeft verklaard.
2. In verzet heeft de vennootschap herhaald dat zij niet eerder bezwaar heeft gemaakt omdat zij in afwachting was van bepaalde documenten ter onderbouwing van haar bezwaarschrift. Direct na ontvangst van deze documenten van de opdrachtgever uit Suriname heeft zij het bezwaarschrift ingediend. De vennootschap vindt het niet logisch dat haar de wettelijke bezwaarstermijn wordt tegengeworpen omdat zij moest wachten op documenten van de Belastingdienst van Suriname.
3. Het College stelt vast dat de vennootschap in verzet niets heeft aangevoerd op grond waarvan zou moeten worden geoordeeld dat de termijnoverschrijding verschoonbaar (verontschuldigbaar) is. Het verzet is daarom ongegrond. Dit betekent dat het beroep van de vennootschap niet inhoudelijk zal worden behandeld en de zaak met deze uitspraak is geëindigd.
4. De minister hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Dictum
Het College verklaart het verzet ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. M.J. Jacobs, in aanwezigheid van E.A. van der Meel, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 18juli 2023.
w.g. M.J. Jacobs De griffier is verhinderd te ondertekenen
Inleiding
uitspraak
COLLEGE VAN BEROEP VOOR HET BEDRIJFSLEVEN
zaaknummer: 22/584
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 18 juli 2023 op het verzet van
[naam] B.V., te [plaats] (de vennootschap)
Procesverloop
De vennootschap heeft beroep ingesteld tegen de beslissing op bezwaar van de minister van Economische Zaken en Klimaat (de minister) van 10 februari 2022.
Bij uitspraak van 28 februari 2023 heeft het College met toepassing van artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht, dus zonder zitting, het beroep ongegrond verklaard.
De vennootschap heeft tegen de uitspraak van 28 februari 2023 verzet gedaan en verzocht te worden gehoord.
Het verzet is behandeld ter zitting van 12 juni 2023. Namens de vennootschap is niemand verschenen.
Overwegingen
1. Met het besluit van 10 februari 2022 heeft de minister het bezwaar van de vennootschap tegen het eerdere besluit van de minister van 19 augustus 2021 kennelijk niet-ontvankelijk verklaard omdat het bezwaarschrift te laat is ingediend en de termijnoverschrijding niet verschoonbaar is. In de uitspraak van 28 februari 2023 heeft het College geoordeeld dat de minister het bezwaar terecht niet-ontvankelijk heeft verklaard.
2. In verzet heeft de vennootschap herhaald dat zij niet eerder bezwaar heeft gemaakt omdat zij in afwachting was van bepaalde documenten ter onderbouwing van haar bezwaarschrift. Direct na ontvangst van deze documenten van de opdrachtgever uit Suriname heeft zij het bezwaarschrift ingediend. De vennootschap vindt het niet logisch dat haar de wettelijke bezwaarstermijn wordt tegengeworpen omdat zij moest wachten op documenten van de Belastingdienst van Suriname.
3. Het College stelt vast dat de vennootschap in verzet niets heeft aangevoerd op grond waarvan zou moeten worden geoordeeld dat de termijnoverschrijding verschoonbaar (verontschuldigbaar) is. Het verzet is daarom ongegrond. Dit betekent dat het beroep van de vennootschap niet inhoudelijk zal worden behandeld en de zaak met deze uitspraak is geëindigd.
4. De minister hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Dictum
Het College verklaart het verzet ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. M.J. Jacobs, in aanwezigheid van E.A. van der Meel, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 18juli 2023.
w.g. M.J. Jacobs De griffier is verhinderd te ondertekenen
Inleiding
uitspraak
COLLEGE VAN BEROEP VOOR HET BEDRIJFSLEVEN
zaaknummer: 22/584
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 18 juli 2023 op het verzet van
[naam] B.V., te [plaats] (de vennootschap)
Procesverloop
De vennootschap heeft beroep ingesteld tegen de beslissing op bezwaar van de minister van Economische Zaken en Klimaat (de minister) van 10 februari 2022.
Bij uitspraak van 28 februari 2023 heeft het College met toepassing van artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht, dus zonder zitting, het beroep ongegrond verklaard.
De vennootschap heeft tegen de uitspraak van 28 februari 2023 verzet gedaan en verzocht te worden gehoord.
Het verzet is behandeld ter zitting van 12 juni 2023. Namens de vennootschap is niemand verschenen.
Overwegingen
1. Met het besluit van 10 februari 2022 heeft de minister het bezwaar van de vennootschap tegen het eerdere besluit van de minister van 19 augustus 2021 kennelijk niet-ontvankelijk verklaard omdat het bezwaarschrift te laat is ingediend en de termijnoverschrijding niet verschoonbaar is. In de uitspraak van 28 februari 2023 heeft het College geoordeeld dat de minister het bezwaar terecht niet-ontvankelijk heeft verklaard.
2. In verzet heeft de vennootschap herhaald dat zij niet eerder bezwaar heeft gemaakt omdat zij in afwachting was van bepaalde documenten ter onderbouwing van haar bezwaarschrift. Direct na ontvangst van deze documenten van de opdrachtgever uit Suriname heeft zij het bezwaarschrift ingediend. De vennootschap vindt het niet logisch dat haar de wettelijke bezwaarstermijn wordt tegengeworpen omdat zij moest wachten op documenten van de Belastingdienst van Suriname.
