Rechtspraak
College van Beroep voor het bedrijfsleven
2023-06-06
ECLI:NL:CBB:2023:283
Bestuursrecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
12,405 tokens
Inleiding
uitspraak
COLLEGE VAN BEROEP VOOR HET BEDRIJFSLEVEN
zaaknummer: 21/1140
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 6 juni 2023 in de zaak tussen
TaxModel In-House B.V. (TaxModel In-House), te ‘s-Hertogenbosch, appellante,
en
de minister van Economische Zaken en Klimaat (de minister), verweerder
(gemachtigde: mr. J. van Essen).
Procesverloop
Met twee besluiten van 31 mei 2021 (de afwijzingsbesluiten) heeft de minister de verzoeken tot wijziging van de tenaamstelling van de aan TaxModel Software B.V. (TaxModel Software) verstrekte verklaringen betreffende speur- en ontwikkelingswerk (S&O-verklaringen) met aanvraagnummers SO20033089, SO20050012 en SO21001607 als bedoeld in de Wet vermindering afdracht loonbelasting en premie voor de volksverzekeringen (Wva) afgewezen.
Met het besluit van 15 september 2021 (het bestreden besluit) heeft de minister het bezwaar tegen de afwijzingsbesluiten ongegrond verklaard.
TaxModel In-House heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld.
De minister heeft een verweerschrift ingediend.
Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 5 april 2023. Aan de zitting hebben deelgenomen voor TaxModel In-House [naam 1] en [naam 2] . De minister is vertegenwoordigd door haar gemachtigde.
Overwegingen
1. Met de besluiten van 6 juli 2020, 3 december 2020 en 23 maart 2021 zijn aan TaxModel Software voor de periodes mei tot en met augustus 2020, september tot en met december 2020 en februari tot en met april 2021 S&O-verklaringen verstrekt.
2. Op 31 maart 2021 is per e-mail verzocht de tenaamstelling van de S&O-verklaringen te wijzigen in die van TaxModel In-House, een actieve zustervennootschap van het niet-actieve TaxModel Software. De minister heeft dit verzoek met de afwijzingsbesluiten afgewezen. De minister heeft die besluiten in bezwaar gehandhaafd.
3. Ter zitting heeft TaxModel In-House bevestigd dat zij het verzoek om wijziging van de tenaamstelling van de S&O-verklaringen, de bezwaarschriften en het beroepschrift heeft ingediend. Het College beoordeelt hierna dan ook of de minister het verzoek van TaxModel In-House om wijziging van de tenaamstelling van de aan TaxModel Software verstrekte S&O-verklaringen terecht heeft afgewezen.
Wijziging van de tenaamstelling
4. TaxModel In-House heeft een verzoek om wijziging van de tenaamstelling van de S&O-verklaringen ingediend, omdat volgens haar sprake is van een kennelijke misslag. De minister heeft met het bestreden besluit niet deugdelijk gemotiveerd waarom van een kennelijke misslag geen sprake zou zijn. Voorafgaand aan het afgeven van de S&O-verklaringen had op zijn minst een eerste onderzoek dienen plaats te vinden. Indien dat onderzoek wel had plaatsgevonden, was duidelijk naar voren gekomen dat de aanvragen zijn gedaan op naam van een onjuiste entiteit. Voor de periode januari tot en met april 2020 heeft TaxModel In-House namelijk een aanvraag ingediend voor hetzelfde speur- en ontwikkelingswerk. De minister had dus kunnen weten dat de aanvragen voor de daaropvolgende periodes ook dienden te zien op TaxModel In-House, en niet TaxModel Software. Het bestreden besluit is daarnaast onzorgvuldig tot stand gekomen, omdat de minister zich ten onrechte op het standpunt heeft gesteld dat het wettelijk kader geen mogelijkheid biedt om het verzoek tot wijziging van de tenaamstelling te honoreren in verband met een kennelijke misslag. Zo is er geen enkele ruimte meer voor redelijkheid. Er moet begrip zijn voor een menselijke fout.
5. De minister voert aan dat binnen het systeem van de Wva geen mogelijk bestaat voor het wijzigen van de entiteit waaraan een S&O-verklaring is verstrekt. Volgens de minister is ook geen sprake van een kennelijke misslag. De aanvragen geven in dit geval geen aanleiding om aan te nemen dat het gaat om een foutieve opgave. In de praktijk blijkt dat projecten worden voortgezet door andere entiteiten binnen dezelfde fiscale eenheid. TaxModel Software heeft ook bij de aanvraag verklaard dat de aanvragen juist en volledig zijn. De minister had dus geen aanleiding om aan te nemen dat de aanvragen van TaxModel In-House onjuist waren.
6. Volgens vaste rechtspraak van het College (onder meer de uitspraak van het College van 24 juli 2013, ECLI:NL:CBB:2013:91, onder 4) is in het wettelijk stelsel voor de verstrekking van S&O-verklaringen geen plaats voor een wijziging van de tenaamstelling van een S&O-verklaring – en daarmee van de inhoudingsplichtige – na afloop van de wettelijke indieningtermijn. Dit stelsel gaat uit van een aanvraag en de beoordeling daarvan voorafgaand aan het verrichten van het speur- en ontwikkelingswerk en biedt geen ruimte voor een wijziging van een inhoudingsplichtige na afloop van die wettelijke indieningstermijn op grond van een belangenafweging. Daarbij mag de minister er in beginsel van uitgaan dat de aanvraag juist is. Dit neemt niet weg dat wanneer in een oogopslag, bij een summier onderzoek van de aanvraag, zou blijken dat sprake is van een kennelijke fout, de minister niet meer in redelijkheid mag aannemen dat deze juist is. In tegenstelling tot wat TaxModel In-House stelt is voor een redelijkheidstoets dus wel ruimte. Echter, naar het oordeel van het College hoefde de minister in dit geval op basis van de aanvragen, niet op te merken dat sprake was van een onjuiste tenaamstelling. Van een fout of tegenstrijdigheid die bij een summier onderzoek in een oogopslag blijkt is geen sprake De aangevoerde argumenten ter onderbouwing van de stelling dat het hier om een kennelijke misslag zou gaan bevestigen dat daarvoor een nader onderzoek nodig zou zijn geweest. TaxModel In-House verwijst immers naar een andere aanvraag, die is ingediend in een andere periode dan waarop de S&O-verklaringen zien. Maar ook indien de minister het door TaxModel In-House voorgestane onderzoek wel zou hebben verricht, was daaruit niet in een oogopslag duidelijk geworden dat de aanvragen ten onrechte op naam van TaxModel Software zijn gedaan. De minister heeft namelijk ter zitting toegelicht dat het heel wel mogelijk is dat meerdere inhoudingsplichtigen voor hetzelfde S&O een aanvraag indienen. Op grond van het bovenstaande ziet het College dan ook niet in dat de minister bij de beoordeling van de aanvragen had moeten opmerken dat sprake was van een kennelijke vergissing of fout in de aanvragen. De minister heeft dan ook terecht het verzoek tot wijziging van de tenaamstelling van de verstrekte S&O-verklaringen afgewezen. De minister heeft dit ook voldoende gemotiveerd en met in achtneming van het zorgvuldigheidsbeginsel opgenomen in het bestreden besluit. De beroepsgrond slaagt niet.
