Rechtspraak
College van Beroep voor het bedrijfsleven
2023-05-30
ECLI:NL:CBB:2023:259
Bestuursrecht
Verzet
1,780 tokens
Inleiding
uitspraak
COLLEGE VAN BEROEP VOOR HET BEDRIJFSLEVEN
zaaknummer: 22/1887
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 30 mei 2023 op het verzet van
[naam 1] B.V., handelend onder de naam [naam 2] , te [plaats] (de onderneming)
(gemachtigde: R. Brak)
Procesverloop
De onderneming heeft verzet gedaan tegen de uitspraak van het College met toepassing van artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht, dus zonder zitting, van 17 januari 2023.
Overwegingen
1. Het College heeft het beroep niet-ontvankelijk verklaard omdat het verschuldigde griffierecht niet is betaald.
2. In verzet is gebleken dat de onderneming niet in verzuim is geweest. Het verzet moet daarom gegrond worden verklaard.
3. Omdat het verzet gegrond wordt verklaard, vervalt de uitspraak van 17 januari 2023 en wordt het onderzoek voortgezet in de stand waarin het zich bevond.
4. De minister van Economische Zaken en Klimaat hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Dictum
Het College verklaart het verzet gegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. T.G.M. Simons, in aanwezigheid van E.A. van der Meel, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 30 mei 2023.
w.g. T.G.M. Simons w.g. E.A. van der Meel
Inleiding
uitspraak
COLLEGE VAN BEROEP VOOR HET BEDRIJFSLEVEN
zaaknummer: 22/1887
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 30 mei 2023 op het verzet van
[naam 1] B.V., handelend onder de naam [naam 2] , te [plaats] (de onderneming)
(gemachtigde: R. Brak)
Procesverloop
De onderneming heeft verzet gedaan tegen de uitspraak van het College met toepassing van artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht, dus zonder zitting, van 17 januari 2023.
Overwegingen
1. Het College heeft het beroep niet-ontvankelijk verklaard omdat het verschuldigde griffierecht niet is betaald.
2. In verzet is gebleken dat de onderneming niet in verzuim is geweest. Het verzet moet daarom gegrond worden verklaard.
3. Omdat het verzet gegrond wordt verklaard, vervalt de uitspraak van 17 januari 2023 en wordt het onderzoek voortgezet in de stand waarin het zich bevond.
4. De minister van Economische Zaken en Klimaat hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Dictum
Het College verklaart het verzet gegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. T.G.M. Simons, in aanwezigheid van E.A. van der Meel, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 30 mei 2023.
w.g. T.G.M. Simons w.g. E.A. van der Meel
Inleiding
uitspraak
COLLEGE VAN BEROEP VOOR HET BEDRIJFSLEVEN
zaaknummer: 22/1887
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 30 mei 2023 op het verzet van
[naam 1] B.V., handelend onder de naam [naam 2] , te [plaats] (de onderneming)
(gemachtigde: R. Brak)
Procesverloop
De onderneming heeft verzet gedaan tegen de uitspraak van het College met toepassing van artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht, dus zonder zitting, van 17 januari 2023.
Overwegingen
1. Het College heeft het beroep niet-ontvankelijk verklaard omdat het verschuldigde griffierecht niet is betaald.
2. In verzet is gebleken dat de onderneming niet in verzuim is geweest. Het verzet moet daarom gegrond worden verklaard.
3. Omdat het verzet gegrond wordt verklaard, vervalt de uitspraak van 17 januari 2023 en wordt het onderzoek voortgezet in de stand waarin het zich bevond.
4. De minister van Economische Zaken en Klimaat hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Dictum
Het College verklaart het verzet gegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. T.G.M. Simons, in aanwezigheid van E.A. van der Meel, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 30 mei 2023.
w.g. T.G.M. Simons w.g. E.A. van der Meel
Inleiding
uitspraak
COLLEGE VAN BEROEP VOOR HET BEDRIJFSLEVEN
zaaknummer: 22/1887
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 30 mei 2023 op het verzet van
[naam 1] B.V., handelend onder de naam [naam 2] , te [plaats] (de onderneming)
(gemachtigde: R. Brak)
Procesverloop
De onderneming heeft verzet gedaan tegen de uitspraak van het College met toepassing van artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht, dus zonder zitting, van 17 januari 2023.
Overwegingen
1. Het College heeft het beroep niet-ontvankelijk verklaard omdat het verschuldigde griffierecht niet is betaald.
2. In verzet is gebleken dat de onderneming niet in verzuim is geweest. Het verzet moet daarom gegrond worden verklaard.
3. Omdat het verzet gegrond wordt verklaard, vervalt de uitspraak van 17 januari 2023 en wordt het onderzoek voortgezet in de stand waarin het zich bevond.
4. De minister van Economische Zaken en Klimaat hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Dictum
Het College verklaart het verzet gegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. T.G.M. Simons, in aanwezigheid van E.A. van der Meel, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 30 mei 2023.
w.g. T.G.M. Simons w.g. E.A. van der Meel
Inleiding
uitspraak
COLLEGE VAN BEROEP VOOR HET BEDRIJFSLEVEN
zaaknummer: 22/1887
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 30 mei 2023 op het verzet van
[naam 1] B.V., handelend onder de naam [naam 2] , te [plaats] (de onderneming)
(gemachtigde: R. Brak)
Procesverloop
De onderneming heeft verzet gedaan tegen de uitspraak van het College met toepassing van artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht, dus zonder zitting, van 17 januari 2023.
Overwegingen
1. Het College heeft het beroep niet-ontvankelijk verklaard omdat het verschuldigde griffierecht niet is betaald.
2. In verzet is gebleken dat de onderneming niet in verzuim is geweest. Het verzet moet daarom gegrond worden verklaard.
3. Omdat het verzet gegrond wordt verklaard, vervalt de uitspraak van 17 januari 2023 en wordt het onderzoek voortgezet in de stand waarin het zich bevond.
4. De minister van Economische Zaken en Klimaat hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Dictum
Het College verklaart het verzet gegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. T.G.M. Simons, in aanwezigheid van E.A. van der Meel, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 30 mei 2023.
w.g. T.G.M. Simons w.g. E.A. van der Meel