3. Het College stelt vast dat de vennootschap in verzet niets heeft aangevoerd op grond waarvan zou moeten worden geoordeeld dat de termijnoverschrijding verschoonbaar (verontschuldigbaar) is. Het verzet is daarom ongegrond. Dit betekent dat het beroep van de vennootschap niet inhoudelijk zal worden behandeld en de zaak met deze uitspraak is geëindigd.
4. De minister hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Dictum
Het College verklaart het verzet ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. M.J. Jacobs, in aanwezigheid van E.A. van der Meel, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 18juli 2023.
w.g. M.J. Jacobs De griffier is verhinderd te ondertekenen
Inleiding
uitspraak
COLLEGE VAN BEROEP VOOR HET BEDRIJFSLEVEN
zaaknummer: 22/584
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 18 juli 2023 op het verzet van
[naam] B.V., te [plaats] (de vennootschap)
Procesverloop
De vennootschap heeft beroep ingesteld tegen de beslissing op bezwaar van de minister van Economische Zaken en Klimaat (de minister) van 10 februari 2022.
Bij uitspraak van 28 februari 2023 heeft het College met toepassing van artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht, dus zonder zitting, het beroep ongegrond verklaard.
De vennootschap heeft tegen de uitspraak van 28 februari 2023 verzet gedaan en verzocht te worden gehoord.
Het verzet is behandeld ter zitting van 12 juni 2023. Namens de vennootschap is niemand verschenen.
Overwegingen
1. Met het besluit van 10 februari 2022 heeft de minister het bezwaar van de vennootschap tegen het eerdere besluit van de minister van 19 augustus 2021 kennelijk niet-ontvankelijk verklaard omdat het bezwaarschrift te laat is ingediend en de termijnoverschrijding niet verschoonbaar is. In de uitspraak van 28 februari 2023 heeft het College geoordeeld dat de minister het bezwaar terecht niet-ontvankelijk heeft verklaard.
2. In verzet heeft de vennootschap herhaald dat zij niet eerder bezwaar heeft gemaakt omdat zij in afwachting was van bepaalde documenten ter onderbouwing van haar bezwaarschrift. Direct na ontvangst van deze documenten van de opdrachtgever uit Suriname heeft zij het bezwaarschrift ingediend. De vennootschap vindt het niet logisch dat haar de wettelijke bezwaarstermijn wordt tegengeworpen omdat zij moest wachten op documenten van de Belastingdienst van Suriname.
3. Het College stelt vast dat de vennootschap in verzet niets heeft aangevoerd op grond waarvan zou moeten worden geoordeeld dat de termijnoverschrijding verschoonbaar (verontschuldigbaar) is. Het verzet is daarom ongegrond. Dit betekent dat het beroep van de vennootschap niet inhoudelijk zal worden behandeld en de zaak met deze uitspraak is geëindigd.
4. De minister hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Dictum
Het College verklaart het verzet ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. M.J. Jacobs, in aanwezigheid van E.A. van der Meel, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 18juli 2023.
w.g. M.J. Jacobs De griffier is verhinderd te ondertekenen
Inleiding
uitspraak
COLLEGE VAN BEROEP VOOR HET BEDRIJFSLEVEN
zaaknummer: 22/584
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 18 juli 2023 op het verzet van
[naam] B.V., te [plaats] (de vennootschap)
Procesverloop
De vennootschap heeft beroep ingesteld tegen de beslissing op bezwaar van de minister van Economische Zaken en Klimaat (de minister) van 10 februari 2022.
Bij uitspraak van 28 februari 2023 heeft het College met toepassing van artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht, dus zonder zitting, het beroep ongegrond verklaard.
De vennootschap heeft tegen de uitspraak van 28 februari 2023 verzet gedaan en verzocht te worden gehoord.
Het verzet is behandeld ter zitting van 12 juni 2023. Namens de vennootschap is niemand verschenen.
Overwegingen
1. Met het besluit van 10 februari 2022 heeft de minister het bezwaar van de vennootschap tegen het eerdere besluit van de minister van 19 augustus 2021 kennelijk niet-ontvankelijk verklaard omdat het bezwaarschrift te laat is ingediend en de termijnoverschrijding niet verschoonbaar is. In de uitspraak van 28 februari 2023 heeft het College geoordeeld dat de minister het bezwaar terecht niet-ontvankelijk heeft verklaard.
2. In verzet heeft de vennootschap herhaald dat zij niet eerder bezwaar heeft gemaakt omdat zij in afwachting was van bepaalde documenten ter onderbouwing van haar bezwaarschrift. Direct na ontvangst van deze documenten van de opdrachtgever uit Suriname heeft zij het bezwaarschrift ingediend. De vennootschap vindt het niet logisch dat haar de wettelijke bezwaarstermijn wordt tegengeworpen omdat zij moest wachten op documenten van de Belastingdienst van Suriname.
3. Het College stelt vast dat de vennootschap in verzet niets heeft aangevoerd op grond waarvan zou moeten worden geoordeeld dat de termijnoverschrijding verschoonbaar (verontschuldigbaar) is. Het verzet is daarom ongegrond. Dit betekent dat het beroep van de vennootschap niet inhoudelijk zal worden behandeld en de zaak met deze uitspraak is geëindigd.
4. De minister hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Dictum
Het College verklaart het verzet ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. M.J. Jacobs, in aanwezigheid van E.A. van der Meel, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 18juli 2023.
w.g. M.J. Jacobs De griffier is verhinderd te ondertekenen