Vertrouwensbeginsel
7. Volgens TaxModel In-House hebben medewerkers van de juridische dienst van de minister ondubbelzinnige uitlatingen en mededelingen gedaan waarmee is bevestigd dat sprake is van een kennelijke misslag. Om die reden heeft TaxModel In-House afgezien van het recht te worden gehoord. De minister heeft vervolgens door het afwijzen van het verzoek om wijziging van de tenaamstelling van de S&O-verklaringen gehandeld in strijd met het vertrouwensbeginsel.
8. Volgens de minister is het vertrouwensbeginsel niet geschonden. Uit de stukken, en bij het doen van navraag bij de betreffende medewerkers, is niet gebleken dat in de bezwaarprocedure ondubbelzinnige en ongeclausuleerde uitlatingen zijn gedaan waaraan TaxModel In-House het vertrouwen mocht ontlenen dat de tenaamstelling zou worden gewijzigd. Om diezelfde reden is aan TaxModel Software ook niet het recht om gehoord te worden ontnomen.
9.1
Wat betreft het beroep op het vertrouwensbeginsel geldt, zoals in de uitspraak van onder andere het College van 17 november 2020 (ECLI:NL:CBB:2020:852, onder 9.1) is overwogen, dat bij de beoordeling van een beroep op het vertrouwensbeginsel drie stappen worden doorlopen. De eerste is de juridische kwalificatie van de uitlating en/of gedraging waarop de betrokkene zich beroept. Doorgaans zal de uitlating en/of gedraging door een ambtenaar worden gedaan of worden verricht, maar dit kan ook gebeuren door anderen, bijvoorbeeld een wethouder of derden die door het bestuursorgaan worden ingeschakeld. Kan die uitlating en/of gedraging worden gekwalificeerd als een toezegging? Bij de tweede stap moet de vraag worden beantwoord of die toezegging aan het bevoegde bestuursorgaan kan worden toegerekend. Indien beide vragen bevestigend worden beantwoord, en er dus een geslaagd beroep op het vertrouwensbeginsel kan worden gedaan, volgt de derde stap. In het kader van die derde stap zal de vraag moeten beantwoord wat de betekenis van het gewekte vertrouwen is bij de uitoefening van de betreffende bevoegdheid.
9.2.1
Wat betreft de uitlatingen waarop TaxModel In-House zich in het kader van haar beroep op het vertrouwensbeginsel beroept, geldt het volgende. Het College leidt uit de telefoonnotitie van 25 mei 2021 af dat [naam 3] heeft aangegeven dat het wijzigingsverzoek wordt afgewezen, dat het niet mogelijk is S&O-verklaringen te wijzigen, tenzij het gaat om organisatorische wijzigingen wat hier niet het geval is en dat in de aanvragen niet in één oogopslag is gebleken dat deze waren bedoeld voor TaxModel In-House.
Dictum
Het College verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. H.S.J. Albers, in aanwezigheid van mr. P.E.A. Chao, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 6 juni 2023.
H.S.J. Albers de griffier is verhinderd de uitspraak mede
te ondertekenen
Inleiding
uitspraak
COLLEGE VAN BEROEP VOOR HET BEDRIJFSLEVEN
zaaknummer: 21/1140
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 6 juni 2023 in de zaak tussen
TaxModel In-House B.V. (TaxModel In-House), te ‘s-Hertogenbosch, appellante,
en
de minister van Economische Zaken en Klimaat (de minister), verweerder
(gemachtigde: mr. J. van Essen).
Procesverloop
Met twee besluiten van 31 mei 2021 (de afwijzingsbesluiten) heeft de minister de verzoeken tot wijziging van de tenaamstelling van de aan TaxModel Software B.V. (TaxModel Software) verstrekte verklaringen betreffende speur- en ontwikkelingswerk (S&O-verklaringen) met aanvraagnummers SO20033089, SO20050012 en SO21001607 als bedoeld in de Wet vermindering afdracht loonbelasting en premie voor de volksverzekeringen (Wva) afgewezen.
Met het besluit van 15 september 2021 (het bestreden besluit) heeft de minister het bezwaar tegen de afwijzingsbesluiten ongegrond verklaard.
TaxModel In-House heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld.
De minister heeft een verweerschrift ingediend.
Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 5 april 2023. Aan de zitting hebben deelgenomen voor TaxModel In-House [naam 1] en [naam 2] . De minister is vertegenwoordigd door haar gemachtigde.
Overwegingen
1. Met de besluiten van 6 juli 2020, 3 december 2020 en 23 maart 2021 zijn aan TaxModel Software voor de periodes mei tot en met augustus 2020, september tot en met december 2020 en februari tot en met april 2021 S&O-verklaringen verstrekt.
2. Op 31 maart 2021 is per e-mail verzocht de tenaamstelling van de S&O-verklaringen te wijzigen in die van TaxModel In-House, een actieve zustervennootschap van het niet-actieve TaxModel Software. De minister heeft dit verzoek met de afwijzingsbesluiten afgewezen. De minister heeft die besluiten in bezwaar gehandhaafd.
3. Ter zitting heeft TaxModel In-House bevestigd dat zij het verzoek om wijziging van de tenaamstelling van de S&O-verklaringen, de bezwaarschriften en het beroepschrift heeft ingediend. Het College beoordeelt hierna dan ook of de minister het verzoek van TaxModel In-House om wijziging van de tenaamstelling van de aan TaxModel Software verstrekte S&O-verklaringen terecht heeft afgewezen.
Wijziging van de tenaamstelling
4. TaxModel In-House heeft een verzoek om wijziging van de tenaamstelling van de S&O-verklaringen ingediend, omdat volgens haar sprake is van een kennelijke misslag. De minister heeft met het bestreden besluit niet deugdelijk gemotiveerd waarom van een kennelijke misslag geen sprake zou zijn. Voorafgaand aan het afgeven van de S&O-verklaringen had op zijn minst een eerste onderzoek dienen plaats te vinden. Indien dat onderzoek wel had plaatsgevonden, was duidelijk naar voren gekomen dat de aanvragen zijn gedaan op naam van een onjuiste entiteit. Voor de periode januari tot en met april 2020 heeft TaxModel In-House namelijk een aanvraag ingediend voor hetzelfde speur- en ontwikkelingswerk. De minister had dus kunnen weten dat de aanvragen voor de daaropvolgende periodes ook dienden te zien op TaxModel In-House, en niet TaxModel Software. Het bestreden besluit is daarnaast onzorgvuldig tot stand gekomen, omdat de minister zich ten onrechte op het standpunt heeft gesteld dat het wettelijk kader geen mogelijkheid biedt om het verzoek tot wijziging van de tenaamstelling te honoreren in verband met een kennelijke misslag. Zo is er geen enkele ruimte meer voor redelijkheid. Er moet begrip zijn voor een menselijke fout.
5. De minister voert aan dat binnen het systeem van de Wva geen mogelijk bestaat voor het wijzigen van de entiteit waaraan een S&O-verklaring is verstrekt. Volgens de minister is ook geen sprake van een kennelijke misslag. De aanvragen geven in dit geval geen aanleiding om aan te nemen dat het gaat om een foutieve opgave. In de praktijk blijkt dat projecten worden voortgezet door andere entiteiten binnen dezelfde fiscale eenheid. TaxModel Software heeft ook bij de aanvraag verklaard dat de aanvragen juist en volledig zijn. De minister had dus geen aanleiding om aan te nemen dat de aanvragen van TaxModel In-House onjuist waren.
6. Volgens vaste rechtspraak van het College (onder meer de uitspraak van het College van 24 juli 2013, ECLI:NL:CBB:2013:91, onder 4) is in het wettelijk stelsel voor de verstrekking van S&O-verklaringen geen plaats voor een wijziging van de tenaamstelling van een S&O-verklaring – en daarmee van de inhoudingsplichtige – na afloop van de wettelijke indieningtermijn. Dit stelsel gaat uit van een aanvraag en de beoordeling daarvan voorafgaand aan het verrichten van het speur- en ontwikkelingswerk en biedt geen ruimte voor een wijziging van een inhoudingsplichtige na afloop van die wettelijke indieningstermijn op grond van een belangenafweging. Daarbij mag de minister er in beginsel van uitgaan dat de aanvraag juist is. Dit neemt niet weg dat wanneer in een oogopslag, bij een summier onderzoek van de aanvraag, zou blijken dat sprake is van een kennelijke fout, de minister niet meer in redelijkheid mag aannemen dat deze juist is. In tegenstelling tot wat TaxModel In-House stelt is voor een redelijkheidstoets dus wel ruimte. Echter, naar het oordeel van het College hoefde de minister in dit geval op basis van de aanvragen, niet op te merken dat sprake was van een onjuiste tenaamstelling. Van een fout of tegenstrijdigheid die bij een summier onderzoek in een oogopslag blijkt is geen sprake De aangevoerde argumenten ter onderbouwing van de stelling dat het hier om een kennelijke misslag zou gaan bevestigen dat daarvoor een nader onderzoek nodig zou zijn geweest. TaxModel In-House verwijst immers naar een andere aanvraag, die is ingediend in een andere periode dan waarop de S&O-verklaringen zien. Maar ook indien de minister het door TaxModel In-House voorgestane onderzoek wel zou hebben verricht, was daaruit niet in een oogopslag duidelijk geworden dat de aanvragen ten onrechte op naam van TaxModel Software zijn gedaan. De minister heeft namelijk ter zitting toegelicht dat het heel wel mogelijk is dat meerdere inhoudingsplichtigen voor hetzelfde S&O een aanvraag indienen. Op grond van het bovenstaande ziet het College dan ook niet in dat de minister bij de beoordeling van de aanvragen had moeten opmerken dat sprake was van een kennelijke vergissing of fout in de aanvragen. De minister heeft dan ook terecht het verzoek tot wijziging van de tenaamstelling van de verstrekte S&O-verklaringen afgewezen. De minister heeft dit ook voldoende gemotiveerd en met in achtneming van het zorgvuldigheidsbeginsel opgenomen in het bestreden besluit. De beroepsgrond slaagt niet.
Vertrouwensbeginsel
7. Volgens TaxModel In-House hebben medewerkers van de juridische dienst van de minister ondubbelzinnige uitlatingen en mededelingen gedaan waarmee is bevestigd dat sprake is van een kennelijke misslag. Om die reden heeft TaxModel In-House afgezien van het recht te worden gehoord. De minister heeft vervolgens door het afwijzen van het verzoek om wijziging van de tenaamstelling van de S&O-verklaringen gehandeld in strijd met het vertrouwensbeginsel.
8. Volgens de minister is het vertrouwensbeginsel niet geschonden. Uit de stukken, en bij het doen van navraag bij de betreffende medewerkers, is niet gebleken dat in de bezwaarprocedure ondubbelzinnige en ongeclausuleerde uitlatingen zijn gedaan waaraan TaxModel In-House het vertrouwen mocht ontlenen dat de tenaamstelling zou worden gewijzigd. Om diezelfde reden is aan TaxModel Software ook niet het recht om gehoord te worden ontnomen.
9.1
Wat betreft het beroep op het vertrouwensbeginsel geldt, zoals in de uitspraak van onder andere het College van 17 november 2020 (ECLI:NL:CBB:2020:852, onder 9.1) is overwogen, dat bij de beoordeling van een beroep op het vertrouwensbeginsel drie stappen worden doorlopen. De eerste is de juridische kwalificatie van de uitlating en/of gedraging waarop de betrokkene zich beroept. Doorgaans zal de uitlating en/of gedraging door een ambtenaar worden gedaan of worden verricht, maar dit kan ook gebeuren door anderen, bijvoorbeeld een wethouder of derden die door het bestuursorgaan worden ingeschakeld. Kan die uitlating en/of gedraging worden gekwalificeerd als een toezegging? Bij de tweede stap moet de vraag worden beantwoord of die toezegging aan het bevoegde bestuursorgaan kan worden toegerekend. Indien beide vragen bevestigend worden beantwoord, en er dus een geslaagd beroep op het vertrouwensbeginsel kan worden gedaan, volgt de derde stap. In het kader van die derde stap zal de vraag moeten beantwoord wat de betekenis van het gewekte vertrouwen is bij de uitoefening van de betreffende bevoegdheid.
9.2.1
Wat betreft de uitlatingen waarop TaxModel In-House zich in het kader van haar beroep op het vertrouwensbeginsel beroept, geldt het volgende. Het College leidt uit de telefoonnotitie van 25 mei 2021 af dat [naam 3] heeft aangegeven dat het wijzigingsverzoek wordt afgewezen, dat het niet mogelijk is S&O-verklaringen te wijzigen, tenzij het gaat om organisatorische wijzigingen wat hier niet het geval is en dat in de aanvragen niet in één oogopslag is gebleken dat deze waren bedoeld voor TaxModel In-House.
Dictum
Het College verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. H.S.J. Albers, in aanwezigheid van mr. P.E.A. Chao, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 6 juni 2023.
H.S.J. Albers de griffier is verhinderd de uitspraak mede
te ondertekenen
Inleiding
uitspraak
COLLEGE VAN BEROEP VOOR HET BEDRIJFSLEVEN
zaaknummer: 21/1140
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 6 juni 2023 in de zaak tussen
TaxModel In-House B.V. (TaxModel In-House), te ‘s-Hertogenbosch, appellante,
en
de minister van Economische Zaken en Klimaat (de minister), verweerder
(gemachtigde: mr. J. van Essen).
Procesverloop
Met twee besluiten van 31 mei 2021 (de afwijzingsbesluiten) heeft de minister de verzoeken tot wijziging van de tenaamstelling van de aan TaxModel Software B.V. (TaxModel Software) verstrekte verklaringen betreffende speur- en ontwikkelingswerk (S&O-verklaringen) met aanvraagnummers SO20033089, SO20050012 en SO21001607 als bedoeld in de Wet vermindering afdracht loonbelasting en premie voor de volksverzekeringen (Wva) afgewezen.
Met het besluit van 15 september 2021 (het bestreden besluit) heeft de minister het bezwaar tegen de afwijzingsbesluiten ongegrond verklaard.
TaxModel In-House heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld.
De minister heeft een verweerschrift ingediend.
Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 5 april 2023. Aan de zitting hebben deelgenomen voor TaxModel In-House [naam 1] en [naam 2] . De minister is vertegenwoordigd door haar gemachtigde.
Overwegingen
1. Met de besluiten van 6 juli 2020, 3 december 2020 en 23 maart 2021 zijn aan TaxModel Software voor de periodes mei tot en met augustus 2020, september tot en met december 2020 en februari tot en met april 2021 S&O-verklaringen verstrekt.
2. Op 31 maart 2021 is per e-mail verzocht de tenaamstelling van de S&O-verklaringen te wijzigen in die van TaxModel In-House, een actieve zustervennootschap van het niet-actieve TaxModel Software. De minister heeft dit verzoek met de afwijzingsbesluiten afgewezen. De minister heeft die besluiten in bezwaar gehandhaafd.
3. Ter zitting heeft TaxModel In-House bevestigd dat zij het verzoek om wijziging van de tenaamstelling van de S&O-verklaringen, de bezwaarschriften en het beroepschrift heeft ingediend. Het College beoordeelt hierna dan ook of de minister het verzoek van TaxModel In-House om wijziging van de tenaamstelling van de aan TaxModel Software verstrekte S&O-verklaringen terecht heeft afgewezen.
Wijziging van de tenaamstelling
4. TaxModel In-House heeft een verzoek om wijziging van de tenaamstelling van de S&O-verklaringen ingediend, omdat volgens haar sprake is van een kennelijke misslag. De minister heeft met het bestreden besluit niet deugdelijk gemotiveerd waarom van een kennelijke misslag geen sprake zou zijn. Voorafgaand aan het afgeven van de S&O-verklaringen had op zijn minst een eerste onderzoek dienen plaats te vinden. Indien dat onderzoek wel had plaatsgevonden, was duidelijk naar voren gekomen dat de aanvragen zijn gedaan op naam van een onjuiste entiteit. Voor de periode januari tot en met april 2020 heeft TaxModel In-House namelijk een aanvraag ingediend voor hetzelfde speur- en ontwikkelingswerk. De minister had dus kunnen weten dat de aanvragen voor de daaropvolgende periodes ook dienden te zien op TaxModel In-House, en niet TaxModel Software. Het bestreden besluit is daarnaast onzorgvuldig tot stand gekomen, omdat de minister zich ten onrechte op het standpunt heeft gesteld dat het wettelijk kader geen mogelijkheid biedt om het verzoek tot wijziging van de tenaamstelling te honoreren in verband met een kennelijke misslag. Zo is er geen enkele ruimte meer voor redelijkheid. Er moet begrip zijn voor een menselijke fout.
5. De minister voert aan dat binnen het systeem van de Wva geen mogelijk bestaat voor het wijzigen van de entiteit waaraan een S&O-verklaring is verstrekt. Volgens de minister is ook geen sprake van een kennelijke misslag. De aanvragen geven in dit geval geen aanleiding om aan te nemen dat het gaat om een foutieve opgave. In de praktijk blijkt dat projecten worden voortgezet door andere entiteiten binnen dezelfde fiscale eenheid. TaxModel Software heeft ook bij de aanvraag verklaard dat de aanvragen juist en volledig zijn. De minister had dus geen aanleiding om aan te nemen dat de aanvragen van TaxModel In-House onjuist waren.
6. Volgens vaste rechtspraak van het College (onder meer de uitspraak van het College van 24 juli 2013, ECLI:NL:CBB:2013:91, onder 4) is in het wettelijk stelsel voor de verstrekking van S&O-verklaringen geen plaats voor een wijziging van de tenaamstelling van een S&O-verklaring – en daarmee van de inhoudingsplichtige – na afloop van de wettelijke indieningtermijn. Dit stelsel gaat uit van een aanvraag en de beoordeling daarvan voorafgaand aan het verrichten van het speur- en ontwikkelingswerk en biedt geen ruimte voor een wijziging van een inhoudingsplichtige na afloop van die wettelijke indieningstermijn op grond van een belangenafweging. Daarbij mag de minister er in beginsel van uitgaan dat de aanvraag juist is. Dit neemt niet weg dat wanneer in een oogopslag, bij een summier onderzoek van de aanvraag, zou blijken dat sprake is van een kennelijke fout, de minister niet meer in redelijkheid mag aannemen dat deze juist is. In tegenstelling tot wat TaxModel In-House stelt is voor een redelijkheidstoets dus wel ruimte. Echter, naar het oordeel van het College hoefde de minister in dit geval op basis van de aanvragen, niet op te merken dat sprake was van een onjuiste tenaamstelling. Van een fout of tegenstrijdigheid die bij een summier onderzoek in een oogopslag blijkt is geen sprake De aangevoerde argumenten ter onderbouwing van de stelling dat het hier om een kennelijke misslag zou gaan bevestigen dat daarvoor een nader onderzoek nodig zou zijn geweest. TaxModel In-House verwijst immers naar een andere aanvraag, die is ingediend in een andere periode dan waarop de S&O-verklaringen zien. Maar ook indien de minister het door TaxModel In-House voorgestane onderzoek wel zou hebben verricht, was daaruit niet in een oogopslag duidelijk geworden dat de aanvragen ten onrechte op naam van TaxModel Software zijn gedaan. De minister heeft namelijk ter zitting toegelicht dat het heel wel mogelijk is dat meerdere inhoudingsplichtigen voor hetzelfde S&O een aanvraag indienen. Op grond van het bovenstaande ziet het College dan ook niet in dat de minister bij de beoordeling van de aanvragen had moeten opmerken dat sprake was van een kennelijke vergissing of fout in de aanvragen. De minister heeft dan ook terecht het verzoek tot wijziging van de tenaamstelling van de verstrekte S&O-verklaringen afgewezen. De minister heeft dit ook voldoende gemotiveerd en met in achtneming van het zorgvuldigheidsbeginsel opgenomen in het bestreden besluit. De beroepsgrond slaagt niet.
Vertrouwensbeginsel
7. Volgens TaxModel In-House hebben medewerkers van de juridische dienst van de minister ondubbelzinnige uitlatingen en mededelingen gedaan waarmee is bevestigd dat sprake is van een kennelijke misslag. Om die reden heeft TaxModel In-House afgezien van het recht te worden gehoord. De minister heeft vervolgens door het afwijzen van het verzoek om wijziging van de tenaamstelling van de S&O-verklaringen gehandeld in strijd met het vertrouwensbeginsel.
8. Volgens de minister is het vertrouwensbeginsel niet geschonden. Uit de stukken, en bij het doen van navraag bij de betreffende medewerkers, is niet gebleken dat in de bezwaarprocedure ondubbelzinnige en ongeclausuleerde uitlatingen zijn gedaan waaraan TaxModel In-House het vertrouwen mocht ontlenen dat de tenaamstelling zou worden gewijzigd. Om diezelfde reden is aan TaxModel Software ook niet het recht om gehoord te worden ontnomen.
9.1
Wat betreft het beroep op het vertrouwensbeginsel geldt, zoals in de uitspraak van onder andere het College van 17 november 2020 (ECLI:NL:CBB:2020:852, onder 9.1) is overwogen, dat bij de beoordeling van een beroep op het vertrouwensbeginsel drie stappen worden doorlopen. De eerste is de juridische kwalificatie van de uitlating en/of gedraging waarop de betrokkene zich beroept. Doorgaans zal de uitlating en/of gedraging door een ambtenaar worden gedaan of worden verricht, maar dit kan ook gebeuren door anderen, bijvoorbeeld een wethouder of derden die door het bestuursorgaan worden ingeschakeld. Kan die uitlating en/of gedraging worden gekwalificeerd als een toezegging? Bij de tweede stap moet de vraag worden beantwoord of die toezegging aan het bevoegde bestuursorgaan kan worden toegerekend. Indien beide vragen bevestigend worden beantwoord, en er dus een geslaagd beroep op het vertrouwensbeginsel kan worden gedaan, volgt de derde stap. In het kader van die derde stap zal de vraag moeten beantwoord wat de betekenis van het gewekte vertrouwen is bij de uitoefening van de betreffende bevoegdheid.
9.2.1
Wat betreft de uitlatingen waarop TaxModel In-House zich in het kader van haar beroep op het vertrouwensbeginsel beroept, geldt het volgende. Het College leidt uit de telefoonnotitie van 25 mei 2021 af dat [naam 3] heeft aangegeven dat het wijzigingsverzoek wordt afgewezen, dat het niet mogelijk is S&O-verklaringen te wijzigen, tenzij het gaat om organisatorische wijzigingen wat hier niet het geval is en dat in de aanvragen niet in één oogopslag is gebleken dat deze waren bedoeld voor TaxModel In-House.
Dictum
Het College verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. H.S.J. Albers, in aanwezigheid van mr. P.E.A. Chao, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 6 juni 2023.
H.S.J. Albers de griffier is verhinderd de uitspraak mede
te ondertekenen
Inleiding
uitspraak
COLLEGE VAN BEROEP VOOR HET BEDRIJFSLEVEN
zaaknummer: 21/1140
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 6 juni 2023 in de zaak tussen
TaxModel In-House B.V. (TaxModel In-House), te ‘s-Hertogenbosch, appellante,
en
de minister van Economische Zaken en Klimaat (de minister), verweerder
(gemachtigde: mr. J. van Essen).
Procesverloop
Met twee besluiten van 31 mei 2021 (de afwijzingsbesluiten) heeft de minister de verzoeken tot wijziging van de tenaamstelling van de aan TaxModel Software B.V. (TaxModel Software) verstrekte verklaringen betreffende speur- en ontwikkelingswerk (S&O-verklaringen) met aanvraagnummers SO20033089, SO20050012 en SO21001607 als bedoeld in de Wet vermindering afdracht loonbelasting en premie voor de volksverzekeringen (Wva) afgewezen.
Met het besluit van 15 september 2021 (het bestreden besluit) heeft de minister het bezwaar tegen de afwijzingsbesluiten ongegrond verklaard.
TaxModel In-House heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld.
De minister heeft een verweerschrift ingediend.
Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 5 april 2023. Aan de zitting hebben deelgenomen voor TaxModel In-House [naam 1] en [naam 2] . De minister is vertegenwoordigd door haar gemachtigde.
Overwegingen
1. Met de besluiten van 6 juli 2020, 3 december 2020 en 23 maart 2021 zijn aan TaxModel Software voor de periodes mei tot en met augustus 2020, september tot en met december 2020 en februari tot en met april 2021 S&O-verklaringen verstrekt.
2. Op 31 maart 2021 is per e-mail verzocht de tenaamstelling van de S&O-verklaringen te wijzigen in die van TaxModel In-House, een actieve zustervennootschap van het niet-actieve TaxModel Software. De minister heeft dit verzoek met de afwijzingsbesluiten afgewezen. De minister heeft die besluiten in bezwaar gehandhaafd.
3. Ter zitting heeft TaxModel In-House bevestigd dat zij het verzoek om wijziging van de tenaamstelling van de S&O-verklaringen, de bezwaarschriften en het beroepschrift heeft ingediend. Het College beoordeelt hierna dan ook of de minister het verzoek van TaxModel In-House om wijziging van de tenaamstelling van de aan TaxModel Software verstrekte S&O-verklaringen terecht heeft afgewezen.
Wijziging van de tenaamstelling
4. TaxModel In-House heeft een verzoek om wijziging van de tenaamstelling van de S&O-verklaringen ingediend, omdat volgens haar sprake is van een kennelijke misslag. De minister heeft met het bestreden besluit niet deugdelijk gemotiveerd waarom van een kennelijke misslag geen sprake zou zijn. Voorafgaand aan het afgeven van de S&O-verklaringen had op zijn minst een eerste onderzoek dienen plaats te vinden. Indien dat onderzoek wel had plaatsgevonden, was duidelijk naar voren gekomen dat de aanvragen zijn gedaan op naam van een onjuiste entiteit. Voor de periode januari tot en met april 2020 heeft TaxModel In-House namelijk een aanvraag ingediend voor hetzelfde speur- en ontwikkelingswerk. De minister had dus kunnen weten dat de aanvragen voor de daaropvolgende periodes ook dienden te zien op TaxModel In-House, en niet TaxModel Software. Het bestreden besluit is daarnaast onzorgvuldig tot stand gekomen, omdat de minister zich ten onrechte op het standpunt heeft gesteld dat het wettelijk kader geen mogelijkheid biedt om het verzoek tot wijziging van de tenaamstelling te honoreren in verband met een kennelijke misslag. Zo is er geen enkele ruimte meer voor redelijkheid. Er moet begrip zijn voor een menselijke fout.
5. De minister voert aan dat binnen het systeem van de Wva geen mogelijk bestaat voor het wijzigen van de entiteit waaraan een S&O-verklaring is verstrekt. Volgens de minister is ook geen sprake van een kennelijke misslag. De aanvragen geven in dit geval geen aanleiding om aan te nemen dat het gaat om een foutieve opgave. In de praktijk blijkt dat projecten worden voortgezet door andere entiteiten binnen dezelfde fiscale eenheid. TaxModel Software heeft ook bij de aanvraag verklaard dat de aanvragen juist en volledig zijn. De minister had dus geen aanleiding om aan te nemen dat de aanvragen van TaxModel In-House onjuist waren.
6. Volgens vaste rechtspraak van het College (onder meer de uitspraak van het College van 24 juli 2013, ECLI:NL:CBB:2013:91, onder 4) is in het wettelijk stelsel voor de verstrekking van S&O-verklaringen geen plaats voor een wijziging van de tenaamstelling van een S&O-verklaring – en daarmee van de inhoudingsplichtige – na afloop van de wettelijke indieningtermijn. Dit stelsel gaat uit van een aanvraag en de beoordeling daarvan voorafgaand aan het verrichten van het speur- en ontwikkelingswerk en biedt geen ruimte voor een wijziging van een inhoudingsplichtige na afloop van die wettelijke indieningstermijn op grond van een belangenafweging. Daarbij mag de minister er in beginsel van uitgaan dat de aanvraag juist is. Dit neemt niet weg dat wanneer in een oogopslag, bij een summier onderzoek van de aanvraag, zou blijken dat sprake is van een kennelijke fout, de minister niet meer in redelijkheid mag aannemen dat deze juist is. In tegenstelling tot wat TaxModel In-House stelt is voor een redelijkheidstoets dus wel ruimte. Echter, naar het oordeel van het College hoefde de minister in dit geval op basis van de aanvragen, niet op te merken dat sprake was van een onjuiste tenaamstelling. Van een fout of tegenstrijdigheid die bij een summier onderzoek in een oogopslag blijkt is geen sprake De aangevoerde argumenten ter onderbouwing van de stelling dat het hier om een kennelijke misslag zou gaan bevestigen dat daarvoor een nader onderzoek nodig zou zijn geweest. TaxModel In-House verwijst immers naar een andere aanvraag, die is ingediend in een andere periode dan waarop de S&O-verklaringen zien. Maar ook indien de minister het door TaxModel In-House voorgestane onderzoek wel zou hebben verricht, was daaruit niet in een oogopslag duidelijk geworden dat de aanvragen ten onrechte op naam van TaxModel Software zijn gedaan. De minister heeft namelijk ter zitting toegelicht dat het heel wel mogelijk is dat meerdere inhoudingsplichtigen voor hetzelfde S&O een aanvraag indienen. Op grond van het bovenstaande ziet het College dan ook niet in dat de minister bij de beoordeling van de aanvragen had moeten opmerken dat sprake was van een kennelijke vergissing of fout in de aanvragen. De minister heeft dan ook terecht het verzoek tot wijziging van de tenaamstelling van de verstrekte S&O-verklaringen afgewezen. De minister heeft dit ook voldoende gemotiveerd en met in achtneming van het zorgvuldigheidsbeginsel opgenomen in het bestreden besluit. De beroepsgrond slaagt niet.
Vertrouwensbeginsel
7. Volgens TaxModel In-House hebben medewerkers van de juridische dienst van de minister ondubbelzinnige uitlatingen en mededelingen gedaan waarmee is bevestigd dat sprake is van een kennelijke misslag. Om die reden heeft TaxModel In-House afgezien van het recht te worden gehoord. De minister heeft vervolgens door het afwijzen van het verzoek om wijziging van de tenaamstelling van de S&O-verklaringen gehandeld in strijd met het vertrouwensbeginsel.
8. Volgens de minister is het vertrouwensbeginsel niet geschonden. Uit de stukken, en bij het doen van navraag bij de betreffende medewerkers, is niet gebleken dat in de bezwaarprocedure ondubbelzinnige en ongeclausuleerde uitlatingen zijn gedaan waaraan TaxModel In-House het vertrouwen mocht ontlenen dat de tenaamstelling zou worden gewijzigd. Om diezelfde reden is aan TaxModel Software ook niet het recht om gehoord te worden ontnomen.
9.1
Wat betreft het beroep op het vertrouwensbeginsel geldt, zoals in de uitspraak van onder andere het College van 17 november 2020 (ECLI:NL:CBB:2020:852, onder 9.1) is overwogen, dat bij de beoordeling van een beroep op het vertrouwensbeginsel drie stappen worden doorlopen. De eerste is de juridische kwalificatie van de uitlating en/of gedraging waarop de betrokkene zich beroept. Doorgaans zal de uitlating en/of gedraging door een ambtenaar worden gedaan of worden verricht, maar dit kan ook gebeuren door anderen, bijvoorbeeld een wethouder of derden die door het bestuursorgaan worden ingeschakeld. Kan die uitlating en/of gedraging worden gekwalificeerd als een toezegging? Bij de tweede stap moet de vraag worden beantwoord of die toezegging aan het bevoegde bestuursorgaan kan worden toegerekend. Indien beide vragen bevestigend worden beantwoord, en er dus een geslaagd beroep op het vertrouwensbeginsel kan worden gedaan, volgt de derde stap. In het kader van die derde stap zal de vraag moeten beantwoord wat de betekenis van het gewekte vertrouwen is bij de uitoefening van de betreffende bevoegdheid.
9.2.1
Wat betreft de uitlatingen waarop TaxModel In-House zich in het kader van haar beroep op het vertrouwensbeginsel beroept, geldt het volgende. Het College leidt uit de telefoonnotitie van 25 mei 2021 af dat [naam 3] heeft aangegeven dat het wijzigingsverzoek wordt afgewezen, dat het niet mogelijk is S&O-verklaringen te wijzigen, tenzij het gaat om organisatorische wijzigingen wat hier niet het geval is en dat in de aanvragen niet in één oogopslag is gebleken dat deze waren bedoeld voor TaxModel In-House.
Dictum
Het College verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. H.S.J. Albers, in aanwezigheid van mr. P.E.A. Chao, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 6 juni 2023.
H.S.J. Albers de griffier is verhinderd de uitspraak mede
te ondertekenen
Inleiding
uitspraak
COLLEGE VAN BEROEP VOOR HET BEDRIJFSLEVEN
zaaknummer: 21/1140
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 6 juni 2023 in de zaak tussen
TaxModel In-House B.V. (TaxModel In-House), te ‘s-Hertogenbosch, appellante,
en
de minister van Economische Zaken en Klimaat (de minister), verweerder
(gemachtigde: mr. J. van Essen).
Procesverloop
Met twee besluiten van 31 mei 2021 (de afwijzingsbesluiten) heeft de minister de verzoeken tot wijziging van de tenaamstelling van de aan TaxModel Software B.V. (TaxModel Software) verstrekte verklaringen betreffende speur- en ontwikkelingswerk (S&O-verklaringen) met aanvraagnummers SO20033089, SO20050012 en SO21001607 als bedoeld in de Wet vermindering afdracht loonbelasting en premie voor de volksverzekeringen (Wva) afgewezen.
Met het besluit van 15 september 2021 (het bestreden besluit) heeft de minister het bezwaar tegen de afwijzingsbesluiten ongegrond verklaard.
TaxModel In-House heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld.
De minister heeft een verweerschrift ingediend.
Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 5 april 2023. Aan de zitting hebben deelgenomen voor TaxModel In-House [naam 1] en [naam 2] . De minister is vertegenwoordigd door haar gemachtigde.
Overwegingen
1. Met de besluiten van 6 juli 2020, 3 december 2020 en 23 maart 2021 zijn aan TaxModel Software voor de periodes mei tot en met augustus 2020, september tot en met december 2020 en februari tot en met april 2021 S&O-verklaringen verstrekt.
2. Op 31 maart 2021 is per e-mail verzocht de tenaamstelling van de S&O-verklaringen te wijzigen in die van TaxModel In-House, een actieve zustervennootschap van het niet-actieve TaxModel Software. De minister heeft dit verzoek met de afwijzingsbesluiten afgewezen. De minister heeft die besluiten in bezwaar gehandhaafd.
3. Ter zitting heeft TaxModel In-House bevestigd dat zij het verzoek om wijziging van de tenaamstelling van de S&O-verklaringen, de bezwaarschriften en het beroepschrift heeft ingediend. Het College beoordeelt hierna dan ook of de minister het verzoek van TaxModel In-House om wijziging van de tenaamstelling van de aan TaxModel Software verstrekte S&O-verklaringen terecht heeft afgewezen.
Wijziging van de tenaamstelling
4. TaxModel In-House heeft een verzoek om wijziging van de tenaamstelling van de S&O-verklaringen ingediend, omdat volgens haar sprake is van een kennelijke misslag. De minister heeft met het bestreden besluit niet deugdelijk gemotiveerd waarom van een kennelijke misslag geen sprake zou zijn. Voorafgaand aan het afgeven van de S&O-verklaringen had op zijn minst een eerste onderzoek dienen plaats te vinden. Indien dat onderzoek wel had plaatsgevonden, was duidelijk naar voren gekomen dat de aanvragen zijn gedaan op naam van een onjuiste entiteit. Voor de periode januari tot en met april 2020 heeft TaxModel In-House namelijk een aanvraag ingediend voor hetzelfde speur- en ontwikkelingswerk. De minister had dus kunnen weten dat de aanvragen voor de daaropvolgende periodes ook dienden te zien op TaxModel In-House, en niet TaxModel Software. Het bestreden besluit is daarnaast onzorgvuldig tot stand gekomen, omdat de minister zich ten onrechte op het standpunt heeft gesteld dat het wettelijk kader geen mogelijkheid biedt om het verzoek tot wijziging van de tenaamstelling te honoreren in verband met een kennelijke misslag. Zo is er geen enkele ruimte meer voor redelijkheid. Er moet begrip zijn voor een menselijke fout.
5. De minister voert aan dat binnen het systeem van de Wva geen mogelijk bestaat voor het wijzigen van de entiteit waaraan een S&O-verklaring is verstrekt. Volgens de minister is ook geen sprake van een kennelijke misslag. De aanvragen geven in dit geval geen aanleiding om aan te nemen dat het gaat om een foutieve opgave. In de praktijk blijkt dat projecten worden voortgezet door andere entiteiten binnen dezelfde fiscale eenheid. TaxModel Software heeft ook bij de aanvraag verklaard dat de aanvragen juist en volledig zijn. De minister had dus geen aanleiding om aan te nemen dat de aanvragen van TaxModel In-House onjuist waren.
6. Volgens vaste rechtspraak van het College (onder meer de uitspraak van het College van 24 juli 2013, ECLI:NL:CBB:2013:91, onder 4) is in het wettelijk stelsel voor de verstrekking van S&O-verklaringen geen plaats voor een wijziging van de tenaamstelling van een S&O-verklaring – en daarmee van de inhoudingsplichtige – na afloop van de wettelijke indieningtermijn. Dit stelsel gaat uit van een aanvraag en de beoordeling daarvan voorafgaand aan het verrichten van het speur- en ontwikkelingswerk en biedt geen ruimte voor een wijziging van een inhoudingsplichtige na afloop van die wettelijke indieningstermijn op grond van een belangenafweging. Daarbij mag de minister er in beginsel van uitgaan dat de aanvraag juist is. Dit neemt niet weg dat wanneer in een oogopslag, bij een summier onderzoek van de aanvraag, zou blijken dat sprake is van een kennelijke fout, de minister niet meer in redelijkheid mag aannemen dat deze juist is. In tegenstelling tot wat TaxModel In-House stelt is voor een redelijkheidstoets dus wel ruimte. Echter, naar het oordeel van het College hoefde de minister in dit geval op basis van de aanvragen, niet op te merken dat sprake was van een onjuiste tenaamstelling. Van een fout of tegenstrijdigheid die bij een summier onderzoek in een oogopslag blijkt is geen sprake De aangevoerde argumenten ter onderbouwing van de stelling dat het hier om een kennelijke misslag zou gaan bevestigen dat daarvoor een nader onderzoek nodig zou zijn geweest. TaxModel In-House verwijst immers naar een andere aanvraag, die is ingediend in een andere periode dan waarop de S&O-verklaringen zien. Maar ook indien de minister het door TaxModel In-House voorgestane onderzoek wel zou hebben verricht, was daaruit niet in een oogopslag duidelijk geworden dat de aanvragen ten onrechte op naam van TaxModel Software zijn gedaan. De minister heeft namelijk ter zitting toegelicht dat het heel wel mogelijk is dat meerdere inhoudingsplichtigen voor hetzelfde S&O een aanvraag indienen. Op grond van het bovenstaande ziet het College dan ook niet in dat de minister bij de beoordeling van de aanvragen had moeten opmerken dat sprake was van een kennelijke vergissing of fout in de aanvragen. De minister heeft dan ook terecht het verzoek tot wijziging van de tenaamstelling van de verstrekte S&O-verklaringen afgewezen. De minister heeft dit ook voldoende gemotiveerd en met in achtneming van het zorgvuldigheidsbeginsel opgenomen in het bestreden besluit. De beroepsgrond slaagt niet.
Vertrouwensbeginsel
7. Volgens TaxModel In-House hebben medewerkers van de juridische dienst van de minister ondubbelzinnige uitlatingen en mededelingen gedaan waarmee is bevestigd dat sprake is van een kennelijke misslag. Om die reden heeft TaxModel In-House afgezien van het recht te worden gehoord. De minister heeft vervolgens door het afwijzen van het verzoek om wijziging van de tenaamstelling van de S&O-verklaringen gehandeld in strijd met het vertrouwensbeginsel.
8. Volgens de minister is het vertrouwensbeginsel niet geschonden. Uit de stukken, en bij het doen van navraag bij de betreffende medewerkers, is niet gebleken dat in de bezwaarprocedure ondubbelzinnige en ongeclausuleerde uitlatingen zijn gedaan waaraan TaxModel In-House het vertrouwen mocht ontlenen dat de tenaamstelling zou worden gewijzigd. Om diezelfde reden is aan TaxModel Software ook niet het recht om gehoord te worden ontnomen.
9.1
Wat betreft het beroep op het vertrouwensbeginsel geldt, zoals in de uitspraak van onder andere het College van 17 november 2020 (ECLI:NL:CBB:2020:852, onder 9.1) is overwogen, dat bij de beoordeling van een beroep op het vertrouwensbeginsel drie stappen worden doorlopen. De eerste is de juridische kwalificatie van de uitlating en/of gedraging waarop de betrokkene zich beroept. Doorgaans zal de uitlating en/of gedraging door een ambtenaar worden gedaan of worden verricht, maar dit kan ook gebeuren door anderen, bijvoorbeeld een wethouder of derden die door het bestuursorgaan worden ingeschakeld. Kan die uitlating en/of gedraging worden gekwalificeerd als een toezegging? Bij de tweede stap moet de vraag worden beantwoord of die toezegging aan het bevoegde bestuursorgaan kan worden toegerekend. Indien beide vragen bevestigend worden beantwoord, en er dus een geslaagd beroep op het vertrouwensbeginsel kan worden gedaan, volgt de derde stap. In het kader van die derde stap zal de vraag moeten beantwoord wat de betekenis van het gewekte vertrouwen is bij de uitoefening van de betreffende bevoegdheid.
9.2.1
Wat betreft de uitlatingen waarop TaxModel In-House zich in het kader van haar beroep op het vertrouwensbeginsel beroept, geldt het volgende. Het College leidt uit de telefoonnotitie van 25 mei 2021 af dat [naam 3] heeft aangegeven dat het wijzigingsverzoek wordt afgewezen, dat het niet mogelijk is S&O-verklaringen te wijzigen, tenzij het gaat om organisatorische wijzigingen wat hier niet het geval is en dat in de aanvragen niet in één oogopslag is gebleken dat deze waren bedoeld voor TaxModel In-House.
Dictum
Het College verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. H.S.J. Albers, in aanwezigheid van mr. P.E.A. Chao, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 6 juni 2023.
H.S.J. Albers de griffier is verhinderd de uitspraak mede
te ondertekenen